IM172 Br. Hilarion Schets

172 Br. Hilarion Schets

Geboren te Terheijden : 01-07-1908
Ingetreden : 12-09-1925
Eerste Professie : 17-04-1927
Eeuwige Professie : 30-04-1930
Overleden te Oosterhout : 28-01-1975

Nor dread nor hope attend
A dying animal;
A man awaits his end
Dreading and hoping all;
Many times he died
Many times rose again.
A great man in his pride
Confronting murderous men
Casts derision upon
Supersession of breath;
He knows death to the bone
Man has created death.

Vrij weergegeven en verklaard luidt dit gedicht in het Nederlands:

Een stervend dier, kent Vrees noch hoop, want het heeft geen verstand of verbeelding. Een mens beseft wat de dood betekent. Hij kan het begin zijn van eeuwig geluk of voortdurende kwelling. In zijn fantasie heeft de mens al vele malen de dood ervaren. Telkens heeft hij zich boven de vrees voor de dood uitgewerkt en is hij dapper verder gegaan. Een groot man die de vijand ontmoet, lacht in zijn trots met de dood, die enkel betekent het ophouden van de ademhaling. De mens met zijn verstand doorziet de dood. Met zijn verbeelding legt hij een verband tussen leven en dood. Deze twee zijn niet te scheiden.

Wat heeft dit alles met Br. Hilarion te maken?
Welnu op hetzelfde moment dat dit gedicht over de dood, van de bekende Ierse dichter W.B. Yeats (1865-1939), besproken werd in een vijfde Atheneum klas, moet Br. Hilarion gestorven zijn.
Ongetwijfeld zal hij de dood afgewacht hebben, niet als een redeloze, maar als iemand die ondanks alle hoop op een lang leven wist wat hem te wachten stond, Meer dan wij kunnen vermoeden heeft hem gedurende zijn leven het ogenblik van ‘sterven’ voor de geest gestaan, vooral tijdens die periode dat ‘hij van aangezicht tot aangezicht stond met moorddadige mannen.. Telkens echter heeft hij zich er boven uit gewerkt en de dood doorzien, tot tenslotte het laatste moment toch nog eerder kwam dan wie ook kon verwachten.
Nog in dezelfde maand waarin we elkaar de hand gedrukt hebben om elkaar het allerbeste voor het nieuwe jaar toe te wensen, is hij heen gegaan. Onwillekeurig vraag je je bij gelegenheid van de jaarwisseling of verjaardagen wel eens af, of iedereen het jaar wel vol zal maken. Men denkt dan gemakkelijk aan bepaalde zwakke of bejaarde familieleden of medebroeders, maar even vaak moet men dan weer constateren, hoezeer men zich in zijn menselijke berekeningen vergissen kan. De dood komt inderdaad als een dief in de nacht. Achteraf kan men dan wel zeggen, dat Br. Hilarion niet meer de oude was. Maar wie denkt er dan meteen aan sterven bij een man die in geen jaren echt ziek geweest was? Wie zoekt er aanstonds het aller-fataalste achter een ogenschijnlijk gewone griep, die zo velen in deze tijd van het jaar moeten doorstaan?
Bij het doorzoeken van zijn schaarse bezittingen, vond ik enkele zaken die enig nader licht werpen op zijn “welbestede kloosterleven”, zoals zijn bidprentje vermeldt. Een van deze voorwerpen was een boek, getiteld: Broeder Hilarion, Levensschets van een Broeder Trappist, door Pater Henricus Koenders, OCSO. Dit boek lag in zijn bureau en hij moet er van tijd tot tijd in gelezen hebben. Het kalendertje dat als bladwijzer fungeerde lag bij blz. 151, waar ik het volgende uit zou willen citeren:
“Wat nu Broeder Hilarion betreft, niets buitengewoons in de orde van de genade heeft men in hem opgemerkt, maar wel, dat hij buitengewoon was in het gewone. Zijn leven ging voor het oog van de mensen voorbij als een kalm, stil ruisend riviertje, dat zijn wateren rustig, maar ook zonder verpozing naar de goddelijke Oceaan stuwde. Hij deed in alles zijn plichten en ging altijd in zijn eenvoudige en eerlijke mening recht op zijn doel af, volgens de raad van de H. Benedictus.” Andere bezittingen waren vooral nogal wat fotos uit zijn missietijd. Ik zag daar weer de bekende kiekjes van het vakantietochtje, de klooster- en schoolgebouwen, de groepsfoto met monseigneur in het midden of de algemene overste die op visitatiereis was. De vrolijke momenten van een ruim vijfentwintigjarige arbeid in de Missie van Indonesia, vastgelegd op de gevoelige plaat. Wat er verder aan alledaagse en pijnlijke ervaringen geweest is bij het werken in school, internaat, het huis en vooral in het kamp tijdens de oorlog, vindt men niet in beeld weergegeven. Hierover sprak hij zelfs niet graag, vooral niet over de gruwelijke tijd van de gevangenschap onder de Japanners. Deze momenten moeten echter ook ergens zijn bewaard gebleven, maar dan niet als een blijde droom, maar als een nachtmerrie in het misschien niet eens zo diepe onderbewust zijn. Wij mogen uit eigen ervaring en uit verhalen van anderen stellen, dat hij inderdaad “stil zijn plicht” deed, en vaak meer dan dat, vooral in de moeilijkste en gevaarlijkste omstandigheden. Ook kon deze man, die in wezen vrolijk en opgewekt van aard was en hartelijk lachen kon eerlijk zijn mening geven. Sommigen van ons noemden hem wel eens wat ‘rood’ in politiek opzicht. Het was hem echter niet begonnen een of andere politieke richting aan te hangen. Voor hem was, alleen het geluk van de mensen van belang. Zijn socialistische neigingen kwamen voort uit sociale bewogenheid, uit het grote hart dat hij had voor de onderdrukte, de misdeelde, de underdog. Hij kon soms fel reageren als, hij bijvoorbeeld beelden zag in televisie-uitzendingen over de landen waar de bevolking nog steeds, een slecht bestaan heeft in allerlei opzichten. Hij leefde intens mee met hen wier lot het is onder de dictatuur te moeten leven.
In het boven vermelde boek over de broeder Trappist lezen we ook, dat hij geen geschriften heeft nagelaten. Ook onze Hilarion heeft niets geschreven maar des te meer gelezen. Alles wat er aan tijdschriften en bladen in huis kwam las hij, vooral wat betreft ontwikkelingslanden, missie en zending, gastarbeiders en werkeloosheid. Alles moest beter worden. Waarom kon de wereld geen paradijs zijn met bloemen en vrede?
In deze trant moet hij in zijn, laatste wat verstilde jaren hebben gedacht als hij voor zijn plantjes zorgde en in de gang naar buiten staarde, de tuin in naar boven in de lucht. Hij liet het echter niet bij mijmeringen, want hij had zorg voor alles wat het kloosterlijke huishouden aanging. Hij kon een goede maaltijd klaarmaken als het keukenpersoneel afwezig was, vooral ook één smakelijke rijsttafel. Hij sloofde zich uit om de wat brutale bedelaar zelf aan de deur op te vangen om hem iets toe te stoppen. Hij deed boodschappen, en hield nauw contact met zijn familieleden die hij blijkens de fotos en de bewaarde trouw- en geboortekaartjes volledig heeft gevolgd.
‘Wimpie, zo zal Caspar zaliger je daar boven weer begroeten, zoals hij dat vroeger deed toen hij nog bij ons woonde,Wimpie, je plaats in de kapel waar je altijd aanwezig was, is leeg; je kamerdeur staat niet meer op een kier, de deur sluit nu een lege kamer af. Onze harten daarentegen zijn niet leeg. In onze herinnering zul je blijven voortleven als een oude vriend, als een hartelijk familielid, als iemand die we node kunnen missen.

‘Dit leven bestaat niet in het bezitten van God, maar in het zoeken van Hem, zo lees ik in mijn zakagenda op de dag dat je gestorven bent.
Jij hebt je hele leven niet jezelf, maar Hem gezocht in Zichzelf en in de naaste. We zijner zeker van dat je Hem nu bezitten mag voor eeuwig.

Br. Karel van Hooij.

Hooggeachte Br. Reginald,

In de Volkskrant zie ik, dat Br. Hilarion Schets overleden is. Van harte condoleer ik U en de andere medebroeders met dit heengaan. Br. Hilarion staat me nog levendig voor de geest als Borneo-missionaris en ik heb alleen maar aangename herinneringen aan zijn persoon en aan zijn werk.
Dankbaar wil ik gaarne een H.Mis voor zijn zielerust opdragen .. en de fructus vivorum toepassen op zijn mij bekende familie.
Met beste wensen voor uw persoon en voor de voorbereiding van het kapittel, broederlijke groetend,

Uw dw. +Tarcisius van Valenberg.