276 Broeder Marcoen Van Dommelen.
Geboren te Dorst : 06-07-1920
Ingetreden : 10-09-1938
Eerste professie : 19-03-1940
Eeuwige professie : 19-03-1943
Overleden te Nijmegen : 23-07-1993
Op vrijdag 23 juli reed Marcoen zijn dagelijkse rondje op de fiets in Brakkenstein. Het was zijn manier om in beweging te blijven en zo zijn gezondheid op peil te houden. Bij de laatste contróle in het Ignatius ziekenhuis te Breda was alles nog in orde bevonden. Tijdens bewuste rit begaven hem zijn krachten en kwam hij te vallen. Een snelle tocht per ambulance en een wanhopige poging nog van de chirurg mochten echter niet meer baten; een slagaderlijke bloeding in de buik was hem fataal en werd het einde van een leven gewijd aan de dienst voor de ander.
Geboren in Dorst op 6 juli 1920, meldde Janus H. van Dommelen zich op 10 september 1938 aan de deur van Alverna in Huijbergen om in te treden in de Congregatie van de broeders van Huijbergen. Op 19 maart 1940 deed hij zijn eerste professie en drie jaar later sprak hij in de kapel van O.L.Vrouw ter Duinen zijn eeuwige geloften uit omdat de Duitsers tijdens de oorlog Sint Marie hadden bezet.
Als jonge broeder was Br Marcoen werkzaam als kok in Ossendrecht, Bergen op Zoom, Breda en Oosterhout totdat hij werd uitgezonden als missionaris in Indië. Hij vertrok op 14 november 1948 naar het land dat hij snel heel lief kreeg. Gemakkelijk en spoedig wist hij zich aan te passen aan de warmte en de nieuwe omgeving in Pontianak waar hij nog geen maand later voor de klas kwam te staan van de Michaëlschool en leider werd van het internaat. De sporen van een wrede oorlog waren toen nog niet uitgewist en de nood aan leerkrachten was zo groot dat voor de particuliere scholen van de broeders ook niet bevoegd personeel werd aangetrokken. Marcoen deed er alles aan om zoals hij gewoon was, goed te doen wat gedaan moest worden en wist door gebruik te maken van de mogelijkheden om alsnog in het bezit van onderwijsbevoegdheid te komen, een lang gekoesterd ideaal te verwezenlijken. De kunst om met mensen om te gaan hoefde hij niet te leren, de intussen opgedane ervaring als onderwijzer en opvoeder, waren voor het bestuur voldoende waarborg dat hij ook als hoofd van de door Br. Canisius opgerichte Chinese school goed zou kunnen functioneren. Op 20 oktober 1959 begon hij als hoofd van de Kanisius school op Siantan in Pontianak, van de school met het chinees als voertaal een gewone nationale lagere school te maken. Het was een karwei voor iemand met geduld en doorzettingsvermogen. Zijn onderwijzend personeel dat chinees sprekend was moest een ommezwaai maken, de bevolking rondom moest weten dat de Kanisiusschool er voortaan voor iedereen was, maar hij speelde het klaar om op zijn school een fijne hartelijke sfeer met brede Indonesische belangstelling te laten heersen. Hij had ook oog voor de lichamelijke welstand van de mensen en kinderen op Siantan en de Memisa was hem graag behulpzaam door hem paketsen met medicijn en verbandartikelen te sturen. De Memisa bleef hem ook later trouw omdat Marcoen trouw naast bedelbrieven zijn gezellige dankbetuigingen bleef sturen. Koen had trouwens zijn vrienden voor het leven.
Toen Br Marcoen op 4 maart 1975 naar Banjarmasin verhuisde om daar hoofd van de SD Bruder te worden en vertegenwoordiger van het schoolbestuur aldaar te zijn, liet hij in Pontianak een alom bekende, bloeiende school achter. Nauwgezet als altijd met oog voor dingen die het leven aangenaam kunnen maken werd hij ook in Banjarmasin een graag geziene gast. Thuis hielp hij op zon- en feestdagen in de keuken wel eens mee om een lekker hapje te maken. Die kunst in vroeger jaren geleerd had hij trouwens ook in Pontianak bijgehouden. Kipschotel ala Marcoen zou je ook tandeloos kunnen genieten. Twee jaar later kwam de benoeming tot huisoverste erboven op. Geen centje pijn, of toch. . ? Nog geen drie jaar later ging het mis. In de badkamer verloor hij het bewustzijn en hij werd liefdevol opgenomen in het ziekenhuis Suaka Insan o.l.v. de zusters uit de Filipijnen. Het werd een enkele reis Nederland op 23 februari 1980.
Hij onderging met succes een zware hartoperatie en hij vestigde zich bij zijn broer Alexius, waar hij tijdens zijn vroegere verloven dikwijls en lang was onthaald en zich had kunnen ontspannen. Hij werd een bewoner van het Brakkensteiner klooster met zijn eigen inbreng in de gemeenschap. Hij nam taken op zich, die hij vond dat ze gedaan moesten worden, hij hield van orde en netheid en regelmaat, nam als het nodig was de kooktaak op zich. Op deze manier was hij dienstbaar in de gemeenschap. Buiten het klooster stelde hij zich beschikbaar in de parochie en in het verzorgingstehuis als lector in de gebedsdiensten. Hij hield van reizen, waaruit zijn hobby s ontstonden n.l. een uitgebreide kennis vergaren over de spoorwegen en met ansichtkaarten zijn binnen- en buitenlandse reizen verwerken in albums. Voor Leer en Leven hield hij de huiskroniek bij en was zodoende een spreekbuis voor zijn convent t.o.v. de Congregatie.
Hij was een vroom man. De Eucharistieviering nam een voorname plaats in zijn leven en hij was trouw aanwezig in de parochiediensten. Naast het getijdengebed dat hij meebad met de gemeenschap gebruikte hij de Indonesische versie in zijn persoonlijk gebed; zo bad hij ook dagelijks op een vaste tijd het rozenhoedje in de kapel. Zes weken geleden heeft hij nog deelgenomen aan het gemeenschappelijk ontvangen van de ziekenzalving samen met de ouderen van Boszicht, niet vermoedend dat dit voor hem de toediening van de laatste sacramenten zou zijn. Waar hij kon was hij aanwezig bij uitvaarten van zijn medebroeders en oud-missionarissen; hij voelde zich daartoe verplicht. Met zijn familie onderhield hij hartelijke betrekkingen en hij toonde zijn hartelijke belangstelling voor hun wel en wee. Aan broer, schoonbroer en oom bewaren zij dankbare en fijne herinneringen. Ook wij die zijn dode lichaam op woensdag 28 juli naar het kloosterkerkhof te Huijbergen begeleidden zijn hem dankbaar voor al wat hij in zijn welbesteed leven heeft kunnen doen. Nu rust zijn ziel in de handen van de levende God, een God die zich nooit in iets zal laten overtreffen.
Een oud klasgenoot