IM090 BROEDER PHILIPPUS (LAMBERTUS EDUARDUS LEONARDUS MARIA VAN WOERDEN)

090 BROEDER PHILIPPUS (LAMBERTUS EDUARDUS LEONARDUS MARIA VAN WOERDEN)

Geboren te Bergen op Zoom : 18 -05- 1886
Ingetreden : 10 -04- 1902
Inkleding : 21 -06- 1902
Kleine Professie : 27 -08- 1904
Grote Professie : 04 -10- 1906
Overleden te Breda : 04 -04- 1951

Behalve de gebruikelijke bevoegdheden voor het basisonderwijs behaalde broeder Philippus ook de bevoegdheden voor Frans, Duits en Engels. Hij was werkzaam als onderwijzer te Huijbergen (1905 -1907), Breda Karrestraat (1907-1908), Bergen op Zoom Hoogstraat (1908-1913) en weer naar Huijbergen (1913-1916). Vervolgens werd hij leraar aan de Franciscuskweekschool in Bergen op Zoom en verhuisde mee naar Breda (1916-1923). Daarna werd hij overste en leraar aan de U.L.O. in de Karrestraat te Breda (1923-1930) en verhuisde vervolgens weer naar Huijbergen waar hij leraar werd aan de U.L.O. (1930-1941). Verjaagd door de Duitse bezetting evacueerde hij met de Juvenisten naar Oud-Gastel en na de oorlog verhuisde hij mee naar Breda. Kort na Pasen overleed hij aan een ernstige hartkwaal.

Broeder Philippus is van ons heengegaan en heeft op ’t Juvenaat een leegte achtergelaten. Het ging ook allemaal zo vlug. Iedereen wist dat hij kalmaan moest doen, maar niemand vermoedde zo’n spoedig einde.
Vóór Pasen gaf hij nog zorgvuldig zijn proefwerken, bepaalde gewetensvol de rapportcijfers voor Frans en Engels en nam nog opgewekt afscheid van de jongens. Op de 2e Paasdag onder ‘t ontbijt moest hij echter naar bed. Pijnen in de hartstreek benamen hem de eetlust en beletten hem het slapen. Na enkele dagen constateerde de hartspecialist dat er een hartadertje gesprongen was en schreef absolute rust voor. Dat was voor hem een groot offer, want nu mocht hij geen bezoek meer ontvangen, iets waar hij zelf op gesteld was en wat hem blij maakte. Hij was niet graag alleen.

In de nacht van zaterdag op zondag na Pasen belde hij de ziekenbroeder, bood zijn verontschuldiging aan, omdat hij hem moest lastig vallen en gaf te kennen dat hij graag zo spoedig mogelijk bediend wilde worden. Hij voelde zelf dat hij achteruit ging. “Maak echter midden in de nacht maar geen consternatie”, zei hij, “liefst morgen onder de meditatie, en dan moest O. L .Heer me maar gauw komen halen”. Met volle kennis heeft hij die morgen de laatste H. Sacramenten ontvangen. Voor de hoogmis wilde ik hem nog even “een goede morgen ” wensen, maar ik vond hem half verlamd, tastend naar de ziekenbel. Hij was door een beroerte getroffen. Zonder nog tot bewustzijn te zijn gekomen is hij toen in de vroege morgen van 4 april overleden.

Zo is Br. Philippus van ons heengegaan – stil -onverwacht eigenlijk voor ons, … niet voor hem zelf.
Br. Philippus was een man van grote dienstbaarheid en toewijding. Hij was uiterst consciëntieus, en altijd een man van plicht. Altijd vol belangstelling voor de jeugd en voor zijn medebroeders. Hij was een stille kracht, hij was een bidder, die Gods genade wist af te smeken over het werk van de Congregatie speciaal voor zijn werk nu het juvenaat. De jongens hadden voor hem een stille bewondering. Het is hun niet ontgaan dat Broeder Philippus een heilige Broeder was. Hij was inderdaad een sieraad voor de Congregatie:

Van augustus 1923 tot augustus 1929 was hij Overste in het succursaal Karrestraat en trad in deze periode op als kroniekschrijver. Van de elf kroniekschrijvers die dit huis sinds de oprichting heeft gehad, is Br. Philippus de meest nauwgezette en de meest gedetailleerde geweest. Zijn werk beslaat 82 dichtbeschreven bladzijden en bevat een schat van gegevens op allerlei terrein uit die jaren.
Ieder belangrijk feit dat maar enigszins met het convent of het weeshuis verband hield, tekende hij op in een vlotte, aangename stijl. De periode van 1918 tot 1923 heeft hij getracht toch nog te achterhalen. Heel nauwkeurig tekent hij de langzame achteruitgang en ondergang van het weeshuis, de verwikkelingen bij de stichting van de Mulo-school enz. Gedetailleerd beschrijft hij de diverse verbouwingen en de veranderingen aan huis en school.

Bronnen: Br. Hugo, N.N.