IM055 BROEDER BONIFATIUS – ANTONIUS BEEKERS

055 BROEDER BONIFATIUS – ANTONIUS BEEKERS

Geboren te Princenhage : 05 – 05 – 1873
Ingetreden : 01 – 16 – 1894
Inkleding : 23 – 12 – 1894
Eerste Professie : 08 – 12 – 1896
Eeuwige Professie : 05 – 09 – 1898
Overleden te Huijbergen : 13 – 11 – 1931

“Broeder Bonifatius heb ik niet anders gekend”, schrijft Br. Lucianus Bastiaansen, “als iemand die er uit zag als een zwakke en zieke mens. Hij moest heel veel hoesten en was direct erg moe. Waarschijnlijk tengevolge van een hevige graad van bronchitis en astma. Waarschijnlijk heeft hij lange tijd in de broodkamer gestaan, waar vooral de wat oudere en ziekelijke broeders zich verdienstelijk maakten door het brood te smeren. In die tijd werden de boterhammen tevoren gesmeerd en kwamen zo op tafel. Maar behalve dit meer algemeen werk, wat door zieke en zwakke broeders tezamen gedaan werd, had Br. Bonifatius de zorg voor de boekbinderij.
In het klooster waren altijd boeken en tijdschriften die ingebonden moesten worden en hij had daar een mooie dagtaak aan. Br. Bonifatius was een zeer godvruchtig man, en liturgie was iets wat hem bijzonder interesseerde. Als de dienstdoende geestelijkheid maar een klein foutje durfde te maken dan wist hij dat wel te vertellen. Ook maakte hij “zelf korte gebeden die gebruikt konden worden bij het bezoek bij het H. Sacrament. Soms was het zo dat hij aan deze of gene jonge broeder het mooie en voorname van zo’n gebed onder de aandacht bracht. Andere keren kwamen ze uit eigen beweging bij hem met de vraag of hij iets had of kon maken, wat betekenis kon hebben in het leven van de aanvrager.
Br. Bonifatius stond bij de broeders bekend als iemand die de Overste naar zijn hand kon zetten. Zoals iedereen dat heeft, ging Br. Bonifatius wel eens graag op reis. Hij noemde dat dan: ”Naar de Beek toe gaan”. Hij kwam nl. van de Beek.
Dat ging in die tijd niet zo gemakkelijk. Als Br. Overste dan al zijn bezwaren had opgesomd, dan zei Br. Bonifatius meestal heel laconiek: “Dan maar gaan, Br. Overste”? Meestal was dan het antwoord van Br. Overste: “Vooruit, dan maar.” De zaak was hiermee afgewerkt.
Zijn ziekte heeft niet lang geduurd. Hij kreeg een infectie in zijn ingewanden, en doordat hij door zijn zwak gestel al zo hevig was afgetakeld had hij weinig weerstand meer. In enkele dagen was het afgelopen.
Heel terecht staat op zijn bitprentje: “De ijver voor Uw H. Diensten heeft mij verteerd”.

Bronnen: Br. Lucianus, N.N.

055ab Bonifatius Beekers