261 Br. Prudentius Johannes Cornelis van de Koedijk
Geboren te Etten-Leur : 10-07-1918
Ingetreden : 13-11-1936
Eerste professie : 19-03-1938
Eeuwige professie : 15-08-1941
Overleden te Bergen op Zoom : 29-04-1990
Zondag 29 april 1990 is Br. Prudentius van de Koedijk in het ziekenhuis “Lievensberg” overleden. Donderdag 19 april had de behandelende specialist van het ziekenhuis hem mee moeten delen dat zijn rechter onderbeen geamputeerd moest worden. Voorwaar geen geringe mededeling. Er was zoveel haast bij, dat Br. Prudentius zich zondag 22 april al moest melden om maandag 23 april deze ingrijpende operatie te ondergaan. Br. Prudentius leed al enige tijd aan suikerziekte en deze vormde de achterliggende oorzaak van deze ingreep. De operatie was in technische zin goed verlopen en Br. Prudentius is maandag en dinsdagmorgen nog bij het volle bewustzijn geweest. In de loop van dinsdag 24 april deed zich evenwel een ernstige complicatie voor. Br. Prudentius kreeg een beroerte en raakte aan de gehele linkerzijde verlamd. Vanaf dat moment bleef zijn toestand stabiel en was het afwachten of de verlamming zich nog zou herstellen. Zondagmiddag 29 april verslechterde zijn situatie plotseling vrij snel. Nog voorzien van het Sacrament der Stervenden is hij om ca. 18.00 uur van ons heengegaan.
Br. Prudentius van de Koedijk werd op 10 juli 1918 in Etten-Leur geboren. Op 18-jarige leeftijd trad hij bij onze Congregatie in. Van 1936 tot aan de evacuatie in 1941 verbleef hij in Huijbergen, alwaar hij zijn noviciaat doormaakte en huiselijke werkzaamheden verrichtte voor de wezen op Ste.-Marie. In november 1941 vertrok hij voor een maand naar Bergen op Zoom, om daarna enige maanden in Leur en vervolgens met de wezen naar de Nieuwe Dieststraat te verhuizen. Het was oorlogstijd, Ste,-Marie moest ontruimd worden en het vinden van de noodzakelijke noodoplossingen was de oorzaak van de onregelmatigheid. Op de Nieuwe Dieststraat vervulde Br. Prudentius de functies van portier, koster en kok. Bij het versieren van de kapel bleek al zijn voorliefde voor de bloemen- en plantenwereld. Na de oorlog was Br. Prudentius nog twee jaar in Halsteren, om in 1949 naar de Karrestraat te verhuizen. Daar vervulde hij wederom de funkties van portier, koster en kok. In 1951 werd hij koster en bloemist op de Kweekschool te Breda. Daar kreeg hij grenzend aan de speelplaats de beschikking over een bloemenkas en een aantal koude bakken. Hij volgde inmiddels de kursus land- en tuinbouw, waarvoor hij in 1956 slaagde. Deze kennis werd nog uitgebreid met het volbrengen van de driedelige kursus bloemisterij. Gezien de omstandigheden legde hij zich vooral toe op het zelf kweken van potplanten en snijbloemen. Naast zijn voorliefde voor bloemen en planten had hij ook grote belangstelling voor de bijenteelt. Midden in de stad Breda had hij een aantal bijenvolken, die met grote regelmaat elders in den lande werden uitgezet om honing te vergaren voor de kweekschoolbevolking. En streek er ergens in het Bredase een niet daartoe genode bijenzwerm in een boom of aan een dakgoot van een schuurtje neer, dan werd Br. Prudentius door een gemeentelijke dienst erbij gehaald om het onheil voor de omgeving op vakkundige wijze te verwijderen. Br. Prudentius was lid van de Bredase imkervereniging.
Wat zijn voorliefde voor de plantenwereld betreft, legde hij zich na het behalen van zijn bloemisterijdiploma’s toe op het technisch tuintekenen. Hij volgde jarenlang een niet bepaald eenvoudige opleiding hiertoe bij het PBNA. Hoewel hij deze studie niet heeft kunnen voltooien, vergaarde hij zich een dusdanige kennis omtrent de kunst van tuinaanleg, dat hij voor een enkel broederhuis, maar ook voor particuliere vrienden op de tekentafel tuinen ontwierp die er naar de smaak van de tijd zijn mochten. Zijn ontwerpen getuigden van een gedurfde aanpak. Moeite had hij er vaak mee, dat zijn tuinontwerpen als een sluitpost op de begroting werden beschouwd. Na de opheffing van het Kweekschoolconvent verhuisde Br. Prudentius, na een kort verblijf op het St. Jansklooster, naar Huijbergen, alwaar hij de zorg kreeg voor de serre en de omliggende tuinen. Naast de kweek van potplanten, eenjarige planten voor de tuinen van Ste.-Marie en de verzorging van snijbloemen, ontwikkelde hij vooral in het Huijbergse zijn grote voorliefde voor orchideeën. Door zelfstudie, het lidmaatschap van een orchideeënvereniging en connecties met deskundigen wist hij zich een grote kennis op dit aantrekkelijke, maar moeilijke gebied van de plantenwereld te verwerven. Hij wist in de loop der jaren een vermaarde collectie soorten bijeen te brengen en ook slaagde hij erin middels moderne kweekmethoden zeldzame soorten te vermenigvuldigen. Menigmaal sierden schitterende orchideeën de kapel en bij bijzondere gelegenheden stonden producten van zijn bloemsierkunst, waarin orchideeën opgenomen waren, door het huis verspreid, tot op de kamers van de broeders.
De laatste jaren heeft hij langzaam maar zeker zijn werk in de serre moeten afbouwen en heeft hij zijn collectie orchideeën deels overgedragen aan de orchideeënafdeling van de Landbouwhogeschool te Wageningen, deels aan een botanische tuin in Antwerpen en voor een ander gedeelte aan bevriende orchideeënkwekers. Door zijn lichamelijke handicap van het gebrekkig ter been zijn, met daarbij het achteruitgaan van zijn gehoor en het voortschrijden der jaren, was hij de laatste tijd gedwongen veel op zijn kamer te verblijven. Het is bekend, hij was voor anderen, maar ook voor zichzelf niet een van de gemakkelijkste.
Wat zijn ziekte betreft bleek heel duidelijk dat hij ook hard was voor zichzelf. Op geheel eigen wijze wist hij zijn voortgaande invaliditeit te dragen. Lijden en geloof wist hij met vallen en opstaan in zijn religieus leven te verenigen tot de mens die hij was. Hij heeft gelovig geworsteld met zijn karakter en zijn handicap. Hij wist zichzelf daarin kwetsbaar, maar was dienstbaar aan de ander volgens zijn eigen mogelijkheden. Veel steun vond hij in een kort gedicht van een medebroeder
CHRISTELIJK LEVEN
Waarom en waarvoor
kiest men dit leven?
Weet goed,
Dat het een opgaaf
Voor heel het leven is
En dat dan uw enige bekommernis
Een leven van geven is.
Als men zichzelf geeft
Aan God, voor de mensen,
Kijk niet terug.
Geheel en al
En zonder grenzen
Heeft men gekozen
Voor het lot:
Grenzend aan het werk
Van GOD
Moge Br. Prudentius de eeuwige rust gevonden hebben bij de Heer die hij om zijn schepping zo beminde.
Br. Eduard