053 BROEDER QUIRINUS VAN NUNEN.
Geboren te Terneuzen : 02 -05- 1880
Ingetreden : 01 -03- 1896
Eerste Professie : 06 -03- 1898
Eeuwige Professie : 26 -08- 1899
Overleden te Breda : 13 -05- 1931
Toen ik Br. Quirinus leerde kennen was er al een heel stuk van zijn leven voorbij. Hij stond bekend als een zeer intelligent man die zeer goed met kinderen kon omgaan. Maar ook met volwassenen. Hij had vele vrienden, ook buiten het klooster. Hij behaalde lagere aktes voor Frans en Duits. Door zijn rijke begaafdheid op het gebied van zang en muziek was hij zeer populair. Hij was ook een zeer goed koordirecteur.
Als hij op het pensionaat eens voor de jongens kwam vertellen ging er al een applaus op zoo gauw hij binnenkwam. Hij liep op en neer over het toneel, zodat het niet alleen een vertelling was maar een declamatie te gelijk. Geen wonder dat de jongens aan hem hingen. Zo gauw hij maar op de speelplaats kwam liepen ze al naar hem toe.
Al heel gauw is hij ziek geworden. Ik geloof dat hij minstens 4 maal geopereerd is in zijn buik. De laatste operatie is hem noodlottig geworden. Ik geloof dat zo ongeveer de 10 laatste jaren van zijn leven een grote lijdensweg is geweest. Weer in de klas, dan weer naar het ziekenhuis, dan weer een ligkuur thuis, enz. enz.
Wat heeft die mens geleden. De grootste oorzaak van dat lijden was omdat de medische kennis nog zo ver achter was tegenover thans. Als hij nu nog leefde zou het zo niet zijn gegaan. Één ding mag ik niet vergeten, dat hij ondanks al die ellende zijn goed humeur wist te behouden tegenover iedereen. Hij kon ondanks zijn lijden echt grappig zijn. Ik herinner me nog zo goed, toen hij in de auto stapte ’s morgens om naar Breda te gaan voor die laatste operatie van de maag, die toen door Dr. v. Dissel zou geschieden. Hij zwaaide nog en riep: “Die sterven gaan,groeten U”. Zou hij er een voorgevoel van hebben gehad ??????
Br. Lucianus Bastiaansen.
Br. Quirinus zou Broeder geworden zijn zeer tegen de zin van thuis. Zo lang ik hem gekend heb, was hij ziekelijk. Hij moest elke dag om 11 uur afgelost worden en het was geen pretje om zijn klas over te nemen.
Hij was zeer populair bij de pensionairen. Zijn grote roem is geweest: de zangles. Niet alleen werd in zijn tijd het Psalterke van Hamers ingevoerd, waaruit na het lof een groot gedeelte der liederen aan de beurt kwam, maar vooral zijn gregoriaans was beroemd. Het jongenskoor zong rustig een graduale of een andere tekst terwijl hij niet behoefde te dirigeren maar op een afstand met iemand stond te luisteren.
Quirinus was ook een specialist in het genezen van eksters en spreeuwen op de speelplaats.
Hij bereidde zelf de medicijnen met vet, schoensmeer, pap e.d. en dan lagen de jongens op hun buik bij de kooi om te zien hoe de dokter de tamme dieren genas.
???????
Br. Quirinus was:
1. Zeer muzikaal en was enige tijd koordirecteur in St.Marie.
2. Een geweldige verteller, vooral indianenverhalen. Men hing inderdaad aan zijn lippen.
3. Zeer gezien op het pensionaat en de families der jongens. Het regende geschenken in de vorm van sigaren. Na zijn dood sleepte Br. Silvester twee volle manden uit zijn cel en bureau.
4. Een maaglijder en stond op streng dieet.
5. Lid van diverse liturgische verenigingen en kwam in verband hiermee vaak bij de Benedictijnen te Oosterhout (o.a. bij Dom van Gennep die later zijn pij aan de kapstok heeft gehangen)
6. Medewerker aan boekenserie “Stella Matutina”, een serie boekjes in het Frans, Duits en Engels voor de Mulo.
(Uitg. Paul Brand Bussum.)
053ab Quirinus van Nunen