IM114 Broeder Seraphinus van Tilborg

114 Broeder Seraphinus van Tilborg

Geboren te Alphen : 20-05-1888
Ingetreden : 15-02-1905
Eerste Professie : 26-08-1907
Eeuwige Professie : 26-08-1909
Overleden te Tilburg : 04-09-1961

Eén van onze pioniers van onze Indonesische Missie, Broeder Seraphinus is van ons heengegaan. Met dankbaarheid willen we hem gedenken, voor het vele goeds wat hij in zijn leven heeft gedaan, vooral voor de Missie.
Hij heeft op Borneo naam gemaakt. Wie kende de toean niet, die op de pasar zijn inkopen deed en Chinees sprak met de Chinezen, Maleis met de Maleiers en met allen de taal van het hart? De Japanse koopman bij wie men, als men voor een paar gulden gekocht had, een handvol koperen en zilveren muntjes mocht grabbelen uit een kist vreesde de handigheid van Broeder Seraphinus niet: diens succes zes en zeventig centen in één keer – was, mede door het applaus van de omstanders, voor de negotie meer reclame dan schade, en voor de vriendschap met zo’n goede mens moet je toch wat overhebben. De koelies werkten zich niet uit de naad voor de blanke man die – hun zwak kennende- hen een klein slokje wijn presenteerde; en wanneer hij, op de kinderen van de tauke s wijzende zei:”Die komen zeker ook bij de Broeders op school?”, was dat dikwijls niet tevergeefs gevraagd.
Broeder Seraphinus liet in de tropen een stuk van zijn gezondheid achter, maar gebleven is ook de zegen van zijn werk bij de internaatsjongens en onder de manschappen van de “ambachtsschool”, die “Toean cement” in hoge ere hadden.
Broeder Seraphinus is ook nog werkzaam geweest in twee voormalige conventen van onze Congregatie hier in Nederland, nl. in de “Jeugdcentrale” te Ginneken en op O.L.Vrouw ter Duinen.

Broeder Seraphinus had iets weg van een kunstenaar. Een moeilijk te bedwingen scheppingsdrang kenmerkte hem en er zijn weinig edele kunsten die hij niet beoefende. Bouwen was zijn lust en waar anderen het lawaai, de stof en de ongeregeldheden verwensen van een huis dat tot in zijn fundamenten onderhanden wordt genomen, ging het Br. Seraphinus te midden van die wederwaardigheden wonderlijk goed. Ook aan de schilder- en beeldhouwkunst durfde hij zich wagen.
Daarbij was Br. Seraphinus een meester van het woord. Men wist waar hij begon, maar niet waar hij eindigde, dikwijls wist hij het zelf niet. Hij liet zich in zijn praten drijven door de geest en moest meermalen zichzelf en anderen weer in het rechte spoor brengen door zich af te vragen:” Waar was ik ook weer gebleven?” Maar boven alles was Broeder Seraphinus een goede mens, de degelijke kloosterling, de echte broeder van Huijbergen, die door het wel en wee van de congregatie getroffen werd als door eigen vreugde en leed, de man van de Kerk, die er zijn hoogste voldoening in vond dwalenden met takt de schaapstal binnen te leiden; een ware Israëliet.
Prettig was het om aan te horen hoe hij tot zichzelf dikwijls zei: “Stomme liter” hoe hij bij het voorbidden zeer verstrooid kon zijn, bij het luiden van de klok gewoonweg een kwartier te vroeg of dat hij in zijn functie als koster bij het aansteken van de kaarsen er een of twee kon vergeten, het waren allemaal leuke evenementen.
Hij was een zeer prettige mens in de omgang en nooit was hem ook maar iets te veel.