IM112 Broeder Leonardus Teurlings

112 Broeder Leonardus Teurlings

Geboren te Tilburg : 07-07-1884
Ingetreden : 14-08-1902
Eerste Professie : 23-04-1905
Eeuwige Professie : 31-03-1907
Overleden te Huijbergen : 21-05-1961

Bij gelegenheid van het vijftig jarig professiefeest van onze Br.Leonardus schreef Br. Clemens over hem het volgende: Henricus Paulus Teurlings heeft aan de naam. Leonardus, die op 18 juli 1902 door de dood van de eerste Algemene Overste der Congregatie opengekomen was, op 16 november van datzelfde jaar voor de broeders van Huijbergen en een groot aantal personen buiten de Congregatie nieuwe voorstellingen verbonden, door hem bij de plechtige kleding te aanvaarden.

En nu is het inmiddels 52 jaar verder, en men vraagt zich af, als men de vitale Leonardus ziet, of de drager van die naam, zeker vooruit gegaan in deugd, wijsheid en in de wegen des Heren, wel zoveel verschilt van de novice een halve eeuw geleden. Harry Teurlings stamt uit Tilburg. Het mag merkwaardig heten, dat de broeders van Huijbergen betrekkelijk zoveel zonen tellen van de Fraterstad, en dat; de kloosterkandidaat van 1902, wiens familienaam bij de Fraters ook niet onbekend is – een naaste bloedverwant van Leonardus, Frater Constantio Teurlings, is er Magister van de Scholastieken, bij hen Aspiranten genoemd, in Huijbergen terecht is gekomen.
Hieraan is de Vader van onze Br. Rudolphus niet onschuldig: de oprechte genegenheid van dhr. Busch voor de Broeders van Huijbergen was dermate actief en practisch, dat een behoorlijk aantal broeders en juvenisten door hem de weg naar Huijbergen heeft gevonden. Maar dat is in de geschiedenis der Congregatie een hoofdstukje op zich: de Huijbergse oriëntatie van dhr. Busch heeft in ieder geval ook aan het leven van Broeder Leonardus richting gegeven.

Behalve de geestelijke kwaliteiten, die we in onze levende medemensen niet al te veel trachten te analyseren om hun bescheidenheid niet te kwetsen, bracht Br. Leonardus een bekwaamheid mee naar het klooster, die hem en te Congregatie veelvuldig ten goeie is gekomen. Hij heeft, alles bij elkaar geteld, hele divisies van hongerigen in die klooster-, pensionaats-, wezen- en juvenisten-refters gespijzigd; de Heren Directeur en Conrectoren in te tijd van hun inwoning in het Instituut wisten zijn keukentalenten te waarderen en de armen aan de kloosterpoort hebben zijn zorgen evengoed genoten als de ontelbaar vele klanten van de gaarkeukens uit de oorlogsjaren. Zijn kokschap was meer dan een vaardigheid; het was opgebouwd uit de elementen, die elke kunst kenmerken: virtuositeit en toewijding.

Als Broeder Laurentius van Nijnatten zaliger te waarheid heeft gesproken, dan kon Broeder Leonardus in die keuken met water meer goed maken dan een ander met boter; terwijl het hem niet te veel was in te tijd, toen de ijskasten voor de kloosters nog niet waren uitgevonden, ook snachte op zijn post te zijn om de spijzen tegen het bederf (en ook ook tegen kakkerlakken) te verdedigen.

Maar we konden , door lyrisch te werden ever een zo materieel gegeven, het vermoeden wekken, de leer van Matheus IVe Hoofdst, 4e vers, onvoldoende in ons te hebben opgenomen. En we zouden de Jubilaris onrecht aandoen, door hem alleen maar kok te noemen. Wel vinden we op zijn staat van dienst het woord kok of keuken met elf vermeld, maar wil men wat vollediger geïnformeerd zijn, dan diene men te weten, dat op de persoonsstaat van Br. Leonardus hij ook als bakker, slager, bloemist, portier en helper bij ziekte van anderen staat aangegeven, terwijl dit rijtje zeker onvolledig moet zijn, daar bijvoorbeeld de eervolle bediening van de Jubilaris, die van koster in de Huijbergse dorpskerk, er niet op te lezen is. In al deze functies heeft Br. Leonardus zich evenveel vrienden verworven als tafelklanten, kerkgangers, kloosterbezoekers en leveranciers, waarmee hij in aanraking kwam.

Zelfs voor de honden, katten en duiven is hij onweerstaanbaar. Ook het kleine vogeltje dat jaren geleden op de een of andere mysterieuze wijze hem had leren kennen, voelde zich veilig op het getijdenboek in zijn handen, en waar is de tijd naartoe, dat het gedresseerde varken in Bergen op Zoom, – neen, het was erg proper- hem naliep in huis, op gevaar af, dat het mee aan de voordeur de bezoekers zou ontvangen, als de kok voor de portier moest invallen.

Aan schilderachtige momenten is het kloosterleven rijk geweest. Dat Br. Leonardus in Haaren geen eens ze lang geleden pardoes van de keukentrap is gegleden, is niet zo een geweldige bijzonderheid: het behoort in Haaren immers tot de goede toon, dat men eens geducht van de ladder of de trap of uit een boom valt. Maar een avontuur, waarbij Br. Leonardus zijn fiets voor de Oosterhoutse tram niet kon stoppen, omdat zijn dikke buik hem het afstappen belette, de tram zelf dan maar stilhield, en behulpzame handen- niet die van de snode gedeserteerde medebroeders- hem met moeite uit de beknelling van stuur en zadel bevrijden, is wel het vermelden waard.

En zo zijn er talrijke, zoveel, dat er het eind van verloren zou zijn. Daar stoppen we dus mee. Waar we wel te aandacht op willen vestigen is het feit, dat onze gouden jubilarissen de dragers zijn van een traditie. Zij vertegenwoordigen in onze kring de eerbiedwaardigheid in hun persoon, en zij hebben contacten gehad met nog oudere broeders, zodat zij de schaarse documenten uit de begindecennia van de congregatie kunnen aanvullen door hun herinneringen. Laat Br. Leonardus bijvoorbeeld maar eens vertellen over Broeder Aloysius Hoosemans heiliger gedachtenis, klein van postuur, maar één van onze groten; het verhaal over de vroomheid van deze Broeder van Huijbergen, kan ons allen goed doen.
We wensen Broeder Leonardus nog vele jaren in gezondheid. Zijn witte haren knipt hij nog steeds zelf- duiden op een stijgend jarenaantal, maar ze sieren hem. Met nog de allerbeste wensen voor de toekomst sluit het stuk van Br. Clemens over het leven van Br. Leonardus bij gelegenheid dat Br. Leonardus zijn vijftig jarig professiefeest vierde.
w.g. Br. Clemens.

Zoals Br. Clemens al schreef was Br. Leonardus een zeer geziene figuur. Toen hij in Huijbergen woonde had hij zo een stel vrienden. Ook de kleine kinderen hadden graag met hem te doen. Br. Leonardus werd op een gegeven moment aan het ziekbed gekluisterd. Hij lag op de ziekenkamer van het Noviciaatshuis aan de straatkant. De gordijnen moesten opzij geschoven worden, want hij moest op straat kunnen kijken. Dat gaf wat afleiding. De kinderen wisten al heel gauw dat Br. Leonardus daar lag en voor ze naar school gingen kwamen ze nog even zwaaien naar Broeder Leonardus. En dat deed hem goed. Een tijd later werd hij overgebracht naar Ste Marie. Hij had meer verzorging nodig en daar was een gediplomeerde ziekenbroeder. En zo is hij toch, menig maal op neer gegaan van het huis op Ste Marie en Alverno. Maar langzaam maar zeker ging hij achteruit. Toen was hij verplicht op Ste Marie te blijven. Hij heeft veel moeten lijden.

In Haaren was hij al bediend op 9 maart 1958. Hij overleed vrij plotseling te Huijbergen 21 mei 1961. Bij zijn begrafenis getuigden ook de bewoners van het dorp Huijbergen van een hartelijk meeleven met de dood van deze in het dorp zo bekende en geziene figuur. Zowel de Zeer Eerw. Heer Pastoor te Weert als de Edelachtbare Heer Burgemeester A. van Agtmaal met tientallen andere dorpsbewoners waren bij de uitvaart tegenwoordig. Ook graaf de Chambure van Kuypers bossen wilde Br. Leonardus, die zo een hartelijk contact met deze familie onderhield, op zijn laatste tocht uitgeleide doen. Het was een waardige begrafenis van een verdienstelijke en beminnelijke medebroeder.