184 Br. Jozef Adrianus Cornelis Wilhelmus van Baal
Geboren te Oosterhout : 01-06-1892
Ingetreden : 19-08-1909
Eerste professie : 31-12-1911
Eeuwige professie : 21-08-1915
Overleden te Bergen op Zoom : 24-09-1976
Niet elke geplante boom groeit uit tot hij met een machtige kroon
als een monument in de blauwe hemel staat
Er is een einde gekomen aan dit lange, mooie leven waarin alle facetten schitterden.
Hij was een mens, warmbloedig en gevoelig, vooral in het laatste jaar van zijn leven intens eenzaam soms, zoekend en vragend naar troost die hij aan honderden vanuit een blij en warm hart gegeven had. Misschien is dit zijn grootste lijden geweest, dat hij zichzelf niet helpen kon. Zijn jaren zijn hem ruim toegemeten geweest: geboren 1 juni 1892 – gestorven 24 September 1976.
Hij trad in augustus 1909 in de Congregatie, deed eeuwige professie in 1915, werd kok in Hulst en ging in 1918 naar Huijbergen terug als surveillant.
Na nog enkele bedieningen werd hij tenslotte Overste in Ginneken en kwam in 1939 terug in Huijbergen. Hier werkte hij in de afdeling lingerie tot zijn emeritaat.
In oktober 1975 werd hij geopereerd in Lievensberg en daarna ging het langzaam maar zeker bergaf.
Hij was een vrolijk en levenslustig mens, vaak omringd door luisteraars die glimlachten uit een oprecht plezier. Want Jozef had altijd “het hoogste woord”.
Hij spuide zijn raad en zijn wijsheden met open sluis en in de stilte van nietsdoen en afgeslotenheid kon hij moeilijk leven. Hoeveel tobbende en lijdende mensen heeft hij opgebeurd? Hoevelen hebben opnieuw het leven aangedurfd na een gesprek met hem? Alleen God weet het.
Luister eens – zei hij vaak – en dan volgde er een stroom van woorden, waarin vaak diepe wijsheden boven kwamen. Hij heeft in zijn vruchtbaar leven veel gedaan en de talenten die hem gegeven waren intens gebruikt. Misschien heeft hij “zijn mooiste tijd” gekend als surveillant bij de weeskinderen. Wat was hij daar veel méér dan leider! Hij was vader en moeder tegelijk voor deze jongens. Met alle warmte van zijn hart heeft hij voor hen gezorgd – ze geleid – ze blijheid en rust gegeven. Hier vooral – op het weeshuis moet hij zich wel helemaal “thuis” gevoeld hebben. Hij bij hen en zij bij hem. Het is gebleken in de vele jaren daarna, toen dit werk niet meer zo urgent was. Heel vaak kwamen de mannen terug naar hun Br. Jozef, want ze konden hem niet vergeten. Zo ging hij door het leven, de sterke, vrolijke, beminnelijke Jozef, vol plezier, intens levend en genietend van de kleine vreugden van het leven. Bemind door iedereen, zonder vijanden, geëerd en gezien.
Het laatste jaar verlangde hij naar de hemel en toch bond hem nog veel aan dit bestaan. Hij had er zijn vragen over, misschien had hij er een beetje angst voor. Hij heeft zijn Schepper ontmoet en menselijkerwijze mogen wij zeggen dat voor deze blijde mens de ontmoeting met God een eeuwige vreugde geworden is. Hij heeft ons – zijn medebroeders en zijn familie en zijn vele vrienden – iets nagelaten: een testament van een oprecht, blij mens te zijn geweest.
Br. Augustino.