IM228 Br. Gualbertus Johanes Djemingun

228 Br. Gualbertus Johanes Djemingun

Geboren te Nglempong (Ind) : 27-05-1940
Ingetreden : 08-09-1965
Eerste professie : 11-07-1967
Eeuwige professie : 10-07-1974
Overleden te Semarang : 23-07-1984

Op 16 juli 1984 kwam het bericht uit Indonesia, dat Broeder Gualbertus uit voorzorg bediend was. Nu een week later komt in alle vroegte de post een telegram bezorgen en mijn vermoeden wordt bewaarheid Gualbertus is overleden. De laatste maanden was zijn gezondheid niet al te best, zodat opname in het ziekenhuis van Semarang noodzakelijk was. Hij werd weer na enige tijd ontslagen, maar was blijkbaar niet beter en volgens de berichten, bestond er twijfel over de aard van de kwaal aan de lever. Dat het echter zo ernstig was, hadden we niet durven vermoeden. We betreuren dit sterven des te meer, omdat deze man met zijn 44 jaar nog te jong was om dit aardse leven af te ronden.

Allereerst wil ik langs deze weg mijn oprechte medeleven betuigen met de familie van Broeder Gualbertus, met de regionale raad en alle medebroeders in Indonesia, vooral de huisgenoten in Pati. Br. Leo Jansen heeft de laatste twee jaar enkele gevoelige slagen moeten inkasseren, eerst met het verlies van Br Josephus, en nu met het overlijden van een van zijn naaste medewerkers. Broeder Gualbertus. Van harte gecondoleerd en veel sterkte om dit verlies te kunnen dragen en verwerken.

Persoonlijk ken ik Broeder, Gualbertus van enkele ontmoetingen, zodat ik slechts wat gegevens kan overbrengen uit de tweede hand. Hopelijk zal iemand in Indonesia een vollediger beeld kunnen schetsen van deze kleine medebroeder. Zijn naam was Johannes Djemingun, Hij werd geboren op 27 mei 1940 in Nglempong Magelang op Java. In 1965 trad hij in bij de broeders MTB, de regio van onze Congregatie, nadat hij enige tijd huisknecht was geweest bij zusters. In 1974 deed hij zijn professie voor het leven. In alle huizen van Indonesia heeft hij de taak van huisknecht voortgezet, en wie je erover spreekt, bevestigt dat hij dat op zeer verdienstelijke wijze deed. In de omgang werd hij vaak Gualtje genoemd, en hij was inderdaad klein van stuk. Toch moeten we dat verkleinwoord eerder zien als een uitdrukking van waardering en eerbied voor zijn grote hart en zachte karakter. Zijn zorgzaamheid en stiptheid waren voorbeeldig. Altijd was hij bezig met orde scheppen en regelen en niet onverdienstelijk oefende hij het vak van timmerman uit. Hij had geen enkele pretentie, maar bleef de eenvoudige, godsvruchtige kloosterling, een voorbeeld voor al zijn medebroeders.

Weer hebben we een lid van onze Congregatie verloren. We treuren om zijn heengaan, maar zijn dankbaar voor hetgeen hij al die jaren voor ons betekend heeft. Laten we hem in alle huizen op een gepaste tijd in de Eucharistie gedenken en een dankbare herinnering aan hem bewaren. Moge zijn vroege dood vruchtbaar zijn voor de regio, nu hij voor ons ten beste kan spreken voor de troon van God, die hij zo trouw diende. De God van trouw zal zijn mildheid over hem doen neerdalen in een gelukkig zijn bij hem. Hij ruste in vrede.
Broeder Karel.

Br. Gualbertus Djemingun
De kleine Djemingun werd op 27 mei 1940 in het dorpje Salam in de buurt van Magelang op Midden-Java geboren. Zijn vader en moeder heeft hij amper gekend, want beide ouders stierven toen hij nog heel jong was. Toen hij 14 jaar geworden was, werd hij gedoopt en kreeg hij de naam Johannes en twaalf jaar later wilde hij broeder van Huijbergen worden en moesten de zusters van Ungaran een vervanger gaan zoeken voor de zorgzame tuinman die Johannes geweest was.

Voor zijn kloosteropleiding moest onze eerste Javaanse broederkandidaat naar Kalimantan Barat ofwel de “West-kust” en begon hij zijn postulaat op 21 augustus 1965. Zijn noviciaat duurde van 10 juli 1966 tot 11 juli van het volgende jaar en hij nam de naam Br. Gualbertus aan.
Zijn eerste professie deed hij in Singkawang en op 26 juni 1974 verbond hij zich voor het leven met de Congregatie MTB. Als broeder is hij werkzaam geweest in Singkawang, Nyarumkop, Pontianak, Yogya en Pati en vervulde op rustige wijze de taken van kok of zorgde voor het kloosterhuishouden. Naast zijn hoofdtaak verrichtte hij veel timmerwerk en knutselde van alles en nog wat in elkaar, graag deed hij aan tuinieren en kweekte hij bloemen in potten of volle grond, maar ongeveer na de dood van zijn huisgenoot Br. Josephus begonnen de eerste zwakke aanwijzingen dat er iets met zijn gezondheid mis was om aandacht vragen Wie dacht toen, dat zijn voortdurende klachten over geen eetlust, die nog later opstandige spijsvertering werden, signalen waren dat een ongeneeslijke ziekte begonnen was aan de vernietiging van zijn lever tot in mei van dit jaar Br. Leo zó ongerust werd, dat hij hem naar het Sint-Elizabeth ziekenhuis te Semarang bracht voor een diepgaand onderzoek, dat plaatsvond in de eerste helft van juni. De dokter wilde zekerheid hebben omtrent bange vermoedens en voerde tot 2 maal een leverpunctie uit, doch beide keren bleek het weggenomen stukje lever gezond te zijn. Gualbertus mocht naar huis met een zak obat, maar zou na een maand terug op controle moeten komen. Het eten was intussen een kwelling geworden en hij zwakte zó erg af, dat Leo hem na twee weken terug naar het ziekenhuis bracht. Alle twijfel over de aard van de ziekte was nu weggenomen, Op 15 juli werden hem met zijn goedvinden de sacramenten van de zieken toegediend en in de hele vroege morgen van 24 juli kwam de dood hem uit zijn lijden verlossen en het gebeurde zo rustig en vlot, dat de hoofdverpleegster net te laat was en onze Br. Petrus Hardaka die de “wachtbeurt” had, erdoor verrast werd.

Op het professieplaatje van Gualbertus heeft hij kort maar bondig gebeden: “Laat mij steeds meer gaan betekenen voor de naasten en zij voor mij in vereniging met Jezus Kristus!” Met deze woorden heeft Gualbertus eigenlijk heel zijn kloosterleven zuiver getekend, het was zijn stijl van leven, zo was zijn aard, want die kleine broeder was eerlijk, wond er geen doekjes om, hij hielp gewoon, omdat hij van je hield. Omdat hij eerlijk was, kon hij nederig zijn en daarom ook kon hij verdrietig zijn, als iemand onrechtvaardig was. Hij was een vredelievend man, hield van regelmaat en properheid, viel niet graag iemand lastig en juist die eigenschappen hebben zijn ziekbed de allerlaatste dagen zwaarder gemaakt en de enige klacht die hij in de tijd van volslagen machteloosheid heeft geuit was: “Saya malu!” (“wat ben ik verlegen!”) Terwijl zijn verpleegsters en bezoekers zijn kalme rust waarmee hij zijn kruis en lijden heeft aanvaard en ondergaan, bewonderden, getroffen door zijn dankbaarheid voor iedere bewezen dienst en gebracht bezoek. Voor mensen zoals hij verliest de dood zijn verschrikking en hij mocht mogelijk als Sint Frans spreken van zuster dood en wij waren niet verbaasd iemand te horen zeggen, dat die broeder op kamer 25 heilig was. Moge Br. Gualbertus zijn loon hebben ontvangen van de goede God en dat hij ruste in vrede.
Br. Domitius

Hieronder volgt een brief van Zuster Clementina,
Algemene Overste van de Zusters van Dongen, die in Indonesië op visitatiereis was.

Pati, 25 juli 1984.
Beste Broeder Karel en Medebroeders in het Bestuur,
Gisteren hebben we jullie Javaanse medebroeder Gualbertus begeleid naar zijn laatste rustplaats op het kerkhof in Pati. Ik kan niet nalaten om U hier even over te schrijven. Een woord van condoleren is wat moeilijk te gebruiken, omdat er zo’n rust en overgave was na het harde ziekbed van deze kleine stille broeder. Ik ben drie keer bij hem geweest in het ziekenhuis in Semarang: zaterdag toen ik uit Banjar kwam en maandag, de dag voor zijn sterven, twee keer toen we voor zaken naar Semarang moesten. Met name maandag begon de benauwdheid door te zetten, hij zakte af en toe al weg en sprak enkele bijna onverstaanbare woorden. s Nachts om twee uur brak het uur van verlossing aan, voor hem en ook voor de medebroeders die hem geen ogenblik alleen hebben gelaten.
Daarna moest alles gauw gebeuren. Twaalf uur na zijn sterven was hij terug in Pati, prachtig verzorgd en de rust zelf in een met, witte bloemen versierde kist. De uitvaartmis in een stampvolle kerk was een beeld van zijn eigen leven, stil en devoot. De broeders, ook die uit Jogya, en de zusters en alle mensen in de kerk zongen de gezangen van de Requiemmis. Een van de broeders dirigeerde, een andere broeder deed de lezing en de voorbeden. “Ik wil jullie niet onwetend laten over wat er met, de doden gebeurt,” sprak hij Paulus na. Br. Domitius assisteerde en deed het verhaal van Gualbertus leven. Hij had er genoeg aan.
Daarna hebben we Gual in een lange stoet naar het kerkhof gereden. Vooral ook de leerlingen van de SMP die op basis van vrijwilligheid gekomen waren, en allen doodstil gevolgd hadden, fietsten mee naar het kerkhof. Vrouwelijke verkeersagenten salueerden toen we voorbij kwamen, verkeer stond stil, mensen bogen het hoofd, sommigen maakten een kruis. Tijdens zijn leven had hij dat nooit beleefd, dacht ik. Leo had van te voren al, voor een gemetseld graf gezorgd. Ze werken hier alles tot het uiterste af. Tot het graf helemaal dicht was hebben we daar gestaan. Jonge broeders hielpen met het aandragen van het laatste zand, geassisteerd door jongeren. Gisterenavond zijn we nog even naar onze medebroeders gegaan en hebben nog wat zitten paten. Na dagen van spanning en vooral na deze dag waarin zoveel moest gebeuren, was de rust. teruggekeerd. De rust van Broeder Gualbertus zelf. Zijn zelf. Zijn foto tussen bloemen bacht hem ons zeer nabij. Na mijn terugkomst mag U mij gauw verwachten met de fotos. Hartelijke groeten van
Zr. Clementina