IM263 Br. Melchior Cornelis Antonius Laming

263 Br. Melchior Cornelis Antonius Laming

Geboren te Teteringen : 08-11-1914
Ingetreden : 21-01-1934
Eerste professie : 19-03-1936
Eeuwige professie : 16-03-1940
Overleden te Huijbergen : 30-12-1990

Verscheidene maanden zijn voorbij gegaan zonder dat er zich in onze Congregatie een sterfgeval heeft voorgedaan. Het leek wel alsof iedereen zich inspande om gezond te blijven en te vechten tegen ziekte en gebreken. Dan ineens, op het allerlaatste ( moment voor het jaar 1990 ten einde liep, is er iemand die moegestreden is en het hoofd neerlegt. Op de ochtend van zondag 30 december kregen we plotseling. het bericht, dat Br. Melchior kalm en stil tijdens zijn slaap was overleden. Weer is een broeder heengegaan uit dit leven om deel te hebben aan het samenzijn met zijn Schepper.

Br. Melchior – Cornelis Antonius Laming – was afkomstig uit Teteringen en aanvaardde het leven als broeder in onze Congregatie in 1934. Hij was geboren op 8 november 1914 en toen hij 20 jaar was trad hij in als religieus, Broeder van Huijbergen. Na zijn voorbereidingstijd en studie aan de Kweekschool deed hij zijn eerste professie op 19 maart 1936 en beloofde hij voor altijd aan God en de Congregatie gebonden te zijn op 16 maart 1940. Intussen was hij het beroep van onderwijzer gaan uitoefenen in Bergen op Zoom, alwaar hij slechts korte tijd in de loop van 1937 aan twee scholen werkzaam was, scholen aan het Lourdesplein en in de Hoogstraat. Hij werd overgeplaatst naar Breda, waar hij aan de Lunetstraat negen jaar verbleef. Voor korte tijd kreeg hij een taak aan de ULO in Huijbergen, maar in 1948 ging hij voor vijf jaar naar de Roerstraat in Amsterdam. Na die jaren keerde hij terug naar het zuiden en werkte hij aan de basisschool in de Dr. Struyckenstraat in Breda en woonde hij toen eerst op de Kweekschool en daarna op het St. Jansklooster (1953-1961). Toen keerde hij nogmaals naar Amsterdam terug, aan de Pijnacker straat (1961-1964), en uiteindelijk vond hij zijn laatste standplaats in Oosterhout in de Bouwlingstraat en wel van 1964-1979. Toen bereikte hij de pensioengerechtigde leeftijd en bleef in Oosterhout als administratieve kracht.

Intussen was zijn gezondheid geleidelijk aan minder geworden, zodat hij de laatste jaren van zijn leven in Huijbergen ging doorbrengen. Als onderwijzer was hij bekend om zijn grote vertelkunst en in zijn vrije tijd maakte hij lange wandelingen, samen met een medebroeder. Meer en meer kreeg hij last van hoofdpijn en ook zijn gehoor werd geleidelijk aan slechter. Bovendien leed hij aan een vrij beperkt gezichtsvermogen, tot hij naast zijn ernstige slechthorendheid bijna geheel doof en geheel blind werd. Hij werd opgenomen op de verzorgingsafdeling van Ste.-Marie, alwaar hij deze kwalen met groot geduld wist te dragen. Hij moest verder vooral zijn kennis putten uit zijn sterk geheugen. Hij kon putten uit een schat aan oude kennis, gebeurtenissen en grappige voorvallen en hij wist er met zijn humor een interessante tint aan te geven. Tijdens de recreatie en de wandelingen met Br. Avellino kon hij honderd uitpraten over wat hij zich allemaal herinnerde.

Langzamerhand werd zijn kringetje kleiner en moest hij in huis blijven en op zijn kamer, tot er plotseling een eind aan zijn rijke leven vol beproevingen was gekomen. Enkele dagen na Kerstmis kon hij met de H. Schrift zeggen “Ik was in het duister, maar Gij hebt mij het Licht doen aanschouwen.” Hij werd verlost uit dit pijnlijk bestaan door het kleine kind van Bethlehem, onze Verlosser. Nu weten we zeker dat hij bij God is, die hij zo voorbeeldig als religieus gediend heeft. We hebben in Br. Melchior een goede medebroeder verloren, een voorbeeld voor allen. Zijn humor, vertelkunst, geduld in lijden en tegenspoed zullen we niet licht vergeten.
Maria, tot wie hij zoveel gebeden heeft op zijn stille kamer, zal voor hem een voorspraak zijn bij haar Zoon. Bij Hem moge hij als een trouwe vriend rusten in vrede en voor eeuwig in het Licht dat straalde boven de geboorteplaats van Christus in Bethlehem.

Melchior, wij zijn U dankbaar voor alles wat U voor de Congregatie en de medebroeders gedaan hebt in uw rijke leven vol verdiensten.

Br. Karel