IM021 DER LUDOVICUS (JOANNES BOEREN)

021 DER LUDOVICUS (JOANNES BOEREN)

Geboren te Roosendaal : 15 – 10 – 1828
Ingetreden in de Congregatie : 16 – 11 – 1858
Inkleding : 17 – 09 – 1859
Professie : 21 – 09 – 1861
Overleden te Huijbergen : 26 – 10 – 1906
Begraven op het kloosterkerkhof.

In hetzelfde jaar en in dezelfde plaats geboren als broeder Vincentius (Jac. Blankers), trad broeder Ludovicus één jaar na deze stadsgenoot op 30 jarige leeftijd toe tot onze Congregatie. Al zijn 40 kloosterjaren heeft hij doorgebracht op Ste. Marie, waar hij het kleermakersvak uitoefende.
Volgens de oudere zegslieden, die hem als zodanig nog gekend hebben, moet hij een bekwaam en ijverig kleermaker zijn geweest, een waardig lid van het edele gilde van de ridders van de naald. De enige afleiding in dit eentonige kleermakersbestaan bestond voor broeder Ludovicus hierin, dat hij in zijn gezonde jaren regelmatig ging wandelen met de weesjongens, die erg veel van hem hielden. Het kleine, dappere kleermakertje was dan ook een vriendelijk, goedig en opgewekt broederke, die zich uitsloofde om anderen behulpzaam te zijn. Voor de rest van zijn kloosterleven heeft broeder Ludovicus vast gekluisterd gezeten op de bedompte kleermakerij van Ste. Marie.

Zoals dat in die tijd bij vrijwel alle gemeenschappelijke werkzaamheden een overgeleverd gebruik was, werd er gedurende de tijd van het silentium ook op de kleermakerij menig rozenhoedje afgedreund door de “stikkende” kleermakerij. Als leider van dit “togen- en broekenbedrijf” ging broeder Ludovicus zijn collega-naaldridders in het hard op bidden en voorbidden van het ene rozenhoedje na het andere voor. Urenlang kon hij dit volhouden, zonder dat zijn medehelpers ook maar even gelegenheid kregen om wat op adem te komen.
De vrome godsdienstige praktijken waren toen heel anders dan nu. En we mogen toch zeker niet twijfelen aan de innige vroomheid, de diepe godsdienstzin, de goede wil en bedoelingen van onze brave broeder Ludovicus. Het was een echte bidziel, die van het bidden nooit genoeg kon kreeg. Op de dagen dat de portiuncula-aflaat te verdienen was, liep hij volgens ooggetuigen letterlijk de hele dag van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat de kapel in en uit, steeds maar biddend en nog eens biddend. En toen hij op oudere leeftijd erg begon te sukkelen en een klein kamertje te zijner beschikking kreeg, waar hij praktisch niet meer uit kwam, bad hij gewoonweg heel de dag aan één stuk door. Meerdere jaren heeft hij geestelijk versuft en kinds, sukkelend en ziekelijk op dit kamertje en later op de ziekenzaal doorgebracht, terwijl hij steeds meer aftakelde.
Broeder Ludovicus is in 1906 totaal uitgeleefd en al biddend op 78 jarige leeftijd de eeuwige rust ingegaan.
Moge zijn onafgebroken gebed aan de Congregatie ten goede komen.

Bronnen: – N.N.