IM050 BROEDER INNOCENTIUS (ANDREAS JACOBUS KLEEMANS)

050 BROEDER INNOCENTIUS (ANDREAS JACOBUS KLEEMANS)

Geboren te Breda : 01 – 12 – 1884
Ingetreden : 21 – 06 – 1901
Eerste Professie : 29 – 08 – 1903
Eeuwige Professie : 26 – 08 – 1905
Overleden te Huijbergen : 28 – 01 – 1930

Reeds als kind was hij leerling onzer bijzondere school te Breda en muntte daar uit als een vrolijke, levenslustige student en daar hij zijn verlangen te kennen gaf om Broederonderwijzer te worden, werd hij geplaatst op de normaalschool te Huijbergen. Zijn examen onderging hij met glans en werd daarop 21 juni 1901 gekleed. 29 Augustus 1903 deed hij zijn eerste en in 1905 zijn eeuwigdurende professie. In dien tijd was onze Kweekschool gevestigd te Bergen op Zoom en al heel spoedig werd hij daar als leraar aangesteld. Verschillende bijakten (Frans en Engels) en ook die als hoofd der school werden door hem behaald. Vooral in natuurkunde muntte hij uit en het scheen dat de elektriciteit voor hem geen geheimen bevatte. Men kan van hem zeggen: “Hij was een brandende en lichtende fakkel en gij hebt u een wijle in zijn licht moge verblijden”.

In het jaar dat Nederland door vluchtelingen uit België overstroomd werd (19l4) en er duizenden in B.o.Z. gevestigd waren brak er roodvonk uit, dat ook onze Broeder aantastte. Z.E. scheen die ziekte verwaarloosd te hebben; maar zij heeft zich op hem gewroken, door het aantasten der nieren. Wekenlang was hij soms aan het ziekbed gekluisterd, en dan was hij weer onverdroten werkzaam. Hij was assistent van het Hoofdbestuur: (1918 – 1924) en tevens hoofd van de school van Ste Marie. Maar toen onze Broeders naar de Missie te Borneo vertrokken (1921) was er wel niemand, die zich meer voor de Missie voelde aangetrokken dan hij. Maar om zijn telkens terugkerende kwaal kon hij niet in aanmerking komen. Z.E. werd dan aangesteld als procurator en volgens het zeggen van vreemde missionarissen werden er geen zoo verzorgd als de onzen. Zelfs nog kort voor zijn dood verzekerde hij dat hij zijn leven opofferde voor de Missie, dat de heidenen zich toch mochten bekeren. Veel, heel veel diensten heeft hij onze Broeders in het Missieland bewezen en zeker zal hij daarvoor zijn loon reeds ontvangen hebben….. Veel kan de omstandigheid hiertoe bijgedragen hebben, dat zijn zwager, Zuster en kind reeds zoo vele jaren aan de spoorwegen op Java verbonden waren. Ook dezen waren vrienden en weldoeners onzer Broeders in N.I.

Broeder Innocentius heeft den laatsten tijd veel geleden. Er waren nachten dat hij niet slapen kon. Benauwdheden overvielen hem, het werd een ellende, die men niet uitspreken kon, maar altijd bleef hij geduldig, geen klacht kwam over zijn mond. Met het rozenhoedje in de hand lag hij te bed en was aanhoudend met Maria in gesprek. Die zal hem bij Jezus als trouwen dienaar ingeleid en voor hem het geluk des Hemels bekomen hebben. Wij kunnen dus verzekerd zijn een machtigen voorspreker in den hemel te hebben. Ik heb alles gegeven aan Hem, van wien ik het ontvangen heb en hem alleen voor mijn erfdeel gekozen. Ik heb Hem mijn tong, mijn talenten toegewijd (bidprentje). Overvloediger dan anderen heb ik gewerkt, niet ik, maar de genade Gods met mij.
Hij bereikte de leeftijd van 46 jaar
(uit geschriften van Br. Pacificus)