119 Broeder Amandus Schoenmakers
Geboren te Raamsdonkveer : 05-06-1978
Ingetreden : 24-12-1894
Eerste Professie : 02-02-1897
Eeuwige Professie : 03-09-1998
Overleden te Huijbergen : 08-06-1963
Br. Amandus, klein van gestalte, deed, zolang we hem kenden oud aan, maar bleef lang betrekkelijk fit. Hij maakte bij eerste kennismaking misschien de indruk kinderlijk te zijn, maar hij had een willetje waar veel voor moest wijken. Hij beschikte over talenten, die hem in het vervullen van velerlei belangrijke ambten goed te pas zijn gekomen: ’n vermogen om – inzake netheid, properheid en organisatie – alles te zien en te regelen; ’n evenwicht dat niet gauw verstoord werd; ’n kunst om met allerlei mensen om te gaan.
En als we dieper trachten te kijken: een zeer grote vroomheid; een deernis met armen en misdeelden; ’n warme liefde voor de congregatie. Als Novicenmeester heeft hij jaren lang reeksen van Broeders gevormd. Hij vatte dit ambt serieus op en durfde eisen te stellen. Lang is hij ook lid van het hoofdbestuur geweest – ook Vicaris. Als Overste van het st. Willibrordushuis te Breda kon hij de heel bijzondere drang van zijn hart volgen in het behartigen van het welzijn van kinderen, die de zegen van een goed tehuis veelal buiten hun eigen schuld hadden moeten missen.
Zijn laatste jaren waren niet gemakkelijk; de kruisen van de oude dag werden in overvloedige mate zijn deel, zodat hij naar de dood ging uitzien als naar een bevrijding. In groot vertrouwen op zijn Heer is hij gestorven.
uit: Familienummer Leer en Leven.
Bij het diamanten Kloosterfeest van Br. Amandus schreef Br. Silvester over hem:
“Het kleine schippersjongetje Gerard Schoenmakers, die als leerling van het Instituut Ste Marie te Huybergen zijn eerste indrukken van deze kostschool en van de Huybergse Broeders heeft opgedaan, zal er toen wel nooit aan gedacht hebben, dat hij nog eens als kloosterling zijn diamanten feest zou vieren, want geen haar van zijn krullenbol heeft er toen aan gedacht om broeder te worden, daarvoor was het schippersleven aan boord op Rijn en Schelde hem te lief.
Toch is hij in de Congregatie van Huybergen ingetreden, mede ook misschien onder invloed van de in die tijd zo bekende en geleerde Broeder Aloysius, die ruim 30 jaar lang op Sint Marie de leiding had van het onderwijs en die zo echt vriendelijk en prettig met zijn jongens wist om te gaan.
De oud-leerling Gerard Schoenmakers is Broeder Amandus geworden en hij wordt nu nog door duizenden oud-leerlingen van Ste Marie met ere genoemd. Heeft Br. Amandus dan op St. Marie en in de Congregatie zo veel gepresteerd? Volmondig moet deze vraag bevestigend beantwoord worden. Ja sterker mag nog gezegd worden, dat deze Broeder door de vele functies, die hem achtereenvolgens werden toevertrouwd, zijn stempel gedrukt heeft op de Congregatie wat nu nog in vele opzichten te zien is vooral wat properheid betreft -stond het Instituut toen en nu nog alom bekend om zijn netheid en properheid, dan is dat aan Br. Amandus te danken.
Als jonge broeder is hij begonnen als surveillant van de jongens op de kostschool, waar de Oversten in hem zoveel uitstekende hoedanigheden ontdekten, dat hij benoemd werd tot Novicemeester, zo hoog stond Broeder Amandus bij de broeders aangeschreven, dat ze hem bij de verkiezing van het Hoofdbestuur van de Congregatie kozen tot bestuurslid en zelfs later tot Vicaris.
“Jarenlang heeft hij zitting gehad in het Hoofdbestuur, tot hij eindelijk bij een verkiezing van het Hoofdbestuur bedankte voor deze gewichtige functie.
Broeder Amandus werd toen benoemd tot Overste van het Willibrordushuis in de Nieuwe Dieststraat te Breda, waarna hij bij de voleinding van de zesjarige periode, Overste werd in ons klooster te Oosterhout. Daarna kwam hij als Overste te staan op Sint Marie.
Voorwaar kan men hier wijzen op een prachtige staat van dienst in de Congregatie. In details te treden in al deze functies dat gaat niet, want dan zou de inhoud van Leer en Leven wat al te groot worden. Maar steeds heeft Br. Amandus al deze gewichtige posten met zoveel toewijding en kunde waargenomen, dat nu op zijn diamanten feest een eresaluut gebracht mag worden.
Enkele bijzonderheden mogen hier nog vermeld worden.
De Novicenmeester, Br. Amandus was een oprechte vader voor zijn novicen, die graag met hun moeilijkheden bij hem kwamen. Hij eiste echter stipte onderhouding van de Regelvoorschriften. Op een bijzondere wijze oefende hij die jonge mensen in het proper onderhouden van alle vertrekken in het huis. Broeder Amandus leerde hen werken. Hij kon niet zien dat het hier of daar vuil of slordig was. Was er ergens in dit verband een karweitje, dan was het steeds: “Kom broertje of frère, we zullen dat samen eens gaan opknappen.”Maar die, karweitjes waren zo menigvuldig, dat sommigen zagen weg te komen als ze Br. Amandus zagen aankomen of het “smidje” op zijn aambeeld begon te slaan, om daardoor te kennen te geven, dat hij druk aan het werk was. Wannes, de metselaar, en de knechts Janus en Dolf de Wit werden voortdurend ingeschakeld bij verbouwing en proper houden van paden en speelplaatsen en omgeving van het klooster, maar ze hadden graag met Br. Amandus te doen. In het aanbrengen of verplaatsen van deuren en ramen, die van praktische aard waren in het huis, was Br. Amandus zeer sterk, zodat de oude Br. Ignatius Verboven klaagde,dat hij door al die veranderingen de weg niet meer wist in het huis.
Toen Ste Marie in de laatste oorlog verwoest was, ontwierp hij een plan voor de nieuwe opbouw van het klooster, dat vele broeders praktisch vonden. Hij toonde daardoor, dat hij een goede kijk had op een doelmatige indeling van een klooster. Het Willibrordushuis was het Eldorado van Br. Amandus, in geen enkel huis is hij zo graag geweest als daar. De jongens van dat huis noemen Broeder Amandus altijd nog met ere( tot zover de hulde op het diamanten feest)
Op zijn oude dag verbleef Br. Amandus in Huybergen. Daar had hij nog de volle aandacht en verzorging voor de grot ter ere van Maria, in tuin Loreto. Kon hij het zelf niet meer dan stapte hij naar de Novicenmeester om een of twee helpers van de novicen. Dat de jonge broeders dat nu altijd graag deden kun je niet direct zeggen. Want het bleef niet bij dat ene karweitje. Ook had hij in het vijvertje bij de grot goudvisjes gezet. U kunt zich misschien indenken wat dat voor werk vroeg, temeer daar de dorpsjeugd daar ook wel eens op bezoek kwam.
Maar in al wat Br. Amandus deed voor de grot van O.L.Vrouw. of liet doen mogen we toch aannemen dat het was om zijn Maria devotie gestalte te geven.
Om even aan te geven dat broeder Amandus heus niet bang was het volgende: “Het oorlogsjaar 1940, werd een jaar van grote moeilijkheden en vormde het begin van een periode vol onrust en onzekerheid, op de Kweekschool te Breda. Zodra op 10 mei bekend werd, dat de Duitsers ons land waren binnengevallen, vertrokken de interne leerlingen onmiddellijk naar huis, behalve die uit Holland en Zeeland, daar de verbinding met deze provincies reeds was verbroken. De Postulanten en enkele internen vertrokken naar Huybergen.
Op 12 mei, Eerste Pinksterdag, moest men evacueren. Het hele convent sloot zich aan bij de burgerij en verliet vol angst en vrees voor de naaste toekomst de bedreigde stad. Alleen BROEDER AMANDUS bleef op de Kweekschool achter: misschien kon zijn aanwezigheid nog op de een of andere manier van dienst zijn. De tocht naar het onzekere werd een ware lijdensweg; via Hoogstraten en Westmalle vertrok men eerst naar Antwerpen; tot zover was men bijeen kunnen blijven. Verder echter raakte de troep verspreid en in verschillende richtingen trok men dieper België in. Sommigen bleven steken aan de Belgische kust; anderen kwamen tot in noord Frankrijk, enkelen zelfs in het uiterste zuiden van dit land, waar zij op een kasteeltje in de nabijheid van Toulouse enkele maanden gastvrijheid genoten. De Rector kwam na vele omzwervingen in Lourdes terecht. De toestand leek wanhopig, maar uiteindelijk viel alles toch nogal mee. Zo spoedig mogelijk de Nederlandse en Duitse autoriteiten aan de repatriëring van de vluchtelingen; ook de evacues zelf trachtten, toen de toestand wat opgehelderd was, zo spoedig mogelijk naar hun vaderstad terug te keren. Reeds op 4 juni kwam de eerste groep weer op de Kweekschool terug; uiterst blij dat ze weer veilig in hun vrijwel onbeschadigd gebleven klooster terug waren.
Een dag of tien was het door de Duitsers gebruikt als lazaret, maar met het verplaatsen van het front was dit naar meer zuidelijke richting vertrokken en kwam de Kweek weer vrij. De Broeders van Karrestraat en Dieststraat die al eerder terug waren, hadden onder waakzame leiding van Br. AMANDUS het huis verder in goede staat gehouden. Dit verhaal is te vinden in Leer en Leven, juli 1957 en is geschreven door Broeder Chrysostomus.
Hier wilde ik het alleen plaatsen omdat de kleine maar dappere Br. Amandus hier daadwerkelijk heeft laten zien dat hij voor geen enkele moeilijkheid uit de weg ging. In dankbaarheid denken we terug aan het vele goeds dat hij in de Congregatie gedaan heeft als echte broeder van Huybergen.
N.N.