160 Broeder Lodewijk – Adriaan Jan Antoon Jozef van Laarhoven
Geboren te Boxtel : 14-05-1919
Ingetreden : 19-01-1941
Eerste professie : 15-08-1942
Eeuwige professie : 15-08-1945
Overleden te Bergen op Zoom : 15-10-1972
In Memoriam van Br. Reginald.
Overgenomen uit Leer en Leven jrg. 27 november 1972
Donderdag de 12e oktober 1972 werd ons convent ‘s avonds opgeschrikt met de mededeling dat Br. Lodeijk spoorloos was. De klemmende onzekerheid werd pas zondagmorgen daaropvolgend opgeheven met het bericht van zijn dood. Hoe meer de uren verstreken, hoe meer bij ons het vermoeden groeide dat zijn verdwijning wel eens een tragische afloop zou kunnen hebben.
Br. Lodewijk was de laatste maanden uit zijn gewone doen. In juli – augustus was hij opgenomen in het ziekenhuis met lichte verlammingsverschijnselen. Na een langdurig en diepgaand onderzoek hebben de behandelende geneesheren Br. Lodewijk een zwaar dieet voorgeschreven en de noodzakelijke medicijnen. Na ontslag uit het ziekenhuis, bleef Br. Lodewijk zich niet fit voelen. Alles ging hem moeizaam af en zelfs in zijn spreken was die moeizaamheid te bespeuren. Zijn algehele gemoedstoestand was die van een mens die gekweld werd door sombere overwegingen voor de toekomst.
In zijn gesprekken die hij met zijn familie en medebroeders voerde, kwam telkens naar voren dat hij zich onmachtig voelde. Deze onmacht gevoegd bij zijn wankele gezondheid, maakte het leven voor hem tot een ondragelijke kwelling. Steeds opnieuw sprak hij zichzelf moed in en daar hij aan het eigen inzicht over zichzelf twijfelde, liet hij geen moment onbenut om bij anderen wat bemoediging te krijgen.
Natuurlijk vraag je jezelf wel eens af of je werkelijk voldoende ingespeeld hebt op zijn noodsituatie. Uit de gesprekken op te maken die gevoerd zijn na het bekend worden van zijn tragische dood, meen ik te mogen zeggen dat al zijn medebroeders getracht hebben hem wat op te beuren tijdens zijn ziekteperiode. Bij niemand heeft hij tevergeefs aangeklopt om gehoor te geven aan zijn dringende behoefte aan steun. Eigenlijk sprak hij zichzelf steeds moed in en was een luisterende medelevende broeder al voldoende om hem opgelucht weer aan het werk te zien gaan. Ook zijn laatste bezoek aan de huisarts gaf hem nieuwe moed.
Toch heeft onze broeder Lodewijk menselijkerwijze gesproken zijn situatie niet aangekund. Zijn sombere kijk op het leven tijdens zijn ziekteperiode overheerste in de gesprekken.
Telkens wist hij zich op te trekken aan anderen door het gesprek ongeveer als volgt te beëindigen “Och, Ik moet er doorheen zien te komen en niet te flauw zijn met mezelf.” Ik ben overtuigd van zijn goede wil om het leven weer in een goed perspectief te zien. Helaas is het anders uitgelopen. De dokter meent hier te moeten zeggen dat er een versneld degeneratieproces in de hersenen heeft plaats gevonden.
Door zijn onverwachte dood verliest de familie in hem een goede broer, oom en zwager; de congregatie een beminde medebroeder die vooral zijn beste krachten heeft besteed aan onze missionarissen en allen die hij middels het onderwijsbureau zijn diensten kon aanbieden.
Br. Lodewijk ruste in vrede.
Daar Rector van Berkel ziek was werd de uitvaartdienst verzorgd door de Eerw. Heer L. Testers die tijdens de dienst een prachtige en troostende predicatie hield.