IM012 BROEDER PETRUS (FRANCISCUS KNOPS)

012 BROEDER PETRUS (FRANCISCUS KNOPS)

Geboren te Weesen(in Pruisen) : 28 – 02 – 1825
Ingetreden : 09 – 11 – 1855
Inkleding : 22 – 05 – 1856
Professie : 24 – 09 – 1858
Overleden te Huijbergen : 11 – 05 – 1895
Begraven op het kloosterkerkhof.

Hij was in volgrang de 4e broeder.
Hij was de eerste huisoverste van Ste Marie: 19 – 3 – 1869
en eerste huisoverste van het succursaal te Breda, ” St. Antoine” van 10-5-1872 tot 17 – 2- – 1876.

Broeder Petrus was een bekwaam koperslager en maakte met A. Suykerbuyk, de smid van het dorp, een zeer goed werkende brandspuit voor de gemeente. De laatste jaren van zijn leven was broeder Petrus kinds.

Hoe die Pruisische weesjongen, vanuit het onbekende Weesen in Pruisen naar het verre Huijbergse land is gekomen, is ons niet bekend. Wel weten we dat hij in Huijbergen zijn echte Duitse aard niet heeft verloochend: werkzaam, energiek, vakbekwaam met een uitgesproken technische aanleg. Hij was een knap “koperslager” beweren de oudere broeders. Als bewijs hiervan moge dienen de fraai bewerkte zinken kop van de grote monumentale pomp die vroeger in de voortuin van het oude Ste. Marie ieders bewondering afdwong; onvervalst handwerk van onze Br. Petrus. En dan zijn “meesterstuk”, waarmee hij in die jaren in en buiten Huijbergen zijn grote roem heeft verworven en de algemene bewondering van jong en oud heeft opgewekt: een geheel nieuw type brandspuit, handwerk van broeder Petrus samen met smid Suykerbuyk. Of dit technisch wonder bij brand ook deugdelijk functioneerde, wordt verder niet vermeld, maar dat kan haast niet anders. De bewondering van jongens en broeders van Ste. Marie voor broeder Petrus steeg nog meer, als ze hem vrank en vrij, waarschijnlijk in “volledig broederornaat” over de daken en de dakgoten zagen wandelen. Gedurfde prestaties, die hij uit hoofde van zijn beroep als loodgieter, regelmatig moest verrichten.
Dat hij behalve een kundig vakman ook een degelijk kloosterling geweest zal zijn, bewijst zijn uitverkiezing en aanstelling tot eerste Onder-overste of Huisoverste van Ste. Marie onder het bestuur van Overste-Rector Nelen in 1869.
Drie jaar lang bleef broeder Petrus in het convent Ste. Marie deze taak vervullen waarna hij in 1872 in dezelfde hoedanigheid ook in Breda in het eerste succursaal “St. Antoine” de scepter ging zwaaien en de spits ging afbijten, helaas niet met blijvend succes. In 1876 kwamen de Bredase St. Antoine-broeders weer naar Huijbergen terug. Dat deze eerste poging in Breda tenslotte op een mislukking was uitgelopen, lag overigens volstrekt niet aan de ijver van de Huijbergse broeders en zeker niet aan hun zorgzame Overste broeder Petrus, maar aan een samenloop van omstandigheden.
De laatste jaren van zijn kloosterleven leed broeder Petrus aan steeds toenemende aderverkalking in de hersenen, een veel voorkomende ouderdomskwaal. Broeder Petrus stierf zacht en kalm op 11 mei 1895, in de gezegende ouderdom van 70 jaar, waarvan hij er 40 als Huijbergse broeder heeft doorgebracht.

Broeder Petrus Knops had het in het Hollands praten al ver gebracht. Maar hij was ook een grensbewoner, die veel in aanraking kwam met Hollanders. Zoo was één zijner zusters de echtgenote van den Heer Claeren, den vader van broeder Bonaventura.
Alleen bij onbewaakte ogenblikken kon men den Duitser weer kennen. “So geht’s in der Welt” zei hij dan, “Der ein hat den Beutel und der andre das Geld”. In de wereld was hij koperslager geweest en bezat het diploma als “Meester”. Naast zijn grote vakbekwaamheid stond Br. Petrus als religieus hoog aangeschreven, stipt in zijn plichten en nederig van hart.
In 1873 werd hij naar de St. Antoniusschool gezonden als Overste. De stadse jongens schenen hem te gauw af, hij kon er niet goed mee opschieten. Reeds in Febr. 1876 vertrokken de broeders uit Breda en toen kwam hij weer in zijn oude functie in Huijbergen. Op 69 jarige leeftijd, na 36 jaar geprofest te zijn geweest stierf hij op 11 mei 1895.
Bronnen: – Geschriften van broeder Pacificus
– N.N.