124 Broeder Ignatius Ooninckx
Geboren te Breda : 26-04-1889
Ingetreden : 15-10-1921
Eerste professie : 27-05-1923
Eeuwige professie : 30-05-1926
Overleden te Bergen op Zoom: 30-05-1964
Broeder Ignatius had het land aan aarzeling en onzekerheid en aan het zich zorgeloos overgeven aan wat het komende uur brengen zou. Man van de improvisatie -tenzij die van het gevatte woord- was hij niet. Alleen de dag die van te voren in schema was gebracht ging hij met vertrouwen tegemoet. Broeder Ignatius was een man van de klok. Tot zijn laatste levensdag toe legde hij, als het gebed in de kapel begon, zijn horloge zorgvuldig op de bovenrand van de kerkbank, om zich ook onder het bidden het vliegen van de tijd bewust te blijven. Toen hij op de morgen van de 12e september de tijd verwisselde voor de eeuwigheid, stond op een stoel vlak bij zijn bed nog de manende wekker en het lampje, dat het hem mogelijk had moeten maken ook in de nacht de tijd naar believen af te lezen.
Ieder van ons heeft kennis gemaakt met zijn strikte eerlijkheid, zijn robuste mannelijkheid, zijn warsheid van overdreven formaliteiten en van overtolligheid.
Het is een raadsel, hoe zijn vrede-nemen met – of voorkeur voor – de aanwezigheid van een onverstelbare hoop rommel op zijn kamer gerijmd kon worden met zijn liefde voor systeem en regelmaat. Vooral in de jaren van zijn magisterschap, maar ook daarna nog wel wat, leek deze kamer meer op een supermarktje dan op een woonvertrek. De orde was in deze chaos toch in zoverre aanwezig dat Ignatius precies wist waar alles lag, stond, hing of zweefde.
De jaren 1936 – 1938, waarin hij Overste was van O.L.Vrouw ter Duinen en de Broeders juist omwille van het nogal ongeregelde jeugdwerk dáár waren, moeten slechts als een ongemakkelijk intermezzo in zijn kloosterleven worden beschouwd.
In de geschiedenis van onze congregatie zal Broeder Ignatius wel als Novicenmeester bekend blijven. Hij was dat van 1929 – 1936 voor zijn eerste aanstelling was pauselijke dispensatie nodig wegens nog te geringe religieuze anciënniteit en van 1939 tot 1957. Misschien heeft Br. Ignatius zichzelf het best getekend in zijn “Gewetensonderzoek”, een werk van vele honderden geschreven bladzijden, dat wel bewaard zal zijn.
In de loop der jaren begon het Magisterschap hem te zwaar te wegen. Ook daarin was hij nuchterling, dat hij bewust was te verslijten voor dat ambt. Hij heeft dat herhaaldelijk tegenover zijn Overste uitgesproken en augustus 1957 was voor hem een bevrijding.
In Bergen op Zoom is hij stilaan en ten slotte in snel tempo een oude man geworden. Dat betekent niet dat hij het werken er aan gaf. Integendeel, hij heeft de laatste jaren in dienst van het Onderwijsbureau van de Congregatie en van Br. Overste, letterlijk tot zijn dood stapels administratie verzet.
In de herinnering aan Br. Ignatius is het element van genegenheid vanzelfsprekend. Zijn oude novicen zullen er geen moeite mee hebben zijn gedachtenis te eren,omdat ze wel weten dat hij alleen dat heeft geleraard waarvan hij zelf overtuigd was.