173 Br. Pamphilius Voogt
Geboren te Zevenbergen : 01-02-1918
Ingetreden : 22-01-1939
Eerste Professie : 15-08-1940
Eeuwige professie : 15-08-1942
Overleden te Anápolis (Brazilië): 20-02-1975
Het is zaterdagmiddag en woensdag gaat deze brief mee met een zuster die op verlof gaat naar Nederland. Naar ik van harte hoop, zijn de 2 telegrammen die we donderdag hebben verstuurd, aangekomen. Vandaag gaat zuster Jane naar de Nederlandse ambassade en dan zal a.s. maandag een telexbericht gestuurd worden naar U, wat U dan hopelijk ook reeds ontvangen hebt. Dit alles om er geen twijfel over te laten bestaan, dat het bericht U zo gauw mogelijk zou bereiken.
Ik zal nu een verslag doen van wat er gebeurd is i.v.m. de dood van onze Br. Antonio.-(Pamphilius)
Zoals vaak is hij donderdagmorgen om 10 voor 6 weggereden met onze volkswagen. Van te voren had hij nog koffie gedronken en had ik zijn tassen in de wagen gezet. Daarna vroeg ik nog of hij zijn medicijnen bij zich had voor zijn niersteen. Hij was die vergeten en ging die even halen. Daarna wachtte ik even tot hij wegreed, wenste hem goede reis en hij vertrok. Hij was net zo rustig als altijd. Ik kan direct zien of hij goed geslapen heeft of iets, anders heeft. Hij tekende nl. gauw in zijn gezicht. Op het eind van onze middagmaaltijd kwam onze secretaresse hard lopend naar ons huis: Dona Luzia, U kent haar wel. Zij vertelde dat er telefoon gekomen was uit Anápolis, en dat luidde als volgt: Frei Antonio overleden, met een auto-ongeluk bij het punt BRO7 Anápolis K 101. Dat is dan niet ver van Abadánia. Jan trok even wit weg en direct besloten we dat Maurice en Clemento in een geleende wagen van een van de professoras er naar toe zouden gaan om het lichaam hier in Formosa te krijgen en alles te regelen. We vroegen nog of ze het aankonden alleen en ze zeiden dat het wel zou gaan. Maurice is op zulke ogenblikken zeer sterk. Jan ging naar de Bisschop, de burgemeester en de zusters. En deed verder alles om de zaken te regelen. Hij was weer goed bijgetrokken. Verder wisten we dus niets. Een uurtje later kwam de politie van Brasilia om het telefoontje te bevestigen.
Ondertussen begon het al bekend te worden. Dona Luzia ging wat met de professoras praten en om te zorgen dat ze niet te veel overstuur zouden raken. Om 1 uur, dat de school zou beginnen, hebben we de ll. naar huis laten gaan tot maandag. Ondertussen had de delegado van het onderwijs alle scholen vrij gegeven tot maandag. Ieder was erg geschrokken en even kwamen bij mij de tranen. Maar een paar professoras hielpen mij daar weer goed overheen. Iedereen kwam vragen of er iets te helpen was. De behulpzaamheid was enorm. In de middag kwamen de bisschop en verschillende anderen en er was steeds aanloop. De bisschop had al via de radio contact gehad met Anapolis en ook de director van het Estadual. Met Cáceres is tot nu toe geen radiocontact mogelijk geweest en daarom schrijf ik een brief, want een telegram, komt heel dikwijls niet aan of veel te laat. Dona Maria José, een van de professoras, bleef heel de middag en avond bij Jan en mij boven en bediende de mensen etc. Was erg fijn aangevoeld. Erg was de onzekerheid, over wat en hoe het gebeurd was. Om een uur of vier gingen de Braziliaanse zusters naar de kerk om alles klaar te maken. Er waren veel bloemen. Daar zijn ze, samen met de hulp van anderen nog, lang mee bezig geweest. Inde middag kregen we bericht dat het lichaam om goed 3 uur vrijgegeven was. Daarna konden Clemento en Maurice gaan zorgen voor kleding, kopen van een kist en het verkrijgen van de nodige andere formaliteiten voor het vervoer naar Formosa. Om half negen ongeveer kwamen zij terug en konden het een en ander vertellen. Ze zagen er moe en geëmotioneerd uit. Het ongeluk heeft zich als volgt voorgedaan: Op een recht stuk van de weg, met regen, is de rechterachterband gesprongen. Nu is het bij een volkswagen zo, dat als de wagen opgetild wordt, de banden iets naar binnen gaan staan. Dat is toen met zijn achterband ook zo gegaan. Door die schuine stand is de wagen gekanteld en over de kop geslagen. Hij werd gevonden met zijn hoofd tegen de achterbank aan en met zijn voeten tegen het op ‘t berglaadje voorin. Op de achterbank was nogal wat bloed dat uit zijn hoofd kwam. Hij is onmiddellijk dood geweest. De schedel was aaneen kant ingedrukt en waarschijnlijk is ook de nekwervel gebroken, maar dat laatste weten we niet helemaal zeker. De wagen is naar Anápolis gebracht en daar is hij toen in een soort ruimte gelegd voor overledenen. Van de wagen was de achterruit stuk, vanmorgen vond ik in zijn tas heel wat glassplinters. Een van de zijruiten was er uit gesprongen. Toen Maurice en Clemento daar aan kwamen in Anápolis, was er al een groepje vanuit Goiania, ook pater Francisco en die had al voor de documenten van Antonio gezorgd, zo dat daar niets meer aan kon gebeuren door onbevoegden. Toen ze de wagen vonden brandden zijn lichten nog en de ,ruitenwissers gingen nog. Een politieman herkende hem direct toen hij hem vond in de wagen, want zijn vrouw studeerde op Olga Mansul in Goiania.
Om 9.15 kwam de ziekenwagen met het lichaam en het werd meteen opgebaard in de kerk waar een hoop volk aanwezig was. Het hoofd zat in het verband en zag er wat opgezwollen uit maar hij was goed te herkennen. Ik begon een rozenhoedje te bidden, maar pater José zei direct dat ik mij niet moest vermoeien en een ander nam het over. We zijn lang in de kerk gebleven: Jan de hele nachten ook Mauricio- terwijl Clemento een half uurtje gerust heeft bij de zusters. Ik zelf kon niet goed meer om :1 uur en wilde tot drie uur gaan slapen, maar werd pas om 5 uur wakker. Toen ben ik weer gegaan. De zusters hielden hun huis heel de nacht voor ons open en zorgden voor koffie en wat eten. Zo tegen 7 uur werd het weer erg, druk in de kerk en iets van te voren deden Jan, Clemento en Maurice de kist dicht,zodat ze alleen het hoofd nog konden zien, want er zat een soort venster in het deksel. Tussen acht en tien uur werden er zeer veel bloemen aangedragen en kwam ieder nog eens kijken. Goed half 10 kwam een flinke groep uit Goiânia aan, en was het even moeilijk vanwege de ontroering. Ook de burgemeester met zijn vrouw waren aanwezig. Om 10 uur begon de dienst in een stampvolle kerk.
De bisschop celebreerde. Wij zongen de mis van dé vriendschap (amizade). Dat was gecombineerd met de zusters en iedereen kende die wel. Er werd zeer goed meegezongen. De bisschop hield een, prachtige toespraak en memoreerde Cáceres en Goiania.
Hij sprak over het zich totaal beschikbaar stellen van Antonio voor de ander ten dienste van het onderwijs. Maar ook als religieus. Hoe het een offer voor Antonio was om van Goiania naar Formosa te komen en dat naar het voorbeeld van Franciscus hij dat toch gedaan heeft omdat dat het beste was. Daarmee beklem-
toonde hij zijn gehoorzaamheid aan het gezag.
Hoe hij een echte vader figuur was voor de leerlingen. Afijn, het was echt goed. Er gingen er zeer veel te Communie. Na de dienst was de zegen van het lichaam en langzamerhand trok alles naar buiten om de laatste tocht te beginnen. Velen wilden de kist dragen en er werd om de 5 á 6 meter gewisseld. Dat ging spontaan. De stoet liep aan weerskanten van de straat en de bisschop bad voor. Alle winkels waren dicht. Jan, Maurice en Clemento droegen ook mee. Ik liep bij de religieuzen. Bij het kerkhof ging alles rustig en, werd er, voordat, de kist werd neergelaten, gebeden door de bisschop en daarna gezongen. Was erg ontroerend. Vlak daarop brak er een wolkbreuk los, maar wij werden met autos thuisgebracht. Daar hebben we nog wat zitten praten en toen zijn de anderen wat gaan rusten. Er kwam in die middag een condoleancetelegram van de Algemene Overste van de Braziliaanse zusters. Vandaag zijn er nog twee telegrammen gekomen.
Om 6 uur zijn we bij de Braziliaanse zusters gaan eten en dat was heel goed. We zijn gebleven tot tegen 9 uur en het was gezellig ze hebben werkelijk laten zien wat vriendschap is als we in verdriet en leed zijn. We hebben daar alle lof voor.
Om tien uur gisterenavond lagen we allemaal op bed en hebben goed geslapen. Vandaag maken we de tekst op voor het bidprentje en woensdag zal de H. Mis zijn van de 7de dag. Dat is hier de gewoonte omdat alles zo gauw in zijn werk gaat in een tropisch gebied. De paters waren er niet, die zaten in Belo Horizonte. Pater Henrique was er net en kwam huilend binnen. Hij kon het nog niet goed verwerken.
Dat is het zowat over de gebeurtenis zelf. Het is hard, zeer hard aangekomen en vooral voor Clemento is het een enorme schok, geweest omdat hij zo lang met hem samen geleefd heeft.
Maar voor ons allemaal is het een zeer groot verlies. Het was een uitstekende medebroeder, die diep religieus leefde, en die een grote aandacht had voor de anderen, vooral als het moeilijk was. Wat heb ik zelf niet een steun van hem mogen ondervinden in dat moeilijke jaar 1973. Hoe was hij niet eerlijk als het op beslissingen aankwam toen in die tijd van de visitatie.
Hij wist ook sfeer te scheppen, maar dat weet U ook wel. Moge hij de rust vinden in Hem, die hij lief had en dat ook liet zien, niet alleen in zijn regelmatig gebed, maar ook in het gesprek als het nodig was en in zijn optreden tegenover zijn medebroeders, waar hij veel aandacht voor had en bezorgd voor hun wel en wee.
Wat zijn familie betreft, die brief zal ik bij de uwe insluiten, met het adres van de Karel Doormanlaan. Dan zorgt U er wel verder voor. Het zou immers kunnen zijn, ondanks alles, dat de telegrammen of de telex niet aangekomen is en dan krijgen ze een enorme schok. Vanuit dat oogpunt doe ik dat. Hierbij doe ik ook 4e negatieven van een fotoreportage die we hebben laten maken. Dan kunnen er zoveel afdrukken van gemaakt worden als wenselijk is.
Later zou ik heel graag die negatieven weer terug hebben, als dat kan. En ook een goede afdruk van die fotos. Zou Gummarus die misschien mee kunnen brengen? We zouden ook graag een goede vergroting van hem hebben om die op school op te hangen.
Als dat ook zou kunnen. Voor ik het vergeet, ik laat deze brief kopiëren en stuur dan een exemplaar naar Gummarus in Vlijmen.
Wat aan persoonlijke bezittingen van Antonio van waarde is zal ik met deze zuster proberen mee te geven voor zijn familie. De auto wordt komende week opgehaald in Anápolis en hier hersteld en we hebben met de man van de volkswagen al gecombineerd dat hij die dan verkoopt. Dat vond hij het beste, en die man is een zeer goede vriend van ons. We zitten dan wel met het probleem van het geen wagen hebben. Ik heb wel wat reserve aan geld maar lang niet voldoende om een nieuwe auto te betalen. Een nieuwe volkswagen kost zowat Cr 24000,00. Zou dat eens besproken kunnen worden in een bestuursvergadering?
Morgen of vanavond gaan we eens kijken hoe we het een en ander op kunnen lossen wat de schoolzaken betreft.
En dan het kapittel. Ik heb nog niets over mijn reis gehoord als antwoord op mijn schrijven daarover, maar misschien is die brief niet aangekomen, dat is natuurlijk niet onmogelijk. Maar op het telexbericht heb ik al laten zetten, dat ik mijn deelname aan het kapittel annuleer. Daar ben ik gisteren toe gekomen en wel vanuit de volgende redenering. Op het vorige kapittel is die moeilijkheid ook ter sprake gekomen vanuit Indonesia. En toen konden de kapittelleden daar begrip voor opbrengen en stonden hen toe, dat als er zich onvoorziene omstandigheden voordoen, dat ze dan zelf uit moesten maken of er twee of drie zouden gaan.
Nu is het hier zo: ons verlof, van Antonio en mij was een experiment en bij onze terugkomst bleek wel dat het voor de anderen te zwaar was geweest om twee mensen ineens te moeten missen. Dat zou nu dus weer zo zijn en dan nog wel in deze omstandigheden. Ik vind dat ik dat niet kan doen en ik heb het met de andere ook besproken. Ze vinden dat ook. Vooral nu omdat de zaken zo emotioneel liggen en we ook moeten proberen het werk van Antonio te verdelen. Ik vind dat ik daar van het begin af bij moet zijn. Daarbij komt dat de anderen dan ook weer overbelast zouden worden, en dan zijn 5 weken van afwezigheid een lange tijd. Ik hoop dat U onze denkwijze hierin kunt begrijpen.
De bisschop zei vanmorgen ook nog, dat U daar wel in kon komen.
Het zal wel een tegenvaller voor mijn moeder zijn, temeer omdat ze in die tijd net 80 jaar wordt. Maar ik heb naar onze Jan geschreven en gevraagd om het haar uit te leggen. Dan kan er wat omheen gepraat worden en wat beter verklaard en is er iemand bij haar om haar op te vangen.
Dit is wel alles wat ik dacht te moeten schrijven. Als ik soms iets vergeten ben en er later aan denk, of als U meer wilt weten, dan komt dat later wel in orde. Met de hartelijkste groeten en een verzoek om een gebed in deze moeilijke dagen. Uw medebroeder fr. Vitorino
P.S. Zijn regel en rozenkrans heb ik in zijn kist gelegd.
BRIEF VAN BISSCHOP VICTOR TIELBEEK
Formosa 25-02-75.
Beste Broeder Reginald,
Even schrijf ik U een kort briefje, nu een van onze Hollandse zusters per vliegtuig, morgen naar Holland gaat. Van harte kom ik U condoleren met het voor ons allen zware verlies van Broeder Antonius Voogt. Ik verzoek U ook mijn medeleven aan uw medebroeders en, indien mogelijk, aan de mij niet bekende familieleden over te brengen. U krijgt zonder twijfel een volledig relaas van uw eigen mannen hier, zodat ik niet in bijzonderheden zal treden over het gebeurde. U weet dat ik tamelijk intens met uw broeders hier samen leef en hen zeer waardeer. We hebben al zo het een en ander samen meegemaakt en dat kweekt stevige banden van vriendschap. We mochten Br.Antonius praktisch slechts één vol jaar meemaken. De zware overgang van Goiania naar Formosa heeft hij royaal en met fijn gevoel weten te realiseren. Ik mag zeggen dat hij er hier goed “in” zat en reeds vruchten begon te plukken van zijn één-jarige rustige inzet. Hij had de gave van goed ergens voor te kunnen gaan zitten en dan niet meer opstaan vóór de zaak afgehandeld was. Geen man om iets halverwege naast zich neer te leggen. Bovendien waarderen wij in die grote, zwaargebouwde man zijn fijngevoeligheid.
Zeer delicaat van aanvoelen en hartelijk in het tegemoetkomen van andere mensen, moet hij veel verdriet gehad hebben van de egoïstische ongevoeligheid van veel van onze mensen. De laatste tijd had hij weer zwaar last van zijn nieren en was onder directe dagelijkse controle. Maar hij was iemand die ziekte wist te “verduwen” om anderen geen last te bezorgen. Als Formosa een grote klap heeft ondergaan, des te meer uw congregatie, die een uitstekend religieus heeft verloren! Broeder Victorinus en Clemens lijden mijns inziens, het zwaarst onder dit verlies, althans de anderen weten het beter te camoufleren.
Weest overtuigd van ons medeleven en mede-verdriet. Wij bidden (en zijn daar zeker van) dat de Vader in de hemel dit verlies zal omzetten in geestelijke winst van geloof en vertrouwen.
Met extra zegen en de beste groeten,
+ Victor Bisschop in Formosa.