088 BROEDER LONGINUS (A. VAN SPREEUWEL)
Geboren te Tilburg : 12 -09- 1891
Ingetreden : 29 -08- 1908
Kleine Professie : 01 -01- 1910
Grote Professie : 31 -08- 1912
Overleden te Huijbergen : 19 -05- 1950
Broeder Longinus werd in 1921 voor de Missie in Indonesië waar hij werkzaam geweest is tot 1949. Enkele jaren als overste te Kudus maar meestal op West Borneo.
Het begon in de donkere avond van 4 oktober. Broeder Eligius, thuisgekomen van de vergadering waarin de beslissing gevallen was voor de benoeming van de eerste missionarissen, riep hem toe: Ge bent erbij hoor Proficiat! Dank u H. Antonius” riep hij hard terug. Hij was dus heel blij dat hij naar de missie mee mocht. Anders had hij zijn patroon niet zo spontaan dank toegeroepen. Samen met Br. Canisius, Seraphinus, Maternus, Winfridus (die later moest vervangen worden door Br. Leo) en Br. Longinus zou hij in Januari 1921 vertrekken naar Singkawang.
Longinus stond toen nog in de bewaarschool aan de Boxhoornstraat. Hij kon heel goed met de kinderen overweg. Met Sinterklaas was hij Zwarte Piet en dan reed hij op de bok van een koets met een trompet in de hand en ook aan de mond) over de markt en door de Steenbergschestraat naar school.
Hij verleende ook hulp aan de kaarsenmakerij naast de studiezaal en de ijverig studerende broeders daar konden dan door het schot van behang mee genieten van de duetten die hij met zijn confraters repeteerde voor een of andere festiviteit in Huijbergen of nog eens nagenoot. Met volle borst klonk dan een lied van “De Lijkbidders” of een ander nummer over de stille boeken! Daar tussendoor werd dan nog wel eens gekijf gehoord van, of op de weesjongens die daar onder toezicht in de walmende wasdamp de tijd doorbrachten.
Broeder Longinus heb ik pas leren kennen toen hij wegens ziekte uit de missie van Borneo terug kwam. Ik heb wel eens gehoord dat hij daar prachtig werk heeft gedaan. Vooral ook door zijn werk onder de jeugd. Hij had daar een volledige harmonie opgericht. Een mes met aan twee kanten een snijvlak. Vrije tijd besteding voor de opgroeiende jeugd is een mooi iets. Ook voor de missie bij feestelijke gelegenheden, om dan eens voor den dag te komen. Een missionaris die zijn talenten goed gebruikt.
Jammer werd er door de specialisten in het toenmalige Batavia kanker aan de galblaas geconstateerd. Met een zacht lijntje werd hem aangeraden naar Holland te gaan. Het was wel niet erg werd hem gezegd. Iets onschuldigs wat in Holland wel beter zou worden. Ik heb hem met Br. Clemens op Schiphol af mogen halen. In het begin dacht de goeie man dat het ook beter werd. Maar langzaamaan voelde hij zich toch achteruitgaan. Maar hij trachtte die gedachte van zich af te zetten, wat ge wel meer tegenkomt bij zieken. Ik hoor hem nog zeggen “Och ze hebben het in Batavia erger gemaakt als het is. Ik steek een goeie sigaar aan en ga het bos in”.
Dr.v.d. Kar durfde het ook nog niet recht uit te zeggen, hoe het stond en zei telkens maar “Het valt erg mee, Het duurt altijd lang eer de volledige genezing komt”. De Goeie man probeerde telkens maar de moed er in te houden, niet te klagen en vriendelijk te zijn tegenover iedereen die hem kwam bezoeken. Op een keer komt Conrector Noyens bij zijn bed en zoals gewoonlijk de vraag: “Zo Br. Longinus hoe gaat het er mee?” “Meneer ik weet het niet meer! Ik ben zo ziek dat ik niet gapen kan”. Diezelfde woorden gebruikte hij. En nu is juist de Dokter geweest en die zegt dat alles goed is. Nee, nu weet ik het niet meer”. Nu vond ik het toch wel de tijd dat er eens rechtuit gesproken werd. Gelukkig kwam Rector Adriaansen het te horen die hem ook dagelijks bezocht. Dit mag ik niet vergeten. Zelfs als hij een dag weg was geweest en hij kwam ’s avonds om 9 uur thuis dan was het de vraag aan mij of Br. Longinus nog wakker was. Men kan van Rector Adriaansen zeggen wat men wil maar ik heb in mijn langen taak nooit een priester ontmoet die meer werk maakte van zijn taak aan het ziekbed. Br. Longinus is gestorven als een Heilige, vriendelijk, dankbaar en zonder klagen.
Bronnen: Br. Lucianus