IM192 Br. Nicolaas Willem Waterloo

192 Br. Nicolaas Willem Waterloo

Geboren te Amsterdam : 16-12-1921
Ingetreden : 19-01-1941
Eerste professie : 15-08-1942
Eeuwige Professie : 15-08-1945
Overleden te Huijbergen : 19-12-1978

“Midden onder U staat Hij, die gij,niet kent”.
Deze dichtregel, afkomstig uit een. Adventslied van Huub Oosterhuis, is van toepassing op de Messias; het is ontleend aan. wat de evangelist Johannes de Doper in de mond legde. Toch speelde deze regel herhaalde malen door mijn hoofd, als ik me herinnerde, dat er voor Br. Nicolaas een In Memoriam, geschreven moest worden “Midden onder U staat Hij, die gij niet kent”.
Hoevele Broeders zullen eerlijk moeten toegeven dat. zij Nicolaas niet kenden? Ik voorop. Eigenlijk pas het laatste jaar van zijn leven heb ik hem goed leren kennen. Nou ja, goed. Veel beter dan in de voorgaande. jaren. Maar ook nu blijf ik met meer vragen dan antwoorden zitten, als men mij zou vragen Wie was Nicolaas, hoe was Nicolaas? Vanuit de erg beperkte kennis van deze medebroeder, vanuit dit geringe inzicht in zijn persoonlijkheid wil ik toch wel graag meedelen wat ik dan wel van hem weet. Voor mijn gevoel is het de moeite meer dan waard. Enkele summiere gegevens, ontleend aan zijn gedachtenisprentje, want zijn kaart met personalia had ik al mee naar Huijbergen gegeven, ter informatie.

Nicolaas werd als Willem Petrus Johannes Waterloo geboren op 16 december in – naar ik meen te weten – Amsterdam. Het geboortejaar was 1921. Op 19-jarige leeftijd trad hij in bij de Broeders van Huijbergen op 19 januari 1941. De eerste professie werd afgelegd op 15 augustus 1942 en Willem Waterloo, die de broedernaam Nicolaas had gekozen, Verbond zich voor eeuwig aan de Congregatie op 15 augustus 1945. Drie dagen na zijn verjaardag overleed Br. Nicolaas in Huijbergen op 19 december van het jaar 1978. Een ongeneeslijke ziekte, die volgens zijn doktoren hem toch nog voldoende speling gaf om het een paar jaar uit te kunnen houden, verergerde zo snel, dat het einde onverwacht sneller kwam.
Br. Nicolaas stierf in vertrouwen op zijn Heer en Herder en in vrede met Hem, die hem ook het leven geschonken had. Hoe lééfde echter. Br. Nicolaas.

Een chronologisch overzicht geven lijkt me in dit geval niet zinvol, aangezien daarvoor te weinig gegevens zijn. Wel voel ik er veel voor om wat persoonlijke indrukken neer te schrijven als herinnering aan een onvergetelijke medebroeder. Br. Nicolaas kwam naar het Sint Jansklooster terug toen de kweekschool als succursaal werd opgeheven. Voordien had hij ook al verschillende jaren in het Sint Jansklooster gewoond. Er zijn in het “huisarchief” fotos waarop een jonge, magere, maar goedlachse Br. Nicolaas te zien is.
Dat hij het Sint Jansklooster als nieuwe verblijfplaats koos, is dus niet te verwonderen. Hij kwam weer thuis, voor zijn gevoel.

Al van te voren kwamen er enkele karrenvrachten boeken op het klooster aan. Hoofdzakelijk taalkundige werken, Engels, Duits, Frans, Spaans, Russisch. En, naar Br. Karel en Br. Eduard mij later vertelden, bij het inventariseren van zijn nalatenschap, bij-de-tijdse studiewerken.
Br. Nicolaas hield zijn vak zeer nauwgezet bij. Het was een talenwonder. Maar hij liep er nooit mee te koop.
De laatste jaren gaf, hij enkel les aan privéleerlingen. Het lesgeven op de Kweekschool had hij er al geruime tijd geleden aan gegeven. Tot zijn “privéleerlingen” behoorden lange tijd ook enkele leden van het Hoofdbestuur. Die vonden het – met het oog op hun buitenlandse visitatiereizen – wel gemakkelijk om wat conversatie-Engels te beheersen. Ik heb zo het idee dat de wijze van les geven van Nicolaas gekenmerkt werd door een zeer minutieuze aandacht voor het detail en een rustig, geduldig tempo. In alle opzichten was hij een man van overleg en rustig handelen, maar tevens werd zijn manier van doen gekenmerkt door een onverzettelijke standvastigheid Wat hij zich eenmaal ten doel had gesteld, zou ook gebeuren.
Met deze onverzettelijkheid heeft hij, al studerend veel middelbare taalakten behaald.
Iets anders, waaruit zijn volharding blijkt is zijn vaardigheid op de viool. Hij bracht, toen hij van de Kweekschool kwam zijn viool mee. Hij heeft er echter, zo ver ik weet, op het Sint Jansklooster nooit op gespeeld. Mogelijk was toen al zijn motoriek onder invloed van de naderende ziekte zodanig haar verfijning kwijtgeraakt, dat vioolspel hierdoor niet meer mogelijk was. Ik denk dat het hem ontzettend gespeten zal hebben, dat hij dat niet meer kon. Vioolspel eist een lange leertijd, maar als je het kunt, is het een kunst die zeer veel voldoening geeft, zoals met het beheersen van elk instrument het geval is.
Ik heb hem er nooit over horen klagen, hoewel uit reacties op het spel van een violist op de T. V. vaak bleek, hoezeer hij meeleefde met de verrichtingen van de musicus. Het is een niet gering stuk onthechting geweest, die het hem mogelijk maakte dit gemis te aanstaarden.
Zo ook zal hij het hebben moeten verwerken dat hij niet meer kon schilderen. Ik hoorde tijdens de laatste weken van zijn ziekte van Br. Boere dat zijn familieleden, die op Ste. Marie op bezoek waren bij Nicolaas dat hij vroeger verdienstelijk geschilderd had. Daar heb ik nooit iets van geweten. Hij heeft daar nooit over gepraat. Misschien had hij er geen tijd voor. Misschien merkte hij, dat hij de fijne handmotoriek niet meer ter beschikking had? Het typeert de veelzijdige begaafdheid van deze stille en bescheiden mens.
De grootste tijd dat hij in het Sint Jansklooster woonde, bracht hij door met lezen en studeren op zijn kamer. Maaltijden hield hij alleen s morgens en s middags. Avondeten vond hij niet. nodig. Het eten kostte hem altijd wat meer moeite dan normaal. Het bleek vanaf de eerste dag dat hij hier was, dat de slikbewegingen wat moeilijk gingen. Hij dronk dan ook altijd uitbundig koffie en van, zijn bord met warm eten maakte hij een pracht van een moeras. Pudding kun hij wel een heel bord op.

Klaasje, zoals hij doorgaans bij ons met enige tederheid (zij het dan wel de wat onhandige mannelijke tederheid van broeders onder elkaar) werd genoemd, gaf er ook de voorkeur aan om alleen aan een tafel te zitten. Hij ging dan bovendien met zijn rug naar ons toe zitten. We dachten eerst dat hij het meer uit eenzelvigheid deed; hij praatte weinig of niet met ons, had een beetje zijn eigen tijden van binnenkomen en weggaan in kapel, eetzaal en recreatiezaal. Het lag, volgens ons, allemaal een beetje in dezelfde lijn: een wat zonderlinge, eenzelvige man, dachten we dan. Nu weten we beter.
In augustus 1977 was hij op vakantie bij zijn broer in Amsterdam. Daar ging hij vaak naar toe, onder andere om een liefhebberij te beoefenen, die hij nog niet had opgegeven het vissen. Op een van die vakantiedagen kreeg hij een ongelukje met zijn voet. Hij stootte met zijn hiel tegen de spaken van het achterwiel van een brommer, waarop hij achterop meereed en waarvan hij, wachtend voor een rood verkeerslicht, even was afgestapt. Dat kostte hem een open hiel. Met deze wond heeft hij bijna drie kwart jaar gesukkeld. Zijn huisdokter, die af en toe eens naar deze voet kwam kijken, viel al gauw op dat Klaasje nog wel wat meer mankeerde met name zijn abnormale magerte en zijn motorische onrust stemden hem zorgelijk. Om een lang verhaal kort te maken: na lang aandringen stemde Nicolaas er in toe om op consult bij pen neuroloog te gaan. We hadden ooit wel eens gedacht om een psychiater in te schakelen. Maar achteraf blijkt de keuze voor een neuroloog de juiste geweest te zijn.

Met de grondigheid van het moderne ziekenhuis eigen werd Nicolaas van binnen en van buiten bekeken. De onderzoeken waren lang niet alle licht en moeiteloos. Later sprak één van de twee neurologen zijn bewondering uit voor de humor waarmee Nicolaas deze beproevingen onderging. Nicolaas is van begin april tot medio augustus in het Laurensziekenhuis geweest. In die tijd heeft hij veel bezoeken van eigen huisgenoten, maar ook van veel andere broeders en bekenden gehad. Het was voor veel van zijn huisgenoten juist die periode, dat ze hem veel beter leerden kennen. Voor mij persoonlijk was de wat nadere, diepere kennismaking een paar maanden eerder begonnen. Toen kwam hij nogal eens op mijn kamer praten over zijn voet. Maar al gauw hadden we het dan over alles en nog wat, wat met zijn toestand te maken had. In die periode gingen mijn ogen pas goed open en merkte ik hoezeer hij zelf gebukt ging onder zijn situatie van moeilijk contact, zijn behoefte aan afzondering, zijn moeite met situaties die van het dagelijkse, routineuze patroon afweken.
Al vrij gauw na zijn opname hadden de neurologen door wat er met Nicolaas aan de hand was. De diagnose was modaal gesteld, maar er viel wel te beluisteren uit de manier van formuleren, dat ze voor 99% zeker er van waren. Hier was sprake van de vrij zeldzame ziekte: de Chorea van Huntington. Toen via familie nog verdere inlichtingen werden ingewonnen, stond het al gauw definitief vast: Br. Nicolaas was ongeneeslijk ziek; de diagnose, die met 99% was gesteld, stond nu onomstotelijk vast. Deze Chorea van Huntington is globaal het
best te omschrijven met een versneld dementieproces van de hersenen. Uiterlijk waarneembare verschijnselen zijn o.a. motorische overdaad aan bewegingen, moeite met het evenwicht, moeite met eerst de fijnere, later ook de grovere motoriek. Neiging tot zwaarmoedigheid hoort er ook bij.
Toen deze diagnose eenmaal bekend was en we een idee van de ziekte hadden, konden we van lieverlee een hele hoop problemen en eigenaardigheden van Nicolaas begrijpen. Maar overheersend was wel het gevoel van deernis, deernis omdat hier een nog jonge broeder eigenlijk al zo vroeg geconfronteerd ging worden met een vroegtijdig einde. De ziekte kon nog enkele jaren voortwoekeren, maar een vroegtijdig einde stond bij voorbaat vast. Daarnaast stond ook vast, dat naarmate de hersenen verder af zouden takelen, steeds meer functies ontregeld zouden worden.

Het klinkt hard als je het zegt, maar het kwam in feite neer op een ontluistering van een menselijk wezen, en in dit geval een meer dan normaal begaafde mens.
Maar door heel deze sombere toestand heen straalde één opmerkelijk heldere ster: het veel dichter naar elkaar toegroeien van de huisgenoten en Klaasje. Met name ik zelf heb vele uren aan zijn bed met hem zitten praten. En wat ik toen al voelde en nu nog beter besef: het heeft mij veel goed gedaan. Ik weet niet of het hem meer goed heeft gedaan dan mij, maar ik denk met dankbaarheid terug aan die lange gesprekken die ik met hem gehad heb. Ik heb bewondering voor de opgewektheid die hij – toch in het vooruitzicht van zijn naderend einde – heeft kunnen opbrengen. Want hoewel wij – op advies van de specialist – met geen woord over zijn ware ziekte hebben gesproken, twijfel ik er geen moment aan of hij wist waar het om. ging.
Misschien heeft hij de naam niet geweten, maar hij wist dat zijn moeder deze ziekte ook had gehad en hij zal ongetwijfeld de overeenkomst tussen zijn symptomen en van die van zijn moeders ziekte hebben gezien. Met zijn buitengewone intelligentie moet hij goed geweten hebben wat er aan de hand was, Maar met meen ware blijmoedigheid en ijver wijdde hij zich aan do hom door do dokter voorgeschreven revalidatieoefeningen.

Het innemen van medicijnen en hot eten gaven meer problemen. Maar daar zijn de al eerder optredende slikmoeilijkheden debet aan geweest. Naast zijn sterke blijmoedigheid en overgave toonde hij ook een groot geloof in de nabijheid van zijn Heer. Reeds maanden vóór hij voor een betere verzorging naar Huijbergen verhuisde, het toedienen van het Sacrament der Zieken ter sprake. Toentertijd hebben we het nog niet meteen gedaan. Maar we zijn blij, dat het in Huijbergen wel is toegediend, want we weten dat dit voor hem een ontzaglijke steun en troost is geweest.

Hij leefde die laatste maanden (misschien wel jaren zelfs) meer op zijn geloof en vertrouwen in God, zijn Herder, dan dat hij zijn hoop stelde op menselijke hulp.
Br. Nicolaas heeft zich bewust klaargemaakt voor de overgang naar een beter leven. En ik geloof heilig, dat toen God hem kwam halen. Hij een waakzame dienaar aantrof. Wij blijven achter met niet erg veel herinneringen.

Maar we hoeven van een mens niet alles te weten om te kunnen beseffen hoe uniek hij is geweest en om te kunnen vermoeden wat een rijkdommen hij in zijn persoonlijkheid meedroeg. Rijkdommen, waar hij niet mee te koop liep, maar die hij ongemerkt toch meedeelde met hen, die de weg naar zijn hart konden vinden.
We weten dat Nicolaas voor de talenten die hij hier op aarde in pacht gekregen had en waarmee hij in overeenstemming met zijn beperkte krachten heeft gewoekerd, nu bij God beloond wordt voor zijn trouw als mens en religieus met een honderdvoudig loon.
En we hopen dat in onze herinnering ononderbroken mag voortleven het voorbeeld van zijn bescheidenheid, zijn nederigheid, zijn geloof en zijn vertrouwen in Hem die hem veel heeft gegeven en les van hem gevraagd heeft.

Hij ruste in vrede en dat wij in vreugde om het goede dat wij van God, door Br. Nicolaas mochten ontvangen (al beseffen we het pas achteraf) mogen verder leven.
Br. Th. Eijkhoudt.