IM225 Br. Libertus Johannes Cornelis Henricus Hoppenbrouwers

225 Br. Libertus Johannes Cornelis Henricus Hoppenbrouwers

Geboren te Zundert : 21-10-1910
Ingetreden : 15-01-1930
Eerste professie : 16-08-1931
Eeuwige professie : 16-08-1934
Overleden te Breda : 21-03-1984

Het bericht van het overlijden van Broeder Libertus zal voor de meesten van ons niet als een complete verrassing komen. We waren op de hoogte van zijn lichamelijke toestand van het laatste half jaar. Eind vorig jaar kwam de fatale ziekte aan het licht na klachten over de spijsvertering, De ingreep van de chirurg die noodzakelijk bleek, had uiteindelijk geen zin en bood geen uitkomst. De kwaal, had zijn greep op het gestel gekregen en liet de prooi niet meer los. Het stond vast, dat hij hieraan zou bezwijken. Onzeker was de faktor tijd. Het kon enkele jaren duren, en daar hoopte hij op, want hij hield zo van het leven. Het kon ook een jaar of minder zijn, maar die inschatting heeft iedereen zo lang mogelijk verdrongen. Al rond nieuwjaar bleek, dat het niet goed ging en dat de tijd die Libertus gegund werd, erg kort zou zijn. Met extra verzorging en aandacht van de zuster, waarbij rekening werd gehouden met een kleine keuzemogelijkheid in de scala van voedingsmiddelen; was het leven nog dragelijk te maken. Ook zonder pijn kan het leven zwaar vallen.

Toen kwam het moment van de tweede opname in het Diaconessenhuis in Breda en de snelle teruggang. Uit voorzorg werd hem het Sacrament der Zieken toegediend; het zou niet lang meer duren. Vanaf dat ogenblik heeft alles wat er nog aan kracht in hem was, zich verzet tegen het naderende einde. Verstandelijk was hij met de dood verzoend, maar zijn laatste krachten zetten zich schrap om te kunnen leven. Wij, die het proces volgden op een afstand, hebben het er moeilijk mee gehad. Hij zelf, hoe sterk hij er zich ook doorheen sloeg had soms ook behoefte zijn doodsangst uit te spreken tegenover vertrouwde familieleden en medebroeders. Enerzijds drong. zich de vraag op: “Waarom moet mij dat overkomen?” Van de andere kant nam hij in zijn uitzichtloze toestand het besluit, er nog van te maken, wat er van te maken was. Dat heeft Libertus trouwens zijn hele leven gedaan op verdienstelijke wijze.

Een korte levensloop kan het aantonen.
Hij werd geboren in Zundert op 21 oktober 1910, als Johannes Cornelis Henricus Hoppenbrouwers. Trouw bezocht hij de kerk van Sint Trudo en toen hij 20 jaar was, deed hij zijn intrede bij de broeders van Huijbergen. In 1931 deed hij zijn eerste en in 1934 zijn eeuwige professie. Met de nodige onderwijsbevoegdheden op zak deed hij een paar jaar dienst in scholen in Nederland: drie jaar in Haaren, twee jaar op de Sint Jan in Breda, waarvoor hij ook de akte handenarbeid behaalde.
Dan vertrekt hij naar Indonesië om daar het grootste deel van zijn leven op Kalimantan te werken, namelijk van 1935 tot 1981. Zijn zwaarste jaren waren de kamptijd, die hij nooit geheel verwerkt en vergeten is.
In de plaatsen Banjermasin, Singkawang, Pontianak en Nyarumkop zette hij zich in voor het onderwijs in lagere en middelbare scholen. Hij was leraar aan de opleiding voor onderwijzers, van wie hij er veel afleverde. Een aantal jaren was hij hoofd van enkele scholen en behartiger van de onderwijsbelangen als bestuurslid. Buiten school leidde hij de verkennerij in Banjer bijvoorbeeld. 0ok buiten de schooltijd vertaalde hij een aantal opvoedkundige boeken om zijn onderwijzers beter te kunnen opleiden en te vormen tot echte opvoeders en leiders en niet zozeer tot geleerden. De medebroeders die hem hebben meegemaakt, kunnen er meer over vertellen en weten ook, dat hij ook in het klooster hogere functies vervulde: als huisoverste en een periode als regionaal, namelijk van 1960-1966, waarna hij nog raadslid bleef. Hij was een pleitbezorger voor de verzelfstandiging van de Indonesische medebroeders. Wat deze jonge mannen nog niet kunnen, moeten ze leren en daarvoor kansen krijgen, dat was zijn standpunt.
Teruggekeerd in Nederland ging hij niet op een stoel zitten om te niksen. Ook hier bleef hij de Pa Libèr, die hij in de missie trachtte te zijn; de wijze, bedachtzame man. Al gauw trok hij de parochie in waar de Sint Jan bij hoort en hij hielp mee om de bejaarden en zieken te bezoeken. Een lijstje van hun adressen zat altijd in zijn jaszak.

De familie, die hij ongewild zo weinig bezocht had in het verleden, kwam nu weer aan zijn trekken. Ook bij hen ging hij graag op bezoek, en toen zijn problemen zwaarder begonnen te wegen werd hij door hen prachtig opgevangen. Hij had zo graag nog veel betekend voor allen in dit huis, familie en parochie, maar de ongemakken dienden zich op zodanige wijze aan, dat het niet meer mogelijk was. In een gesprek met Nieuwjaar vroeg hij zich af, wat 1984 voor hem zou betekenen. Pasen? Pinksteren? Nou ja, we maken er het beste van. En dat deed hij inderdaad tot in zijn laatste uren, toen hij bijvoorbeeld een oude medebroeder aanspoorde toch naar huis te gaan en niet bij zijn bed te blijven zitten. “Och, het is alleman goed bedoeld, maar het is niet nodig”, zei hij bezorgd. Veel wat hij niet nodig vond voor hemzelf, hopen we, dat hij nu zal krijgen van de Heer, die de rots was waar hij op bouwde, Zijn verdiensten zijn groot, zijn leven een lichtend voorbeeld. Moge hij wandelen in het licht dat God :zelf is voor altijd.
Broeder Karel