IM234 Br. Adelbertus Pieter Vermeule

234 Br. Adelbertus Pieter Vermeule

Geboren te Ovezande : 13-10-1900
Ingetreden : 17-05-1921
Eerste professie : 26-11-1922
Eeuwige professie : 29-11-1925
Overleden te Tilburg : 12-07-1985

Op zaterdag 6 juli ben ik thuis gekomen uit Indonesia en tijdens de autorit naar Huijbergen kreeg ik natuurlijk de laatste nieuwtjes te horen van Br. Eduard. Een van zijn eerste mededelingen was dat Br. Adelbertus ernstig ziek was; hij was opgenomen in het Sint Elisabeth-ziekenhuis in Tilburg. Zijn toestand was verre van rooskleurig. Ik was dan ook amper thuis, of ik werd opgeroepen voor de bediening, want de patiënt ging ineens sterk achteruit. Er scheelde dan ook van alles aan zijn gezondheidstoestand: zijn maag, darmstelsel en longen waren niet in orde en die plotselinge teruggang was vooral te wijten aan een hersenbloeding die daar nog bij kwam. Een kleine week heeft onze medebroeder in deze toestand gestreden met de dood. De ene dag was hij praktisch, onbereikbaar en leek het wel, of hij ging sterven. Dan weer leefde hij op en kon je behoorlijk met hem praten. Vooral zijn gehoor was uitstekend, ook als hij leek te slapen of wegzakte in bewusteloosheid. Op een van die avonden heb ik hem bezocht met twee Braziliaanse medebroeders op verlof, Broeder Grignion en Broeder Radboud, en hij kende hen zonder enige moeite. Samen hebben we nog gebeden en hij was dankbaar voor ons bezoek. Zo ging het ook met de broeders uit Haaren, die geregeld bij hem waren.
Rond het middernachtelijk uur van vrijdag 12 op zaterdag 13 juli 1985 is hij rustig gestorven.

Wie Broeder Adelbertus levensloop kent, zal er niet verbaasd van staan, dat de parochie Haaren zoveel aandacht aan zijn overlijden schenkt. Het grootste deel van zijn kloosterleven heeft hij er gewoond en gewerkt. Hij werd geboren als Pieter Vermeule in Ovezande in Zeeland, deed zijn intrede in onze Congregatie in 1922 en legde zijn eeuwige geloften af op 29 november 1925.
Als onderwijzer, met daarnaast drie Ward-diplomas, werkte hij een aantal jaren in Huijbergen, Bergen op Zoom, Hulst en Oosterhout, maar met een onderbreking van enkele jaren heeft hij bijna een halve eeuw in zijn geliefde Haaren gewoond. Daar heeft hij veel betekend voor de lagere school, de parochie en de hele dorpsgemeenschap. Lange tijd is hij een ijverig medewerker geweest van de pastoor als koster in de kerk. Hij hielp mee om het parochieblad, Het Haarens Klokje, wekelijks uit te geven. Zo verzorgde hij 18 jaar lang de inleidende pagina, het hoofdartikel zou je kunnen zeggen, waarin hij het thema van de zondag weergaf. Voor hij zijn laatste gang naar het ziekenhuis deed, had hij nog voor drie weken copie vooruit gewerkt. Het kosterschap had hij al eerder opgegeven na 16 jaar dienst, maar tot op de laatste dag bleef hij in het bejaardenhuis de diensten van koster vervullen. In vroeger jaren was hij leider van het zangkoor, werkte hij mee aan de beweging van De Jonge Werkman en ging hij wel eens mee met een collega op kampen van de verkenners.

Groot was zijn belangstelling voor de geschiedenis van kerk en dorp. Om zijn kennis van de heemkunde te vergroten bezocht hij archieven, zoals die in Tongerloo en sHertogenbosch. Hij hielp allerlei mensen en familieleden bij het opstellen van hun stamboom. Op deze wijze raakte hij zó goed thuis in de geschiedenis van zijn dorp, dat hij begon er een boekje over te schrijven. Nog vlak voor zijn dood gaf hij te kennen, daar de laatste hand aan te willen leggen door de tekst te corrigeren en het geheel van fotos te voorzien. Helaas heeft hij dat niet kunnen waarmaken; een ander zal dit werk moeten voltooien. Zijn geschiedenisboek is onvoltooid gebleven, het levensboek daarentegen heeft hij volgeschreven met grote verdiensten voor Congregatie, onderwijs, kerk en dorpsgemeenschap.
Broeder Adelbertus was een vaderlijke figuur. Van de familie mag hij de patriarch genoemd worden. Alle verjaardagen en belangrijke familiegebeurtenissen hield hij bij en gaf acte de présence. Als huisoverste was hij een goede vader des huizes. Zijn oversteschap was voor hem geen functie die hem op de voorgrond deed treden. Hij was in dit opzicht wat in de Franciscaanse Regel minister wordt genoemd, dat wil letterlijk zeggen dienaar van zijn onderdanen. Zijn karakter was te goed om te heersen. Hij was bezorgd voor ieder en leed meer dan wie ook, als er ergens iets niet goed ging.
Zijn verdiensten zijn tijdens zijn leven al menig maal erkend in het openbaar door het toekennen van enkele onderscheidingen: de gouden medaille bij de Orde van Oranje-Nassau, Pro Ecclesia et Pontifice van de Paus, en het Ereburgerschap van de gemeente Haaren. Hij ontving ze in dankbaarheid, maar pronkte er niet mee. Een ruimer plaats zullen zijn verdiensten innemen in het boek des levens, waar God hem zal noemen Zijn trouwe dienaar, die zijn beloning ruimschoots uit Zijn hand zal ontvangen. Moge hij bij God voor altijd gelukkig zijn. Moge deze edele medebroeder bij Hem rusten in vrede.

Broeder Karel