IM159 Broeder Antonio – Johannes Stephanus De Ceuster

159 Broeder Antonio – Johannes Stephanus De Ceuster

Geboren te Princenhage : 02-09-1919
Ingetreden : 21-01-1940
Eerste professie : 15-08-1941
Eeuwige professie : 19-03-1945
Overleden te Breda : 14-04-1972

Broeder Antonio was tijdens zijn vakantie woonachtig te Breda St. Jansklooster.
Zijn vakantietijd was bijna om: zou, rond 28 april weer vertrekken.
Werd te Breda aangereden door een motor, was direct bewusteloos en stierf tijdens het toedienen van de laatste Sacramenten in het Ignatius-ziekenhuis

Br. Gregorius schrijft over hem:

“s Middags moesten we naar Etten; toen ik thuis terug kwam, heerste er een zeer bedrukte stemming en vernam ik het ongeluk dat br. Antonio was overkomen.
Slechts enkele minuten later kwam het overlijdensbericht: hij is op de operatietafel bediend en overleden. Wat er op zo’n moment in je omgaat is moeilijk te beschrijven. Een mens die je zo goed gekend hebt, reeds vanaf zijn twaalfde jaar, een mens waarmee je ’s middags nog aan tafel zat, sprak en een grapje maakte, was zomaar opeens weg uit je leven. Dan realiseer je, dat je enkele minuten geleden nog langs de plaats bent gereden waar het gebeurde, en dat je toen helemaal geen besef had van het verschrikkelijke dat daar enkele uren geleden had plaats gevonden, en waardoor een voor jezelf zo dierbaar persoon van je heem ging. Wat doen memoriams hier aan?

Hij br. Antonio, voor mij Jan, was niet meer. In de avonduren gaan dan je gedachten terug naar vroeger. Hoe ik zelf als studentje in Bergen op Zoom, Hoogstraat 23 aankomend, een stel andere jongens ontmoette in een klein zaaltje met een biljart. Het rook er naar geschuurde planken en er lag, voor mij een totaal onbekend iets, wit zand gestrooid. Het gaf een aparte sfeer.

Tussen al die jongens was ook Jan de Ceuster. Hij gaf me een hand, want hij kwam er voor het tweede jaar en vertelde dat hij Jan de Ceuster heette uit Princenhage. Ik herinner me nog dat we samen ook eens bezoek kregen en wel allebei van onze moeders. Hoe we samen naar het “Kopke van het Hoofd” gewandeld waren en onze moeders op een bankje bleven uitrusten en naar de Schelde keken. Juist deze herinnering had ik enkele dagen vóór zijn overlijden nog opgehaald, en ook hij herinnerde het zich nog goed.
Samen zaten we in Huijbergen op de ULO, daarna weer een jaartje gescheiden en later nog twee jaar samen op de Kweekschool te Breda. Ja, ik mag gerust zeggen dat we elkaar lang en goed gekend hebben. Reeds tijdens deze studiejaren was hij de rustige jongen: altijd wat ernstig, maar toch altijd tot een lach gereed.
Samen hebben we ook nog enkele jaren op de O.L.Vrouw van Lourdesschool gestaan in de toen pas opgerichte z.g. speciale klassen, waaruit later de Mgr. Frenckenschool zou groeien. We zaten in houten barakken met alle wel en wee daarvan in winter- en zomertijd. Toch hoorde je hem nooit klagen en bleef hij opgewekt zijn taak aan deze verlaten en verwaarloosde jeugd wijden. Groeide hier zijn verlangen naar de missie? Wie zal het zeggen.

Juist een jaar voor zijn vertrek werd ik verplaatst en kon ik zijn afscheid van de school vóór zijn vertrek naar Indonesia niet meemaken. Hij vertrok in 1949 naar Indonesia. Hem kennende, dat hij met enthousiasme ging om daar zijn leven voor de jeugd te geven: en geen offer zal hem daar te veel zijn geweest.
Welke missieoverste hij daar ook gehad zal hebben, deze zal met mij moeten getuigen: hij was een integer mens, altijd tevreden als het voor zichzelf was, nooit genoeg gevend als het ging om de jeugd waar hij voor stond.

Dat nu juist dit hem in zijn verlof moest overkomen. Juist in de rustperiode die hem zo graag gegund was. Juist nu hij zich alweer voorbereidde op zijn te~eer naar zijn tropische werkkring.

Hierop kun je menselijkerwijs gesproken geen enkel verstandig antwoord geven.
Hier kun je alleen maar piekeren dat de wegen van God vaak niet de wegen zijn die de mensen zich hebben uitgestippeld. Je vraagt je af: Wat had hij allemaal niet kunnen doen? Wat zullen de mensen in Indonesia weer moeten improviseren om het verlies van deze kracht weer goed te maken?
Op al deze vragen kun je steeds antwoorden:”De mens wikt, God beschikt.” Mag ik eindigen met Jan toe te wensen een werkelijk “eeuwige rust”. Een rust waarvan ik persoonlijk overtuigd ben, dat hij die nu al in ruime mate geniet.
Ik zou bijna zeggen: “Jan, zie welwillend neer op ons zwoegen, hier, nog steeds krabbelend en zwetend, met moeilijkheden om de weg Gods te volgen. Jij hebt hem voleind. Je deed dat voor op een voor ons onbegrijpelijke wijze.
Mijn bede voor jou: “Dat hij ruste in vrede” is niet meer een bede, maar een zeker weten.
je medebroeder br. Gregorius.

In memoriam Broeder Antonio

Het overlijdensbericht van onze geliefde broeder Antonio, kwam voor ons als een donderslag bij heldere hemel. Dit verlies is een zware slag voor de Missie, die hem zo na aan het hart lag. Bijna op het einde van een welverdiende rustperiode, is deze harde, zichzelf verloochende werker door O.L.Heer plotseling opgeroepen voor de eeuwige rust.

In Broeder Antonio verliezen we een voorbeeldige religieus en een missionaris van het echte soort. Soms wat rechtlijnig in zijn doen en laten, heeft hij absoluut alles gedaan met de beste bedoelingen.
Dat zal eenieder die de dierbare overledene van nabij gekend heeft moeten beamen In diep geloof kunnen we berustend zeggen:”Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel”

Hoewel de krachten voor het grote arbeidsveld in de missie zeer schaars zijn, en het verlies van elke kracht zwaar wordt gevoeld, is het een grote troost, ervan overtuigd te mogen zijn, dat onze congregatie en de missie in br. Antonio een machtig voorspreker in de hemel bij gekregen hebben.

Pati 21 april 1972 Br. Bruno