IM181 Br. Paulinus Jan Nota

181 Br. Paulinus Jan Nota

Geboren te Harlingen : 22-06-1913
Ingetreden : 18-01-1931
Eerste Professie : 15-08-1932
Eeuwige Professie : 15-08-1935
Overleden te Oosterhout : 22-01-1976

Toen hij enige jaren oud was, verhuisde het gezin naar Arnhem. Tenslotte vestigde de familie Nota zich in Oosterhout. Hier leerde Jan de Broeders kennen van Huijbergen en in hem ontwaakte het verlangen Broeder te worden. Na Juvenaat, Kweekschool en noviciaat kwam Br. Paulinus voor de klas te staan. Om zijn zachtaardig en beminnelijk karakter was hij bij Ouders en leerlingen zeer gezien.
Soms zal de jeugd van Paulinus goedheid wel een misbruik gemaakt hebben. Na zijn onderwijsdiploma behaald te hebben, studeerde Br. Paulinus verder en verwierf o.a. de volgende akten: hoofdakte, Duits 1.0., Frans 1.0., Duits M.O.A. en Frans M.O.A.
De befaamde Franse docent, P.A. de Geus, in Amsterdam vond hem zijn pienterste student. Niet alleen was Br. Paulinus goed in het leren, maar, en dat is veel belangrijker, hij was zo een oprecht meelevende medebroeder. Welke Amsterdamse conventsleden, uit de tijd van de hongerwinter, kunnen zich Br. Paulinus niet voor de geest halen; terwijl hij kousen stopt of glimlachend het handmolentje voor de tarwe draait? Als koorzanger beleefde hij de hoogtepunten mee van de “Vredesscholen”.

Br. Paulinus is jaren verbonden geweest aan de Ulo Ste. Marie. Hoe genoot hij van de wandelingen door de Huijbergse bossen en de Wouwse Plantage! Deze wandelingen heeft hij later, als leraar aan de Pedagogische Academie, zeer gemist. Hoe blij was hij dan ook als hij in de vakantie naar het buitenland kon en met volle teugen kon genieten van een prachtig berglandschap of een heerlijk vergezicht. Een fototoestel had hij niet, maar op zijn reizen kocht hij ansichtkaarten en deze kaarten bewaarde hij zorgvuldig. Hij was van plan, als hij gepensioneerd zou zijn, die alle in een album een plaatsje te doen vinden.
Vooral het Stubai-Tal in Oostenrijk trok hem zeer aan. Vele tochten naar de diverse “Berghutten” heeft hij daar gemaakt. Is het toeval, dat hij juist in de zomer 1975 nog in Neustift was? In ieder geval zal hij toen niet vermoed hebben, dat dit het definitieve afscheid van zijn geliefde vakantieoord zou zijn.

Vele jaren heeft Br. Paulinus met zijn handicap: doofheid getobd. Maar wie van U heeft hem ooit daarover horen klagen? Trouwens, zelfbeklag lag hem allerminst.
Wie hem in zijn laatste ziekte heeft meegemaakt, zal het opgevallen zijn, hoe hij zich steeds maar uitputte in dankbetuigingen, voor alles wat men voor hem deed. Hij was heel wat meer bezorgd voor zijn zus, dan voor zich zelf.
Br. Paulinus was zich bewust, dat zijn ziekte ernstig was. Toen hij na zijn eerste onderzoek bij dokter Vaessen, bij zijn zus terugkeerde, zei hij: “Dit is het einde. Het is te mooi geweest”.

Een van de laatste dagen van zijn leven uitte hij zich nog aldus: “Eigenlijk ben ik nog te jong om te sterven, maar ik ben er voor klaar”. Het is voor de Congregatie een zware slag, deze nobele man te verliezen. Maar hebben wij hem eigenlijk wel verloren? Wel heeft hij zijn laatste reis aanvaard, maar van de hemel uit, zal Br. Paulinus ongetwijfeld ons en ons werk blijven steunen.