194 Broeder Alfonso François Honoré Schuerman
Geboren te Stoppeldijk : 04-09-1908
Ingetreden : 16-01-1927
Eerste Professie : 18-08-1928
Eeuwige Professie : 18-08-1931
Overleden te Breda : 06-03-1979
Onze goeie Fons.
We zullen hen missen. Dit zullen velen de laatste dagen dikwijls verzucht hebben net of zonder tranen. En we kunnen die tranen waarderen en respecteren. Voor velen raakt het verlies de bodem van hun ziel en zijn ze meer dan zielsbedroefd, wijl een belangrijk deel van hun leven is weggevallen. Zij leefden door Fons.
Ik behoef slechts te denken aan Vrouwke Paulussen waar hij s zaterdagsmorgens boodschappen mee ging doen en aan Piet Besooien die hij overal heenbracht, waar hij naar toe moest. Men vraagt zich af: hoe moet dat verder net zulke oude mensen zonder Fons? Hun leven is uit. Fons kwam alleen thuis om te slapen en te eten; verder woonde hij in het huis van de nood. Waar nood was kon men Fons vinden. Daarom hadden duizenden hen nodig, omdat men overtuigd was dat Fons kon en zou helpen.
Fons was geen schoolmeester. Hij was geen man van het rode potlood om fouten te zoeken en te onderstrepen. Om het grote woord eens te gebruiken: Fons was een geboren opvoeder van mensen. tussen zes en zesentachtig jaar; voor alle leeftijden. Met hart en ziel, vol toewijding en volledige inzet heeft: hij levenslang school gedaan. De moeilijkste dag van zijn leven was de dag, dat hij op 65-jarige leeftijd de school moest verlaten. Gelukkig vond hij de Levensschool in Breda, waar hij nog enige jaren enkele dagen per week school kon doen door buitenlandse arbeiders les te geven in taal, rekenen en lezen.
En daarbuiten hield hij tijd over om noodlijdenden op te zoeken, maar elke dag was te kort voor al zijn werk. Daarom kwam hij soms laat thuis, maar niemand wist of hij op dat late uur juist niet bezig was met het regelen van een noodgeval. Het is zoals de Z.E. Rector Testers te Huijbergen in zijn preek zei: vooral in zijn jonge jaren heeft hij vaak geleden als Vooral waardigheidsbekleders met een Mona Lisa-achtige glimlach, op hem neerkeken alsof hij maar wat aanprutste.
Fons kende geen gepruts. Alles was waar en echt bij hem. Hij was een diep gevoelig mens, oprecht en trouw. Wel heeft hij zich in die tijd wel eens verbeten uitgelaten: Als ze me te na komen, dan trek ik er uit. Maar zover is het gelukkig nooit gekomen. Ze konden hem met hun fijn gepunte kroontjespen van hun glimlach wel eens diep grieven, maar als hij te midden van zijn jongens was, genas dat weer spoedig.
Ontzaglijk heeft hij genoten van het leven. Vooral bij de voorbereiding van zijn toneelstukken, of als hij op het kamp met zijn jongens was dan. leefde hij op de zon. Allen hebben hieraan de dierbaarste herinneringen. Het kon pijpenstelen regenen, maar Fons bleef de stralende zon.
Levenslang is hij trouw gebleven aan zijn levensplan, dat hij uit de eerste hand had, van Christus zelf komt, gezegenden mijns Vaders. Want Ik was hongerig, en gij hebt Mij te eten gegeven.. Ik was dorstig, en gij hebt Mij te drinken gegeven.
Ik was vreemdeling, en gij naamt Mij op.
Ik was naakt, en gij hebt Mij gekleed.
Ik was ziek, en gij hebt Mij bezocht.
Ik was in de gevangenis, en gij kwaamt Mij opzoeken.
De jongens in de gevangenis, zullen het volmondig bevestigen, dat Fons hen geregeld kwam bezoeken en stilletjes nog een pakje sigaretten voor hen binnensmokkelde.
En duizenden kunnen bevestigen dat ook de overige uitspraken van Christus in Fons levend. zijn geworden.
Door zijn vast geloof, zijn vertrouwen en zijn altijdgevende liefde heeft hij zijn leven op een grootse wijze geleefd. We willen tot slot de schoolmeester niet uithangen en zijn fouten?
Daar was hijzelf van overtuigd en dat meer dan genoeg.
Wij laten hem verder genieten van de eeuwige vrede, het eeuwig geluk, zoals hij dat hier in zijn zonnigste jaren niet had kunnen dromen.
Fons, gij blijft voortleven in onze dierbare herinneringen.
(Van een onzer verslaggevers)
BREDA – In het St. Ignatius-ziekenhuis te Breda is dinsdagavond op 70-jarige leeftijd plotseling overleden Broeder Alfonso, een in Breda zeer bekend onderwijsman, die bovendien grote verdiensten heeft gehad op het gebied van maatschappelijk werk en de. sport. Die verdiensten zijn meermalen gehonoreerd, in 1974 in de vorm van zijn benoeming tot ridder in de orde van Oranje-Nassau en bij andere gelegenheden door de toekenning van de sportpenning van de gemeente Breda en zijn verheffing tot Heer van Breda.
Vooral zijn werk onder de jeugd, in de Bredase bomenwijk, zijn bemoeienis met allerlei sportactiviteiten, en zijn zorg voor het kind met achterstandssituaties in het onderwijs hebben hem in Breda en omstreken tot een man van grote allure gemaakt. De Heer Francois Schuerman, zoals hij in de wereld heette, werd op 4 september 1908 in Stoppeldijk (Zeeuws-Vlaanderen) geboren als zoon van een hoofdonderwijzer. Hij trad in 1927 in bij de Congregatie van de Broeders van Huijbergen, volgde een onderwijsopleiding in Huijbergen en bij de Franciscuskweekschool in Breda.
Zijn eerste baan was een lagere school in Amsterdam, waar hij tot 1937 verbleef. In dat jaar werd hij nl benoemd tot hoofd van de R.K. Tarcisiusschool in Breda. Later werd die school overgebracht naar de Oranjeboomstraat. In 1974 nam Br. Alfonso afscheid als hoofd van deze school, die in haar beste jaren 571 leerlingen telde. Voor zijn onderwijswerk werd hij pauselijk onderscheiden. In de voormalige Theresia-parochie heeft hij veel werk verricht ten gerieve van het patronaats- en jeugdwerk. Dat resulteerde in de oprichting van een groot aantal clubs op het gebied van het toneel, sport en operette.
Hij was de oprichter van de voetbalclub TVC ‘39, stichtte een gymnastiekvereniging en bemoeide zich al even intensief met de wielersport, waarin hij samen met zijn vriend Toon Lenarts de Lunetronde en ook de Oranjeronde voorbereidde.
Het is bijna onbegonnen werk om in dit bestek alle functies en verdiensten op te sommen die Broeder Alfonso in en voor de sport heeft gehad. Hij maakte deel uit van de strafcommissie van de KNVB.
Daarnaast werd hij meermalen voor het voetlicht gehaald en gehuldigd vanwege zijn grote verdiensten voor het onderwijs dat hem ook na zijn pensionering nog intensief heeft beziggehouden. Toen hij in 1974 door wethouder E. Broeders werd onderscheiden, werd hem bij die gelegenheid van alle kanten duidelijk gemaakt hoe veelzijdig die arbeid, voor de Bredase gemeenschap is geweest. Wethouder Broeders noemde hem een “begaafd opvoeder en pedagoog”, maar daarnaast ook een man de bij wat hij ook aanpakte nooit een passieve rol speelde. Een vraagbaak voor ouders, een man die veel gedaan heeft voor zang, gymnastiek en voor toneel, voetbalsport en wielersport en die bovendien nog tijd vond om het wijkwerk in Breda-West gestalte te geven.
“Onderwijsinspecteur H. Hielen noemde hem noemde hem bij de plechtigheid “een soort Don Bosco”. Broeder Alfonso had een longontsteking opgelopen, en werd dinsdag vanuit het Broederhuis aan de Oranjeboomstraat, waar hij overste was, naar het Ignatius-ziekenhuis overgebracht. Hij is daar dinsdagavond overleden.
IN MEMORIAM BROEDER ALFONSO.
Te midden van het bruisende levensschoolwerk rinkelt de telefoon. Een stem zegt: Henk, ik heb een droevig bericht, broeder Alfonso is gestorven. De wereld staat dan voor je stil. Je wilt het niet geloven, het kan niet waar zijn, dat mag niet gebeuren. Toch besef je, dat het onherroepelijk is. Bij alle jongens en meisjes is er een grote verslagenheid; de breder, die van hen is kunnen ze niet meer ontmoeten.
Er ontstaat een leegte. De andere dag zie je zijn foto in de krant en lees je het artikel. Je voelt, wat is het toch moeilijk kenbaar te maken wat iemand is. Enkele jongens zeggen: je moet ook iets over hem schrijven en op de vraag, wat dan, zeggen ze: Hij was goed, sympathiek en hij kon goed met ons opschieten. Alles had hij over voor een ander en hij hielp iedereen. Hij was bij de jonge mensen, op het voetbalveld, in de buurt, in de gevangenis. De buitenlandse jongens leerde hij rekenen en Nederlandse taal, maar het was geen meneer, maar een soort vader. Wij kennen hem van het Kompas, dat heeft hij opgericht, wij waren daar graag omdat hij er was.
Nu hij er niet meer is voel ik mij verplicht kenbaar te maken, dat zijn hele leven bestond uit het antwoord geven op de vraag: Ben ik wel katholiek genoeg, heb ik het niet te goed en hij sprak dan over zijn sigaretje, zijn borreltje en zijn auto. Al zijn geestelijke gaven deelde hij uit aan mensen, waarmee hij in aanraking kwam. Iran materieel bezit had hij geen behoefte, hij gaf alles weg. Ik weet, dat je verdriet had, als ze de werkende jongeren te rationeel benaderden. Je werd woedend als je rapporten las en opbotste tegen wetenschappelijk uitgedokterde structuren en procedures. Van jou heb ik geleerd, begrepen en verstaan:
“ kennis is macht, karakter is meer”.