IM042 BROEDER JOANNES (WILHELMUS ANTONIUS PETRUS VAN KEULEN)

042 BROEDER JOANNES (WILHELMUS ANTONIUS PETRUS VAN KEULEN)

Geboren te Breda : 30 – 06 – 1838
Ingetreden in de Congregatie : 10 – 11 – 1856
Inkleding : 11 – 06 – 1857
Tijdelijke Professie : 24 – 09 – 1858
Eeuwige Professie : 15 – 09 – 1860
overleed te Huijbergen : 07 – 10 – 1922
begraven op het kloosterkerkhof.

Broeder Joannes was Huisoverste in Breda (Karrestraat) 1890 – 1900. Hij had de zorg voor de kleding van pensionairen en weeskinderen en voor de zieken.
Graag hoorde hij zich aangesproken als: “huisdokter” maar wanneer de kinderen soms zeiden: “kwakzalver” vond hij dat verschrikkelijk.

Bij het lezen van deze naam zullen de oudere broeders, die broeder Johannes nog gekend hebben, de statige, eerbiedwaardige, kaarsrechte figuur van broeder Johannes voor hun geestesoog zien verschijnen zoals hij in zijn laatste levensjaren rustig en waardig in de gangen en tuinen van Ste. Marie rondwandelde. Een aristocratische, aartsvaderlijke verschijning, die onwillekeurig, iets meer dan gewone, eerbied afdwong!
Broeder Johannes was dan ook iets aparts. Niet in ongunstige betekenis, integendeel. Iedereen was ervan overtuigd, dat broeder Johannes een voorbeeldig en plichtsgetrouw religieus was. Toch is zijn hele leven gekenmerkt door een zekere deftigheid, een ondefinieerbare aristocratische inslag, een onbewust uitsteken boven de anderen. Niet dat broeder Johannes dat zelf doelbewust nastreefde; het was geen opgelegde komedie, geen hooghartig meerderwaardigheidsgevoel, geen streven om te willen opvallen, of iets van die aard. Daarvoor was broeder Johannes te eenvoudig, te ongecompliceerd, te nederig ook. Het was bij hem meer een natuurlijke karaktereigenschap, de vrucht wellicht van zijn afkomst en zijn opvoeding.

Waarschijnlijk was broeder Johannes van deftige afkomst. Hij was een oom van de toentertijd wijd vermaarde volkspredikant en kanselredenaar, de Redemptorist Pater van Keulen. Na zijn professie in 1860 werd hij belast met de zorg voor de kleren van de pensionairen, en alles wat daartoe behoorde. Haast 30 jaar lang heeft hij als een zuinige moeder deze taak vervuld. Daarnaast fungeerde broeder Johannes ook nog zo’n beetje als “dokter” voor de kinderen: wat zalfjes smeren, dropjes geven, een verbandje of een pleistertje leggen enz. Op de titel “Dokter Jan” was hij bijzonder gesteld.

Broeder Johannes heeft 10 jaar de functie vervuld van Overste (eerste) van het succursaal te Breda in de Karrestraat. Weer terug in Huijbergen heeft broeder Johannes de taak van lingerist weer met evenveel ambitie en nauwgezetheid opgenomen, totdat hij begon te sukkelen en zich moest beperken tot het dichtplakken van brieven, het plakken van postzegels en het noteren van briefkosten voor de pensionairen.
In deze jaren bewoonde hij een eigen kamer op de zgn. “Herengang”, waar ook de Directeur en de Conrector hun kamers hadden. Bij zijn wandelingen in de bossen had een bepaald laantje zijn voorkeur: het later door hem genoemde: “Johannesdreefje”.

Ook over de toekomst maakte hij zich volstrekt geen zorgen: “Ik heb ik de hemel zoveel vrienden, die op me zitten te wachten! Ik verlang er naar bij hen te zijn!” Is er een mooiere gesteltenis voor de dood denkbaar?!
En toen hij de dood voelde naderen, wou hij als de H. Franciscus totaal onthecht van het aardse, zijn zuivere ziel aan God geven. “Broeder Vicaris”, zo sprak hij, “daar staat mijn wandelstok! Neem hem maar mee, ik wil aan niets meer gehecht zijn”. Zo ontving hij de laatste H. Sacramenten en enige dagen later op 7 oktober 1922 vond men hem ’s morgens dood, Zacht en kalm, zonder strijd was de 84 jarige grijsaard naar zijn goede vrienden in de hemel gegaan.

Bronnen: – N.N.