202 Br. Jeroen Hubertus Gijsbertus van Steenhoven
Geboren te Oosterhout : 15-06-1911
Ingetreden : 24-01-1932
Eerste professie : 13-08-1932
Eeuwige professie : 15-08-1936
Overleden te Bergen op Zoom : 04-01-1981
Zeventig jaren duurt hoogstens ons leven, tachtig als we krachtig zijn. Het is een tekst waar we zo makkelijk overheen lezen, tot je op een gegeven moment met die dood wordt geconfronteerd. Toen ik zondag, 4 januari aan het sterfbed stond van Br. Jeroen schoot deze tekst door mijn gedachten en toen ik Er. Jeroen daar zo zag liggen, dacht ik: Nee, hij was niet krachtig. Zijn lichaam had de laatste jaren al heel wat te verduren gehad en de verschillende operaties, die hij had ondergaan, brachten maar weinig verbetering.
Br. Jeroen is echter niet bij de pakken neer gaan zitten. Duimen draaien was niets voor hem. Zelfs toen de dokter hem op zijn ziekbed aanraadde, het werk, dat hij deed, voorlopig opzij te zetten, deed hij dat; maar wel zei hij: “Als ik beter ben, pak ik het terug hoor! Ik ga dan niet zitten niksen.” Het was vooral het bejaardenwerk, dat hem de laatste jaren erg boeide. Hij praatte er graag over en was er van s morgens vroeg tot s avonds laat mee bezig.
Vele jaren van zijn leven heeft hij aan de opvoeding van de Amsterdamse jeugd gewijd. Jaren, waar hij met plezier op terugkeek en waarover hij graag in een gesprek herinneringen ophaalde. Ja, er lag toch nog wel een stuk van zijn hart in Amsterdam en de jaren in Bergen op Zoom konden toch niet halen bij die Amsterdamse tijd.
Als oud-leerling van Br. Jeroen wil ik mijn waardering uitspreken voor alles wat hij als opvoeder en onderwijzer heeft gepresteerd en als zijn medebroeder dank ik hem voor het voorbeeld, dat hij ons als goed religieus heeft gegeven. Moge God hem na zoveel jaren van grote inzet nu de eeuwige rust schenken in zijn Vaderhuis.
Br. Gustaaf Kuhlman.
BR. JEROEN VAN STEENHOVEN.
Als medebroeder en buurman van Br. Jeroen in de Pegasuslaan heb ik er behoefte aan een persoonlijk woord van afscheid te spreken. Vaak wipte hij bij mij binnen om me deelgenoot te maken van zijn vreugde als iets goed was gegaan. Of van zijn bezorgdheid, als het tegenovergestelde het geval was. Ik zal hem missen.
Toen hij zondagmiddag overleden was en ik het meedeelde aan een medebroeder, die het nog niet wist, verraste het hem toch nog! Hij had gedacht, dat het nog wel even zou duren.
Even viel de laatstgenoemde medebroeder stil en zei toen: “We zullen een zeer goeie kerel in hem missen”. Ik heb dat toen van harte beaamd.
Het Bestuur van de R.K. Bond van Ouden weet nu ook wat een berg werk hij verzette. Dagenlang is het Bestuur bezig geweest alles bijeen te brengen. Het was een berg, die heel zijn tafel bedekte, hoog opgestapeld. Zijn opvolger, de nieuwe penningmeester, zal nog wel eens te horen krijger: “Ja, maar Br. Jeroen deed dat zo!”
Jammer, dat zijn laatste wens: nog even “goeden dag te zeggen” bij de leden van de Bond niet in vervulling kon gaan. Zo is, wat ons allen te wachten staat, een einde gekomen aan dit zo vruchtbaar leven. Als hij de laatste weken zei: “Ik hoop gauw thuis te zijn!” dacht hij echt niet aan de Pegasuslaan 24, want bij wist heel goed, wat er te gebeuren stond.
Bewonderenswaardig, in de volle betekenis van het woord heeft, hij zijn lot aanvaard.
De Heer geve hem de eeuwige rust. Hij ruste in vrede.