027 BROEDER BERNARDINUS – JOHANNES HUBERTUS SMEUR
Geboren te Waspik : 18 – 01 – 1862
Ingetreden in de Congregatie : 02 – 08 – 1886
Inkleding : 01 – 11 – 1886
Kleine Professie : 08 – 12 – 1888
Grote Professie : 08 – 12 – 1890
Overleden te Oosterhout : 23 – 01 – 1914
Begraven te Oosterhout.
Vanuit het Brabantse Waspik, waar hij 18 januari 1862 was geboren, kwam hij op 24 jarige leeftijd in 1886 vol goede moed Ste. Marie binnenstappen, om zich als nieuw lid van de Huijbergse kloostergemeenschap aan te melden. In zijn 28 kloosterjaren heeft hij allerlei bedieningen uitgeoefend, waarvan de twee meest in het oogspringende wel zijn geweest de functie van “lampenist” en die van assistent-ziekenverzorger.
Broeder Bernardinus was dus lampenist! We moeten ons verplaatsen in de tijd dat er op St. Marie nog veel petroleumlampen waren.
Aan de petroleumlampen was voortdurend veel zorg nodig. Gewapend met een trapje, een kan petroleum en een dot vuile poetslappen, trok hij er op uit. De ene lamp heeft nieuwe olie nodig, een andere moet een nieuw lampenglas hebben,..of het katoen moet hoger opgedraaid worden, of het lampenglas is zwart geblakerd, door de walm. Soms ging de lamp scheef branden enz. . . Zo werd broeder Bernardinus er nog al eens bij geroepen als het met het licht niet erg goed ging. Maar hij moest ook de gewone en normale ronde doen.
Zo was 60 jaar geleden broeder Bernardinus dag in dag uit, van ’s morgens tot ’s avonds bezig om de vele petroleumlampen op het oude St. Marie te verzorgen: olie bijvullen, glazen en lampen schoonpoetsen, katoentjes vernieuwen en bijstellen enz. enz. De vieze petroleumstank drong zelfs door in de kleren. Zo was onze lampenist werkelijk heel de dag in de olie.
Wat zijn karakter betreft was broeder Bernardinus een vrolijke, opgeruimde medebroeder, die graag had dat men tegen hem bezig was en hem wat plaagde. Hij was dan ook erg populair. Tussen zijn werkzaamheden als lampenist door, knapte hij nog vele andere karweitjes op. Zo assisteerde hij nog al eens in de ziekendienst. Hij was bij de zieken erg getapt; hij had er ook alles voor over. En juist bij de uitoefening van deze functie van ziekenverzorger is er een abrupt einde gekomen aan zijn betrekkelijk kortstondig kloosterleven.
In januari 1914 werd hij n.l. ter verpleging van broeder Clemens (P. v. Waterschoot) tijdelijk naar Oosterhout gezonden. De verzorging van deze ernstige zieke en de noodzakelijke nachtwaken vergden te veel van de druk bezette leden van dit convent. De kordate en geharde broeder Bernardinus zou deze zware taak van hem overnemen. Enkele nachten had hij er al bij gewaakt, toen op een avond de toestand van de patiënt zeer kritiek was. De zorgzame ziekenverpleger vreesde het ergste en bereidde zijn patiënt die avond dan ook voor op de naderende dood. Samen baden ze de gebeden der stervenden. Toen de bezorgde Overste ’s anderendaags ’s morgens al heel vroeg naar de toestand van de patiënt wilde gaan informeren, moest hij tot zijn grote schrik vaststellen, dat niet de doodzieke broeder Clemens, maar diens kerngezonde verpleger, Broeder Bernardinus, die nacht was overleden terwijl broeder Clemens kon na enige tijd weer normaal zijn werkzaamheden hervatten.
Bronnen: – N.N.