154 Broeder Theodosius Johannes Cornelis Petrus Clarijs
Geboren te Bergen op Zoom : 04-10-1913
Ingetreden : 24-01-1932
Eerste professie : 15-08-1933
Eeuwige professie : 15-08-1936
Overleden te Bergen op Zoom : 21-12-1970
Het schrijven van een memoriam verscherpt het latente gevoel van leegheid, die Br. Theodosius heeft achtergelaten. Haast automatisch komen de omstandigheden van zijn afsterven in het licht van het bewustzijn, die deze dood zo tragisch gemaakt hebben. Ik kan niet nalaten, deze nog even te memoreren.
Het bestuur was juist klaar met de vergadering, waaraan Br. Theodosius nog levendig had deelgenomen, toen hij mij vroeg de dokter te bellen omdat hij het zo benauwd kreeg. Onmiddellijk heb ik toen de dokter gewaarschuwd, terwijl Br. Camillus bij Br. Theodosius bleef. In de spreekkamer zat hij op een stoel de komst van de dokter af te wachten en het werd al gauw duidelijk dat het zeer ernstig was. Hij kreeg het verschrikkelijk benauwd, en terwijl Br. Camillus wat verlichting trachtte aan te brengen ben ik snel naar dokter Legein gelopen om hem te halen. De ademhaling van Br. Theodosius werd steeds moeilijker en zijn gezicht werd paars. De dokter was spoedig aanwezig en aan zijn gezicht konden we toen al zien,wat hij vreesde. Hij sprak het uit met de woorden:”Broeders,dit is mis”,Na enkele minuten kon hij slechts de dood constateren.
Een hartaanval had een eind gemaakt aan een zeer vruchtbaar leven, geheel gewijd aan de dienstbaarheid van de medemens. De verslagenheid was groot.
Natuurlijk waren we er al lang van overtuigd, dat hij het kalmer aan moest doen, maat steeds wuifde hij suggesties in deze richting weg met het antwoord:”Ik kan die mensen toch niet in de steek laten”.
Elke dag opnieuw was hij weg om te vergaderen en zijn zorg te besteden aan het goed verloop van het onderwijs. Dit oordeel klinkt te zakelijk. We weten echter ook, dat hij veel menselijke problemen heeft weten op te lossen en dat hij door zijn warme menselijkheid, zijn eerlijke belangstelling, zijn gulle lach en zijn innemende manier van benaderen veel vrienden heeft gemaakt.
Wat hij voor ons congregatiebestuur heeft betekend, zal iedereen duidelijk zijn.
Wij zullen een ervaren bestuurder missen, die door zijn ervaring een enorme inbreng had, natuurlijk vooral op onderwijsgebied, maar daar niet alleen.
Hij heeft geworsteld met de ontwikkelingen van de nieuwe tijd, en ofschoon hij behoudend van aard was heeft hij zich alle moeite getroost om de nieuwe gedachten betreffende het religieuze leven in zich op te nemen en te verwerken.
Het heeft hem vaak slapeloze nachten bezorgd om hierbij de juist geachte koers te bepalen. Het vertrouwde beeld binnen onze conventen miste hij node.
Uitspraken over hergroepering, die steeds sterker doorklonken, kon hij slechts na veel strijd binnen zijn horizon halen omdat zijn zorg uitging juist naar diegenen die bij een hergroepering zich verlaten zouden kunnen voelen.
De laatste tijd klaagde hij nogal over vermoeidheid en pijn in de hartstreek;
steeds opnieuw moest de dokter hem ervan overtuigen, dat matiging van activiteit geboden was. Maar zijn agenda bleef overladen, want steeds ophieuw werd een beroep op hem gedaan. Weigeren was hem onmogelijk en hij had er voldoening van als er weer een moeilijkheid was opgelost. Zijn gevoelige aard maakte hem echter neerslachtig, als door onwil of onbegrip iets niet wilde vlotten.
Zo hebben we hem gekend en ervaren als een hartelijke medebroeder, die zijn menselijke gevoelens niet verborg maar daar een ander getuige van liet zijn.
Zijn jubelende stem in het koor, zijn hartelijke belangstelling voor het wel en wee van de congregatie, zijn interesse voor de missie, zijn medeleven met zijn medebroeders zullen we blijven missen.
Wij zijn ervan overtuigd, dat dit vruchtbare leven in dienst van de medemens zijn bekroning gevonden heeft. Onze Broeder Theodosius ruste in vrede.
Br. Reginald Poelstra, Algemene Overste.