IM149 Broeder Lebuinus Laurens Johannes Jacobus Peerden

149 Broeder Lebuinus Laurens Johannes Jacobus Peerden

Geboren te Breda : 18-02-1890
Ingetreden : 29-04-1906
Eerste Professie : 29-08-1908
Eeuwige professie : 03-09-1910
Overleden te Huijbergen : 29-01-1970

Broeder Lebuinus is , ondanks zijn niet geringe gaven, met weinig tevreden geweest. We zouden het ook zo kunnen zeggen, dat hem in zijn leven de eis is gesteld in zijn verlangens de matigheid te betrachten, en dat hij die opdracht heeft vervuld. Een opmerkelijke bescheidenheid heeft hem tot zijn laatste dag gesierd.

Wie hem heeft gekend, kent zijn belezenheid op velerlei gebied. Onder de leerlingen van de Kweekschool had hij de faam dat je hem tijdens de “stille ” studie voor alle vakken ter hulp kon roepen, de Engelse taal uitgezonderd.
In de kring van zijn medebroeders was hij op zijn best. Ze gaven hem overvloedige gelegenheid “neen” te zeggen tegen hun “ja”, en omgekeerd. Hij had het nodig tegengesproken te worden; als dit hem had ontbroken zou hij de gewone conversatie tenslotte zo maar saai hebben gevonden.

En veel meer had hij er de behoefte aan zelf in de contramine te zijn. Dat wil niet zeggen dat het spreken van Lebuinus alleen maar redetwisten was. Zijn belezenheid verschafte hem stof voor interessante min of meer stichtende verhalen, en uit de geschiedenis van de congregatie, die hij intens had meegeleefd, kon hij een schat van mooie, liefst komische, vertelsels te voorschijn brengen. Hij is meerdere malen gevraagd deze laatste op papier te zetten, maar dat weigerde hij standvastig, alsof het een beginselkwestie gold.

Met deernis hebben zijn medebroeders de neergang van zijn gezondheid gevolgd. De schone stem werd aangetast; Lebuinus voelde zich niet wel. Hij heeft vermoedelijk al spoedig beseft wat er, ondanks tijdelijke verbetering aan de hand was Zijn boute beweringen uit betere dagen: “Kerstmis haal ik niet meer”, of “Het zal zo eens plotseling met me gedaan zijn”, herhaalde hij nu niet meer.
Zolang het mogelijk was leefde hij het leven van de gemeenschap mee; pas toen hij voelde dat het niet meer kon, stemde hij er in toe in Huybergen verzorgd te worden.

Er is niemand die hem ooit heeft horen klagen.