014 BROEDER BENEDICTUS (WILHELMUS v. ZUNDERT)
Geboren te Sprundel : 28 – 01 – 1830
Ingetreden als Broeder van Huijbergen : 01 – 08 – 1859
Inkleding : 02 – 02 – 1860
H. Professie : 30 – 09 – 1863
Overleden te Huijbergen : 15 – 03 – 1900
Begraven op het kloosterkerkhof.
Broeder Benedictus was de tweede huisoverste van Ste Marie : 10 – 05 – 1872 tot 09 – 09 – 1886
Assistent van het Hoofdbestuur : 1888 – 1895
Eerste Huisoverste van het succursaa1 te Oosterhout : 1895 – 1899
Deze Sprundelse veekoopman was al bijna 30 jaar toen hij in 1859 in onze Congregatie intrad. Broeder Amandus vertelt van hem dat hij in de eerste jaren van zijn kloosterleven overdreven strenge boetvaardigheid deed, totdat dit in 1888 door de nieuwe regel verboden werd. Zijn uiterlijk had helemaal niets weg van een uitgemergelde asceet, integendeel hij was een toonbeeld van blakende gezondheid. Kort van stuk en geweldig corpulent waggelde hij zwaar en plomp breeduit zwaaiend met zijn mollige armen, door de Huijbergse landouwen.
Deze “zwaarwichtige” broeder Benedictus is waarschijnlijk de eerste jaren van zijn kloosterleven werkzaam geweest op de kloosterboerderij, die toen nog uitsluitend door de broeders zelf werd gedreven. Als gewezen veekoopman zal de aan- en verkoop en ook de verzorging van het vee bij hem wel in goede handen zijn geweest; hij had immers kennis van zaken op dit gebied.
Toch schijnt er in deze zwaargebouwde broeder Benedictus meer gezeten te hebben dan alleen maar kennis van koeien en varkens. Want toen in 1872 de eerste Huisoverste van Ste. Marie, broeder Petrus (Fr. Knops) als eerste succursaaloverste naar Ste. Antoine in Breda verhuisde, werd Br. Benedictus als zijn opvolger, dus als Huisoverste van Ste Marie aangesteld. Van 1872 tot 1886 dus 14 jaar lang heeft hij onder de supervisie de Overste Directeur Ant. Graumans deze functie bekleed en al die jaren dus de huishoudelijke werkzaamheden der broeders op Ste. Marie geleid, want veel meer had het ambt van huisoverste toen nog niet te betekenen.
In 1888 toen het bestuur der Congregatie volledig in handen der broeders kwam, werd onze broeder Benedictus door de stemgerechtigde broeders gekozen tot Assistent van het eerste Hoofdbestuur. Zeven jaar lang tot 1895 is hij dit gebleven. Toen hij in dit jaar de leeftijd van 65 had bereikt, moest hij dit assistentschap laten varen want hij werd uitverkoren tot eerste broeder-overste van het gloednieuw succursaal in de Arendstraat te Oosterhout. Samen met drie andere oudjes (de broeders Alfonsus, Ferdinandus, en de iets jongere Isidorus) heeft hij in dit Oosterhoutse land de hechte grondslagen gelegd voor de verdere succesvolle pedagogische activiteiten der Broeders van Huijbergen.
Het begin was heel simpel: een bewaarschool, catechismusonderricht aan de mannelijke jeugd en de verzorging van een klein aantal weesjongens, dit alles onder auspiciën van de Oosterhoutse Sint Vincentiusvereniging. Nu schijnt de goedmoedige Br. Benedictus er als eerste Oosterhoutse broeder Overste
vooral op uit geweest te zijn om de harten van de eenvoudige Oosterhoutse mensen te winnen voor de “nieuwe” broeders en bij de bevolking de nodige goodwill voor onze Congregatie aan te kweken. Vier jaar lang heeft broeder Benedictus in Oosterhout de scepter gezwaaid als Overste (1895 tot 1899).
Toen hij wat begon te sukkelen en kinds te worden, ging hij terug naar Huijbergen.
Ook daar wist hij zich nog verdienstelijk te maken in kleinere dingen en vooral door het gebed. Zacht en kalm is deze verdienstelijke werker op 70 jarige leeftijd in 1900 de eeuwige rust ingegaan.
Bronnen: – N.N.