051 BROEDER MATTHIAS- PAULUS SCHIJVEN
Geboren: te Wouw : 17 – 11 – 1877
Ingetreden : 29 – 06 – 1896
Inkleding : 29 – 08 – 1896
Tijdelijke professie : 03 – 09 – 1898
Eeuwige Professie : 25 – 08 – 1900
Overleden te Huijbergen : 18 – 05 – 1930
Broeder Matthias was een goed timmerman.
Doch behalve dit vak was hij heel dikwijls kok in diverse huizen.
Gelukkig dat Broeder Matthias nog al van een verandering hield, want hij stond heel dikwijls op de lijst van verplaatsingen.
Zijn Vader was brievenverzorger te Wouw. Hij koos voor middel van bestaan het meubelmakervak en werd daarin ook een bekwaam gezel. Als zoodanig vestigde hij zich te Huijbergen en werd aldaar bij Dhr.v.Pul als knecht in dienst gesteld. Het voortdurend zien en omgaan met de Eerw. Broeders aldaar deed ook in zijn ziel het verlangen opkomen om broeder te worden en alzo in de Orde van den H. Franciscus te worden aangenomen.
Na enige maanden werd aan zijn verlangen voldaan en 29 juni 1896 werd hij in de Congregatie aangenomen. 29 Augustus daarop werd hij ingekleed en ontving hij de naam van Br. Matthias.
Reeds stond hij bekend als een ervaren meubelmaker en timmerman, maar als Broeder in het succursaal van Bergen op Zoom, Breda, Oosterhout en elders leerde men hem ook kennen als een bekwamen kok.
Iets eigenaardigs werd daarbij in hem opgemerkt dat hij de zaken zoo kalmpjes opnam. Zoo haastte hij zich al heel weinig met het middagmaal; wou dan de kachel niet trekken of kwam er iets anders tussen, dan geraakte hij niet op tijd klaar en ging men te laat aan tafel, dat voor de Broederonderwijzers niet erg gelegen uitkwam. Ondertussen deed hij 3 Sept. 1898 tijdelijke geloften en 25 Augustus 1900 eeuwige geloften. Daar Z.E. in Huijbergen steeds kon gemist worden, was hij elders in de succursalen werkzaam. En daar was hij ook nuttig wegens zijn gezelligheid in den huiselijke kring.
Kwaad werd hij nooit, hij nam alles steeds kalmpjes op. Roken kon hij buitengewoon, kaartspelen was hem een aangename ontspanning. Met tweetjes was hij reeds content en smousjassen zonder end, verdreef bij hem die akelige eenzaamheid in de succursaalhuizen bij recreatietijd.
Eindelijk constateerde de dokter dat Br. Matthias aan het hart leed en rust moest hebben. Hij werd dan naar het Moederhuis teruggeroepen en kon voor tijdverdrijf zijn oud ambacht weer opnemen en als timmerman zich weer nuttig maken. Het ging hem weer enige jaren goed, tot bij gelegenheid van het Patroonfeest van den Eerw. Overste (Silvester) en Nieuwjaar de oude kwaal weer te voorschijn kwam en een beroerte zijn leven in gevaar bracht. Toch kwam hij de kwaal weer te boven, maar de dokter verbood hem te roken.
Dit verbod kwam hem erg te stade, dan kon hij ook wel sterven. Hij hield zich echter goed en maakte het offer verdienstelijk. Vooral verzette hem het kaartspel. Men verhief hem tot directeur en als zoodanig kon hij zich zoo laten gelden. Geraakte men bv. in dispuut over de een of andere kwestie, dat men de regels van het spel niet opvolgde, dan klopte hij met zijn sterke vuist op tafel en zei, waar men zich aan te houden had. Rome had gesproken, en alzo was de zaak geëindigd; men kon in vrede verder gaan.
De man had vreemde manieren van doen. Eenvoudig en goed van hart heeft hij in de Congregatie veel goeds gedaan en wij hopen dat hij veel verdiensten voor de eeuwigheid heeft verzameld. De tweede beroerte was erger dan de eerste en die had hem tot een zeer ongelukkig wezen gemaakt, zoo de dood hem niet had overkomen.
uit: geschriften van Br. Pacificus
051ab Matthias Schijven