138 Broeder Xaverius – Christianus Antonius Walkers
Geboren te Hillegom : 23-11-1899
Ingetreden : 03-06-1920
Eerste professie : 24-01-1922
Eeuwige professie : 25-01-1925
Overleden te Bergen op Zoom : 05-03-1968
Een paar dagen vóór zijn dood zei Broeder Xaverius tot een medebroeder die hem in het ziekenhuis bezocht: “Ja, het komt er nu op aan mooi stil te liggen en braaf te zijn; niks voor Xaverius.
In de laatste drie woorden tekende hij zichzelf.
Hij hield er niet van de dingen op zijn dooie gemak te doen.
Toch was deze “geweldige” de laatste tien jaren van zijn leven door hartaandoeningen tot kalmte gedwongen. Zijn praten had niets van de wat gejaagde energie die hem voortstuwde verloren, maar in zijn werken moest hij voor zichzelf de rem aanleggen.
Dit onnatuurlijk-doen was hem een zwaar kruis. En menigmaal was de natuur sterker dan het dokterswoord en de eigen ervaring. Broeder Cyrillus weet wel, hoe zijn compagnon-in-het-bos-beheer het jakkeren niet kon laten, en als Br. Cassianus het gevogelte in het bospark verzorgde, hoorde hij dikwijls Xaverius de bijl in het hout slaan of hij twintig was.
De dokter die Xaverius in diens ziekte behandelde, kende de zwakheid van zijn hart; maar de Bredase arts, waarvan hij jarenlang de assistent was, wist van dat hart de goedheid en de rijkdom. Hij was 25 jaar ziekenbroeder in het St. Willibrordushuis en nog menig jaar in andere huizen; geen zachter en bezorgder verpleger dan hij. Deze attente aandacht voor anderen en rondborstige, hoekige eerlijkheid in praten en doen kunnen onverenigbaar lijken; in feite maakten ze Xaverius tot de mens die we niet anders wensten.
Over zijn toestand in zijn laatste ziekte maakte hij zich geen illusies.
“Ja, Piet” zei hij tegen zijn vriend, dhr. Timmermans, “ook ziekenverzorgers krijgen hun beurt”, maar hij verzekerde dat sterven hem geen angst aanjoeg.
Evenals de beiden die hem een paar maanden geleden in de dood zijn voorgegaan laat hij de herinnering aan een op God en de naaste gericht leven na;
achter de scherts zeer serieus; en gesierd door een mannelijke vroomheid zonder franje.
Br. Cl.