IM180 Br. Cyrillus Julius Verdurmen

180 Br. Cyrillus Julius Verdurmen

Geboren te Hontenisse : 20-05-1889
Ingetreden : 14-10-1912
Eerste Professie : 25-12-1913
Eeuwige Professie : 06-01-1917
Overleden te Huijbergen : 28-09-1975

Toch nog onverwacht is Br. Cyrillus op 28 september van ons heengegaan, zacht en kalm.
Tijdens de avondmaaltijd nog hoorden we, dat hij een heel stuk beter was en Br. Archangelus, die kort tevoren nog bij hem was geweest, was ervan overtuigd dat Br. Cyrillus de nacht zeker zou halen. Een half uur later trof Br. Robrecht hem dood op bed, vredig, rustig.
Een grote persoonlijkheid was van ons heengegaan.

Vanaf 1912 tot 1920 volbracht hij de gewone huiselijke werkzaamheden te Huijbergen. Zijn capaciteiten bleven niet onopgemerkt en in juni 1920 werd hij benoemd tot Overste te Oosterhout. Een jaar later was hij weer terug in Huijbergen als socius en leider van de huiselijke werkzaamheden. In september 1924 werd hij gekozen als lid van het Hoofdbestuur, waar hij belast werd met de functie administratie, hetgeen inhield dat hij in feite econoom was van de congregatie. Tot 1963 heeft hij deze functie onafgebroken en met grote zorg en kundigheid vervuld. Dat dit geen eenvoudige taak was, zal iedereen begrijpen. Vooral de jaren na 1945, de periode van de wederopbouw van Stee Marie, de financiële zorgen voor onze medebroeders in Indonesië na hun kamptijd, moeten het Hoofdbestuur en vooral Br, Cyrillus veel hoofdbrekens gekost hebben.

Hij was dan ook heel blij toen hij in augustus 1963 in Huijbergen mocht gaan genieten van een welverdiende rust. Stilzitten kon hij echter niet en de zorg voor bossen – tuinen en landerijen nam hij graag op zich en degenen, die Br. Cyrillus goed kenden, weten dat hij ook dit weer deed met volle inzet van zijn persoon, zoals hij altijd alles voor de volle honderd procent had gedaan tijdens heel zijn kloosterleven. Boven alles was Br. Cyrillus een man van God; religieus, medebroeder óók voor de volle honderd procent !
In zijn verbondenheid met God vond hij de kracht om met grote liefde voor de Congregatie en zijn medebroeders de zware taken, die hem op de schouders werden gelegd, te volbrengen. Dat het hem daarbij aan geestigheid niet ontbrak, kunnen vooral zij, die lang met hem hebben samengewerkt, getuigen.

Zelf sprak hij van: “een ondeugende opmerking van me”. Een zwaar kruis was het voor hem, dat hij de laatste tijd niet meer uit de voeten kon. Zijn bossen, de vuilstortplaats, zijn omgang vooral met zijn goede vrienden in het dorp, dit alles moest hij missen. Het deed hem daarom zo goed, als “Mie van Sjaan” op bezoek kwam en vooral het trouwe bezoek van onze boer, Fons Sanders, iedere zondagvoormiddag, waardeerde hij ,zeer en telkens weer kon je zien dat dit hem heel goed deed. Heel blij was hij ook toen hij zijn “wagentje” kreeg. Altijd was er wel iemand die hem naar de vijver reed. Uren kon hij daar zitten genieten van de natuur, zijn sigaartje en zijn dagelijkse praatjes met de mensen, die heel graag met Br. Cyrillus te doen hadden.

“Wat is het hier ineens toch leeg geworden,” zei iemand bij de vijver tegen me daags na het overlijden van Br. Cyrillus. Wij mogen vertrouwen dat Br. Cyrillus nu geniet van de eeuwige rust in de aanschouwing van God en van Zijn Moeder Maria, voor wie hij zo een grote eerbied en liefde had.