250 Br. Theophilus Johannes Fredericus Schuffelen
Geboren te Zuid-Scharwoude : 23-03-1912
Ingetreden : 24-01-1932
Eerste Professie : 13-08-1932
Eeuwige Professie : 15-08-1936
Overleden te Bergen op Zoom : 01-03-1988
We schrijven dinsdag 1 maart 1988, 18.00 uur, en we bevinden ons in Caceres, Brasil in de huiskapel van onze broeders tijdens de voormis, opgedragen door deken Jespers. De lezingen en gebeden ontgaan me geheel, want er is telefoon en Tjeu roept Eduard uit de kapel. Wat ik gevreesd heb, zal dat uitkomen? Na het evangelie is hij weer terug en voegt aan de voorbeden er een aan toe voor de zielerust van Broeder Theophilus, die om 12.00 uur Nederlandse tijd is overleden. Een ander gebed voor drie zieken waar we niet op gerekend hadden, komt eigenlijk meer onverwacht. Maar vooral gaat het nu over Theophilus. En omdat het mijn gewoonte is om voor de beide regios en voor Leer en Leven een In Memoriam te schrijven, begin ik na het avondeten daar meteen maar aan. Het Rode Boekje verschaft me wat persoonlijke gegevens én verder zal ik mijn kennis van zijn persoon en werk uit mijn geheugen putten.
Theophilus kwam uit het Noord-Hollandse Zuid-Scharwoude, waar hij geboren werd op 23 maart 1912 als Jan Schuffelen. Hij werd broeder van Huijbergen, waar hij zijn eerste professie deed op 15 augustus 1933 en zijn eeuwige professie op 15 augustus 1936.
Als onderwijzer werkte hij bijvoorbeeld een aantal jaren in het speciaal onderwijs in Breda en Bergen op Zoom, maar vooral aan de Mavo van Sint Marie in Huijbergen. Tijdens zijn studiejaren legde hij zich, naast het werken voor hoofdakte, spreekonderwijs, handenarbeid en diploma B.L.0. vooral toe op het behalen van de Wiskundeakte L.O. en K I. Vele jaren heeft hij dat moeilijke vak onderwezen en hij deed dat vakbekwaam en energiek. Wie niet geloofde in het nut van de exacte vakken, moest uit zijn mond horen, dat de enige bedoeling ervan was om de goeie van de slechte leerlingen te onderscheiden. Zulke nuchtere uitspraken kon men van hem verwachten en ook accepteren; het was puntig maar goed bedoeld. Hij werkte keihard voor zijn vak, en de studenten moesten die moed ook maar opbrengen. Ook na zijn pensionering bleef hij aan verschillende tobbers met het vak bijles geven, rustig, geduldig en zonder ophef te maken.
Een bijzondere taak die hij op Sint Marie vervulde, was de boekhouding van het huis. Dit werk verliep geruisloos en exact, aanvankelijk in het gewone boekhoudschrift, de laatste jaren met de computer. Als niemand op het kantoor was, deed hij zijn werk met de moderne apparatuur. Als broeder was hij in het vervullen van zijn religieuze plichten even stipt en getrouw als in zijn vak reken- en wiskunde. Rustig en stil was hij in de groep, maar altijd aanwezig en dat merkte je ook aan zijn droge en humoristische zetten, geheel overeenkomstig zijn Noord-Hollandse aard en karakter.
Op ander terrein telde hij ook mee. Hij had een goede en hoge zangstem en tijdens zijn jaren op de Kweekschool in Breda speelde hij mee als cellist in het San Francesco-orkest van Broeder Ephrem. Hij hield van fietsen en was niet bang van flinke tochten tot in Noord-Holland toe, en naar zijn zus in Dordrecht. Al een aantal jaren geleden kreeg hij een waarschuwing, voorzichtig te zijn met zijn hart. Dat hij op 15 januari van dit jaar smorgens op bed gevonden werd met een hersenbloeding, verraste iedereen. Hij was er slecht aan toe, met een ernstige rechtse verlamming en de onmogelijkheid om te spreken. Dat we nu na zes weken horen, dat hij is overleden, doet ons niet versteld staan. Zijn beproeving is ten einde. We hopen dat hij het geluk gevonden mag hebben bij zijn Schepper, naar Wie hij is teruggekeerd.
Lang mogen we hem blijven gedenken, samen met zijn familieleden en medebroeders. Vanuit een warm Cáceres verenigen we ons in gebed, als hij ten grave wordt gedragen op zaterdag 5 maart 1988. Hij ruste in vrede “een veste van trouw”, zoals we vandaag lazen bij de profeet Jesaja.
Broeder Karel