137 Broeder Adrianus – Petrus Wilhelmus Kroft
Geboren te Ter Aar : 13-08-1910
Ingetreden : 15-01-1930
Eerste professie : 16-08-1931
Eeuwige professie : 16-08-1934
Overleden te Huijbergen : 05-01-1968
Toen Br. Adrianus in 1935 benoemd was voor het werk van de Congregatie in Indonesië, heeft de “Keuringsraad van het Medisch Missie-Comité” hem nog even in spanning gehouden. Deze Raad verlangde wegens zeer lage frequentie van de pols, een elektrocardiogram; pas daarna kon de definitieve goedkeuring voor de tropen worden gegeven Onzekerheden omtrent zijn gezondheid heeft Br. Adrianus ook later wel gekend.
Toen hij in 1964 in het ziekenhuis te Bergen op Zoom aan zijn been geopereerd was, verwonderde hij er zich over dat er een inhalatietoestel deel uitmaakte van de apparatuur die hem genezing moest brengen. Maar hij slaagde er bijzonder goed in, om met dit soort onzekerheden te leven. Of, wat ook mogelijk is, hij gaf zijn innerlijke bewegingen op dit terrein niet veel prijs, zo min als hij dat deed, toen hij wist dat de menselijke wetenschap hem niet meer ion helpen. We weten allen met wat een bovenmenselijke moed hij de ellende van zijn ziekte heeft gedragen zonder een klacht. Zijn reacties op vragen naar zijn toestand die hij moeilijk kon negeren, kleedde hij liefst in een schertsend woord. Er ging hem niets zo slecht af, dan als middelpunt van de belangstelling te fungeren. Hij wist daar geen raad mee. Bij zijn afscheid in Oosterhout, toen hij een woordje sprak, bracht hij door de onhandigheid van zijn gebaren het auditorium aan het lachen, en toen hij een week voor zijn dood aan schrijver dezes de steun van een Weesgegroetje vroeg, had hij in dat punt nog weinig bijgeleerd; het was of hij zich schaamde de aandacht op zichzelf te vestigen.
Van deze gereserveerdheid had hij minder last als hij zijn bekommernis uitsprak over anderen. Hij maakte er geen geheim van dat het hem zwaar viel te leven met onzekerheden in godsdienstig en religieus opzicht, waarmee hij in de laatste jaren van zijn leven werd geconfronteerd. Ik herinner me zijn verontwaardiging naar aanleiding van de beweringen die – in 1964- een amateurtheoloog in een katholiek verenigingsblaadje als vernieuwing had opgediend.”Dat is bestemd voor gewone mensen”, zei hij, “kan dat zo maar?”, De toekomst van de Congregatie en van de Kerk in het algemeen ging hem zeer ter harte en vervulde hem met grote zorg. Zijn ziekte en lijden heeft hij welbewust gedragen en geofferd tot welzijn van de Kerk en de Congregatie. Dat staat er terecht op zijn gedachtenisplaatje.
Een niet-katholieke dokter, die de innerlijke kracht en de toewijding van Broeder Adrianus had leren kennen, zei tot een katholieke collega over onze Broeder: “Dat is een heilige Pater”. Het zou niet oninteressant zijn,als andersdenkende medechristenen de zorg tot canonisatie uit onze handen zouden overnemen, nu de heiligen van de kalender gaan verdwijnen. De normen zouden wat anders en misschien wat minder streng komen te liggen dan in Rome, maar de procedure zou een belangwekkende lijst van namen kunnen opleveren.
De trouw van Br. Adrianus aan wat hij beloofd had, kan ons een inspiratie zijn; zijn vroomheid blijft voor elk van ons onverdacht, en zeer waarschijnlijk zou hij het als een zonde tegen de natuur beschouwd hebben als men zijn deernis met de nood van de mensen had willen scheiden van zijn liefde tot God.
Ik betwijfel of hij deze liefde ooit tegen iemand uitdrukkelijk heeft gesproken, maar ik meen niet bezijden de waarheid te zijn als ik zeg, dat heel zijn gebed en zijn aandacht op zijn Heer was gericht, terwijl zijn leven – in het schoolwerk in Nederland en Indonesië; in dienst van de zieken gedurende de Japanse gevangenschap;
en zelfs in het verrichten van eenvoudige werkzaamheden tijdens zijn laatste ziekte – één grote christelijke daad van liefde voor zijn naaste is geweest.
Br. Clemens.
Mgr. W Demarteau,Bisschop van Bandjarmasin schreef in zijn condoleance, dat hij Br. Adrianus meer dan 20 jaar gekend had als een echt religieus man, als missionaris, als een edelmoedig mens die altijd klaar stond om anderen te helpen. Ook naar de familie van Br. Adrianus schreef hij een brief. “Ik ben er diep-zeker van dat hij nu thuis is” schreef Mgr Demarteau.
Hij was een man van groot geloof en echte overgave aan de H. Wil van God, waardoor het hem mogelijk was zijn ernstige ziekte toestand rustig en kalm onder de ogen te zien. Arbeidzaam en plichtsgetrouw heeft hij het beste deel van zijn leven gegeven aan de opvoeding van de jeugd van Zuid-Borneo. Ofschoon zelf geen ziekenverpleger, heeft hij tijdens de Japanse bezetting, zich zelf niet gespaard om zijn medegevangenen verlichting te brengen, in hun ziekte en lijden.
De toekomst van de Congregatie en van de Kerk in het algemeen, ging hem zeer ter harte en vervulde hem met grote zorg. Zijn ziekte en lijden heeft hij welbewust gedragen en opgeofferd tot welzijn van de Kerk en de Congregatie.