IM139 Broeder Athanasius – Johannes Babtist Van Dongen

139 Broeder Athanasius – Johannes Babtist Van Dongen

Geboren te Oosterhout : 29-07-1890
Ingetreden : 29-04-1906
Eerste professie : 01-01-1910
Eeuwige professie : 31-12-1911
Overleden te Breda : 21-04-1968

Nu moet er voor de redactiesecretaris van ons tijdschrift, die bij het overlijden van een medebroeder nooit zou vergeten om voor “Leer en Leven” een herdenkingswoord te vragen, zelf een “In Memoriam” worden geschreven.
Hij heeft in vroeger tijd ons blad lang verzorgd en de nummers voor een niet gering deel met zijn artikelen gevuld. En toen de Algemene Overste hem enige jaren geleden vroeg het redacteurschap opnieuw op zich te nemen,heeft hij dit werk met genoegen hervat. We kunnen vermoedelijk wel echt menselijke motieven vinden waarom hij graag ja zei op het voorstel van de Algemene Overste. Hij was, hoewel geen drukke prater, er niet afkerig van zijn standpunten bekend te maken, ook al kwamen die soms niet overeen met gevestigde meningen. En in dit hervatte redacteurschap zag hij een zinvolle tijdsbesteding voor zijn zogenaamd emeritaat. Maar wat hem vooral hierin aantrok was de overtuiging dat het een Congregatie – taak was, want voor de congregatie had hij een grote liefde; en die deed hem de teleurstellingen, die aan het beheer van een eigen blad in voldoende mate verbonden zijn, op de koop toe nemen.

Vooral in de ULO-sector van het onderwijs heeft Br. Athanasius zijn juiste plaats gevonden. Hij heeft de opkomst en de bloei van dit onderwijs meegemaakt en bevorderd en het in belangrijke bestuurlijke functies gediend. Van het”R.K.Muloblad” voerde hij geruime tijd de redactie en de huidige bestuursleden van de R.K. Ulo-verenigingen vonden hem de man om bij het 50-jarig jubileum van het blad het feestnummer te verzorgen. Maar op het telefonisch verzoek moest het antwoord worden gegeven dat hij in de afgelopen nacht was overleden.
We zouden er dankbaar voor zijn als een insider aan de verdiensten van onze overledene op dit terrein een wat uitvoeriger artikel in “Leer en Leven” wilde wijden. Daarin zou als vanzelf het licht vallen op de enorme energie die hij in zijn leven heeft ontplooid, en die hem tot vlak voor zijn dood tot werken dreef.
Naast het rechtstreekse schoolwerk in de ULO zouden zijn redacteurschap van de Frans-Duits-Engelse leesboekenserie “Stella Matutina” en van de Duitse serie “Für das Jungvolk” een vermelding verdienen evenals zijn drukke examen bemoeienissen.

Zijn ijveren voor een goede zaak had een veilige achtergrond in een ruime ontwikkeling. De middelbare akten Duits en Frans -waarvan de eerste hem stellig de liefste was- waren hem tegelijkertijd een steun in zijn werk en een prikkel tot het aanvatten van nieuwe taken.
Onder de vele verworvenheden die hij bezat is er een die in de latere jaren van leven op de achtergrond is geraakt. Dat is zijn grote kennis van kerkelijk muziek, het Gregoriaans in het bijzonder. Ik vermeld dit niet alleen om niet al te onvolledig – te zijn, maar omdat deze voorliefde van hem in zekere zin bij zijn persoon behoorde. Br. Athanasius was in wezen oprecht vroom,al was hij hierin, evenmin als in zovele andere dingen, een slaafs navolger van anderen. Dit “kerkelijk zingen” was een facet van zijn godsdienstigheid. Wie weet wat hij meer tot zijn intimiteit toeliet, weet dat wat ik hier zeg waar is; en tot in de lectuurkeuze van de zo juist genoemde leesboekenseries komt zijn “devotie” hier en daar om de hoek kijken.

Nerveus,soms gejaagd; de last van lichamelijke zwakte, die het arbeidselan niet remde, maar het werk verzwaarde; wat moeilijk in het begrijpen van leerlingen die zijn tempo niet konden volgen; zo zal menigeen hem hebben gekend. Hij was niet steeds gemakkelijk.
Maar hij droeg de rijkdom -en het ongemak- met zich mee van een bijzonder gevoelig hart. Voor een goed woord was hij zeer toegankelijk, en vriendschap wist hij te beantwoorden in oprechte blijvende trouw van zijn kant. In de kring van zijn vrienden genoot hij en ging het hem goed, en vooral zó bewaar ik de herinnering aan hem het liefste.

Br. Clemens.