IM061 BROEDER WILHELMUS DE RUYTER

061 BROEDER WILHELMUS DE RUYTER.

Geboren te Druten : 13 -10- 1885
Ingetreden : 04 -10- 1901
Eerste Professie : 03 -04- 1904
Grote Professie : 15 -04- 1906
Overleden te Huijbergen : 11 -02- 1934

Broeder Wilhelmus bracht een bezoek bij de broeders te Hulst, werd daar ziek en overleed enkele dagen nadien op 11 februari 1934. Deze broodmagere man, die stokdoof was, zodat hij nog een ouderwetse oorlepel gebruikte omdat de gehoorapparaten nog niet waren uit gevonden, heeft in Oosterhout bewaarschool gedaan en in Bergen op Zoom.
Uit zijn Bergsche tijd is bekend, dat hij daar viool speelde (toen al zo doof??) en dat hij regelmatig op bepaalde tijden de klas rust liet houden door het geven van slaaples. De jongens moesten dan met de armen over elkaar de ogen sluiten en maar stil slapen. In Oosterhout heeft hij naast de bewaarschool ook patronaat gedaan. In de oorlog 1914 – 1918 heeft hij heel wat moeten opknappen met Br. Salvator, die hem ook graag mocht.
Willem had de kantine en wist er een goede cent me te verdienen, in die tijd, toen er bijna geen inkomsten waren en de levensmiddelen duur. Later is de Willem naar de Karrestraat gegaan, hij onderhield het huis, schuurde regelmatig een paar cellen, als hij voelde dat hij griep kreeg. Hij was koster, zorgde voor de tuin, kippen en was portier. Dat laatste was niet eenvoudig als je doof bent. Soms sliep hij op 2 stoelen tussen de middag en dan sliep “tippie” zijn hondje op zijn schoot. Tippie wist dat hij op moest springen als Willem naar de bel moest. Nu gebeurde het wel eens dat Tippie onraad hoorde en als hij dan opsprong, haastte Willem zich naar de voordeur, waar niemand gebeld had. Een grote vriend van Willem was de beroemde Janus Jongbloed, die elke Dinsdag om een brood kwam, of als er geen brood was een dubbeltje kreeg. Een andere vriend was “Vadertje”. Dat was een zwerver, die vaak om middageten kwam en dan in de rijwielberging zijn maaltje gebruikte. Vadertje is wel eens een paar weken weggebleven als hij ergens een goede verzorging kreeg, maar later verscheen hij weer aan de deur. Hij sliep liever aan de slootkant dan onder witte lakens.

Willem heeft ook voor onderwijzer gestudeerd, maar het is hem niet gelukt het diploma te behalen. Hij had trouwens zijn eigen kijk op de studie.”Je moet niet altijd nieuwe boeken kopen, er staat hier een hele bibliotheek. Lees die eerst maar uit” dat was echter maar een grap.

Voor zijn ziekten kende ik Br. Wilhelmus niet. Een keer per jaar zag ik deze mensen eens. Dat was toen onder de jaarlijksche retraite. Het laatste huis voor zijn sterven was Hulst. Daar is hij ziek geworden. Zoals het gewoonlijk gaat, zeker nog in die tijd, eerst een tijdje onder behandeling van de huisarts. Toen die er ten slotte ook geen raad meer mee wist, naar Breda.
Dat was toen in die tijd de enige plaats, voor een internist. Daar is hij toen opgenomen in het Ignatiusziekenhuis voor onderzoek. Internist was toen Dr.Kleinzworming. Na enkele weken stuurde ze hem naar Huijbergen om te rusten zoals dat toen ook heten. Vermoedelijk een maagzweer werd ons gezegd. Br. Silvester maakte zich zoals gewoonlijk veel zorgen over Br. Wilhelmus. Br.Silvester wou natuurlijk direct weten wat Br.Wilhelmus mankeerde en vroeg dit ook aan Dr.v.d.Kar. Deze antwoordde: “Maar Br. Silvester toch, weken lang zoeken ze naar de oorzaak en vinden niets en nu moet v.d.Kar in vijf minuten zeggen wat het is”.
Br. Wilhelmus heeft hier ook vele weken op bed gelegen. Het was een prettige zieke. Ik vond het fijn om hem te verzorgen. Er kwam veel bezoek bij den ouden Willem, zoals men hem noemde.
Je kon er soms hartelijk lachen om zijn moppen. Hij knapte aardig op en kon na enige tijd wat opkomen en zelfs buiten wandelen. Maar Hulst lag hem na aan het hart. Dat was hem fataal. Toen hij haar hulst mocht, kwam de andere dag het telefoontje dat hij dood was. Blijkbaar was die emotie te veel voor hem.

Bronnen: Br. Lucianus Bastiaansen, N.N.

061ab Wilhelmus de Ruyter