IM141 Broeder Cajetanus – Hubertus Jozef Middelhof

141 Broeder Cajetanus – Hubertus Jozef Middelhof

Geboren te Breda : 28-01-1884
Ingetreden : 28-08-1901
Eerste professie : 03-04-1904
Eeuwige professie : 15-04-1906
Overleden te Breda : 03-05-1968

Als we over hem iets schrijven is het niet, omdat de lezers hem niet zouden kennen, want ieder kende hem net zo goed als hij ook zo velen kende.
Maar als iemand vertrokken is, kijk je graag eens naar het portret, dat je van hem nog hebt…….
Toen we voor de eerste wereldoorlog schrijfles van hem kregen in Bergen op Zoom, dachten sommigen dat die eenvoudige broeder naast het gewone huiselijk werk alleen maar schrijfles kon geven. Later hoorden we dat hij ook aardrijkskunde gaf en het bleek ons, hoe vast hij ons kon inhameren de ruim 100 plaatsen, de zoveel residenties en de 40 vulkanen van Java. Voor die tijd kregen we op deze wijze een goede voorbereiding voor het geduchte staatsexamen.

In de derde cursus(van de vier) zaten we aan zijn voeten om te leren genieten van Vondel en Gezelle, van Streuvels en Justus van Maurik-, wat kon omdat hij er ook zo van genoot. Dat had hij geleerd van de grote Dr. Moller bij zijn studie op de leergangen in Tilburg. Wat heeft hem dat een woordjes leren gekost, met afleidingen, met voor-en achtervoegsels (we kennen nog zo braaf: be-ge-her-er-ont-ver) enz.

De spraakkunst van Tinbergen en die van de oude Hartog klopten niet helemaal en dat was niet eenvoudig. Cajetanus zijn autoriteit was onkwetsbaar geworden, toen we hem na het behalen van zijn M.O. Nederlands (voor het eerst niet verlegen!) aan de lessenaar zagen staan met twee grote palmen naast hem en de dikke Van Dalen voor hem. We wisten toen ook, dat hij stiekum wel eens dichtte onder de pseudoniem Jac. Sunat! Zijn ijver om zijn leerlingen te helpen was er niet minder om geworden. Ik zie nog hoe hij met ons, daags voor het examen tegen een beukenhaag ging zitten aan de Schelde bij Oud- Borgvliet om ons het betrekkelijke voornaamwoord nog eens in te prenten. Ook voor onze hoofdakte stelde hij alles in het werk. Hoeveel zondagen heeft hij niet zijn best gedaan om Van Verre en Dichtbij- de Jozef in Dothan Marie Koenen en Pieter v.d. Meer bij ons in te leiden. Onder de mannen van de wetenschap is zijn ster later gaan verbleken, maar hij deed wat hij kon om op de hoogte te blijven en hij bleef van schoonheid genieten.

Hij las en bleef lezen en kon met iedereen nog meepraten, al was hij in de tachtig. Toen hij het vorige jaar kans kreeg om nog mee naar Rome te gaan wist hij ook daar met ieder die hij ontmoette en waarmee hij praten kon, samen te genieten. Hij was onvermoeibaar om alle monumenten te zien, -en hij zag er veel- Rij moest de Middellandse Zee – hij moest Ostia – Castel Gondolfo- de catacomben – Assisië en nog veel meer zien, en hij zag het.

Soms liep hij zo hard, dat een missionaris, die toch wel lopen kon, hem niet kon bijhouden.
Hij genoot van zijn wijntje, ook al schoot het hem een keer in de benen, zodat we in station Termini op een van de marmeren bakken even moesten rusten- hij genoot, van de omgang met de regelbesprekende paters van de M.F.S. waar we mochten verblijven -en hij genoot van zijn sigaartje.

Het bezoek aan het Vaticaans museum werd even onderbroken om op een binnenpleintje te midden van de marmeren beelden die vanuit de omringende loggias ons aankeken, eventjes aan te steken. Een ding is hem ontgaan- de goedkope trein naar Napels was op die zondag uitverkocht en toch had hij gewenst: Eerste Napels zien en dan sterven…..

Dankbaar kunnen we zijn zo een medebroeder te hebben, die op zo een verdienstelijke manier heeft meegewerkt voor de opvoeding van de jeugd en vooral voor de vorming van goede onderwijzers.
Hij was een goed kloosterling, die de franciscaanse blijheid in ruime mate bezat. Zijn nagedachtenis zal bij velen blijven voortleven.