Broeder Mauritio (Govardus Antonius Maria) Oomen.
Geboren te Roosendaal . . 09 – 09 – 1935
Ingetreden . . . . . . . 29 – 06 – 1955
Eerste professie . . . . 15 – 08 – 1956
Overleden te Huijbergen . 09 – 12 – 2018
Begraven te Huijbergen . . 13 – 12 – 2018

De in 1961 geopende Braziliaanse communiteit in Formosa heeft broeders nodig en in 1963 vertrekt hij, geheel in de stijl van toen zonder noemenswaardige voorbereiding. Het is 4 oktober, feest van Franciscus, wanneer hij in Santos, de grote havenstad van Sao Paulo voet aan wal zet in Brazilië. Hij begint als gymleraar, en daarmee ook aan een zeer vruchtbare periode in zijn leven. Van zijn 28ste tot zijn 54ste zal hij werkzaam zijn in Formosa. Er wordt hard gewerkt, misschien wel te hard.
Bij gelegenheid van de herdenking van het 25-jarig jubileum van de congregatie in Brazilië schrijft hij: “Buiten de gewone contacten via de school hadden we ook nog binding met de jeugd buiten de school. Om enkele voorbeelden te noemen: catechese, drumband, buitenschoolse activiteiten met al dan niet schooljeugd, vooral op gebied van sport. En dan zijn er nog de zogenaamde jeugdgroepen. Groepen van jongeren tussen 16 en 20 jaar of ouder die proberen Christus en het Evangelie centraal te stellen.” Zo werd een groep jongeren uit de middenstandsklasse bewust gemaakt van armoede en onrecht door hen in contact te brengen met daklozen in een buitenwijk van de stad, om hen op die manier tot sociale acties te motiveren.
Broeder Mauritio, onze Goof, “Geen woorden maar daden” was een van zijn slogans, niet alleen omdat het hem aan zijn geliefde sport deed denken, maar zo was hij. Geen grote woorden of lange beschouwingen, nee hij was een bewogen man die hield van aanpakken.
Misschien dat hij en zijn medebroeders te weinig aan zijn gezondheid gedacht hebben. In 1973 wordt hij opgenomen in het Franciscusziekenhuis en overgebracht naar het sanatorium te Bakel waar hij 10 maanden moet rusten om te genezen van tuberculose. Hersteld gaat hij in 1974 terug naar Formosa in Brazilië. Hij wordt o.a. directeur van de MOBRAL, alfabetisatie program voor volwassenen, en in de avonduren wordt er nog lesgegeven op het staatscollege. Een invasie van daklozen vraagt om hulp. Er worden basisgemeenschappen gevormd, en met financiële hulp van vrienden en bekenden, waaronder het Mgr. Frenken college in Oosterhout, is het mogelijk voor elk lid van de gemeenschap een perceel grond (40 x 13 m) beschikbaar te stellen waar een tuintje aangelegd kon worden en een huis gebouwd, na verloop van tijd verkreeg men eigendomsrecht op die grond.
Zijn gezondheid vraagt weer extra zorg als hij in 1981 met drie pijnlijke vernauwingen in de hartstreek wordt opgenomen in een ziekenhuis te Brasilia. Na een succesvolle hartoperatie komt hij voor herstel een maand of vijf naar Nederland, maar gaat daarna weer terug naar Formosa waar hij zo veel mocht betekenen voor anderen, maar waar ook anderen veel betekenden voor hem. Met hart en ziel, woorden en daden maakte hij vrienden, door zijn werk maar zeker ook door zijn oprechte meelevende persoonlijkheid. Zoals hij ook tijdens zijn verlof kon genieten van een gezellige avond met vrienden en familie, een goede maaltijd en een drankje.

Het probleem van alleenstaande werkende moeders vraagt om een oplossing. Dankzij de steun van vrienden en bekenden en in samenwerking met de vakbond CNEC kan een kinderopvang georganiseerd worden, waar in overleg met de werkgevers de werkende moeders hun tijd zo kunnen inrichten dat ze om beurten kunnen zorgen voor de kinderen. De manier waarop de betreffende vakbond later de samenwerking heeft stopgezet was een bittere teleurstelling. Teleurgesteld en verdrietig zeker, maar dankzij zijn opgewekt gemoed niet verbitterd.
Bestuurlijke verantwoordelijkheden waren hem niet vreemd. In Formosa en Cáceres was hij een aantal jaren directeur van grote favoriete scholen, maar ook binnen de congregatie werd een beroep op hem gedaan. Jarenlang was hij lid van het regionale bestuur in Brazilië te Cáceres, en van 2003 tot 2005 is hij lid van het algemeen bestuur in Huijbergen.
Een grote rol heeft hij gespeeld in de overdracht van het broederhuis aan het bisdom en van de scholen aan de Salesianen. In nauwe samenwerking met broeder Eduard is hij door een juridisch doolhof heen gegaan, waarin voor en tegens nauwkeurig werden overwogen maar ook vertrouwend op goede adviseurs die met hem meedachten. Op hoge leeftijd betrokken worden in het nemen van besluiten met verdragende consequenties is geen benijdenswaardige opgave.

Dankbaar zijn we ook voor de zorgzame en professionele aandacht van allen die hem verzorgden in deze laatste maanden van zijn dienstbaar leven. Dankbaar geven we hem nu terug aan de Heer van alle leven die hem Zijn liefde gaf en het vermogen daar met een levenslange toewijding handen en voeten aan te geven. Dat we steeds mensen mogen blijven ontmoeten, oprecht en meelevend zoals hij, onze Goof, onze broeder Mauritio.
br. bram
