254 Br. Remigius Cornelius Paschasius Marinus Dam
Geboren te Breda : 22-03-1915
Ingetreden : 22-01-1933
Eerste Professie : 26-12-1934
Eeuwige Professie : 26-12-1937
Overleden te Huijbergen : 20-10-1988
Het komt vaker voor, dat mensen zich van hun pensioneringstijd van alles gaan voorstellen. Dikwijls echter valt het in werkelijkheid zo bitter tegen van wat ze in feite kunnen verwezenlijken. Na het werk komt de tijd van rusten en genieten. Allerlei zaken en taken hoeven niet meer perse, men kan zich wat vrijer opstellen en genieten van veel waar eerst geen tijd voor was. Zo had het ook kunnen zijn voor Broeder Remigius, maar helaas heeft het leven een andere wending genomen voor hem, een keer naar de weg van ziekte en tegenslag. Tijdens zijn arbeidzame periode had hij ook al kennis gemaakt met het ziekenhuis, maar vooral begon die tijd vaker terug te komen in de laatste jaren die achter ons liggen. De ernstige kwaal waaraan hij leed, begon zich steeds duidelijker te manifesteren en bewust leefde hij naar het einde toe, goed wetende, wat er met hem aan de hand was. Toch nog eerder dan eenieder verwacht had, heeft hij het einddoel bereikt. Op donderdag 20 oktober 1988, des middags om even voor drieën, gaf hij zijn geest terug aan zijn Schepper in aanwezigheid van zijn enige zus, die hem vooral de laatste tijd frequent bezocht. Bewust had hij meegeleefd, toen hij op zondag onlangs het Sacrament van de Zieken had ontvangen. Bewust had hij gezegd in vertrouwen: “Ik durf het aan onder Uw hoede, U bent toch bij me”.
Broeder Remigius heette “in de wereld” Cornelis, Paschasius, Marinus Dam. Hij werd geboren op 22 maart 1915 en gedoopt in de parochiekerk van St. Jozef in Breda. Als jongen leerde hij de Broeders kennen en toen hij zijn studie als onderwijzer had voltooid, nam hij het besluit zelf ook broeder te worden. Op 22 januari 1933 werd hij opgenomen in de Congregatie van de Broeders van Huijbergen. Op 13 augustus 1933 ontving hij het kloosterkleed en de naam Remigius. Na zijn noviciaat verbond hij zich aan de broedergemeenschap, eerst bij de eerste professie op 26 december 1934 en na drie jaar voorgoed als eeuwig geprofeste op 26 december 1937.
Hij was gekomen als een geschikte man voor het onderwijs en jaren lang heeft hij dit werk gedaan en tegelijk zich er verder voor bekwaamd. Verschillende akten die hij behaalde, getuigen van zijn grote werkzaamheid en kunde. Na de gewone akten voor onderwijzer: Godsdienst A (1933), de onderwijzersakte (1933) en de hoofdakte (1937), ging hij verder in de twee talen Frans en Engels. Eerst haalde hij Frans l.o. op 29 juli 1940. Toen volgde Engels L.O. op 10 augustus 1912. Hij wilde verder gaan en omdat Engels hem het meest aantrok, ging hij door met Engels MO A, en dat diploma haalde hij op 26 juli 1950. Na enige tijd kwam de studiedrift weer boven en begon hij aan de Middelbare Akte Frans om ook hierin M.O. A te behalen en wel op 2 augustus 1956. Al deze wetenschap, kennis en vaardigheid bracht hij in praktijk in verschillende scholen. Hij begon eenvoudig aan de lagere scholen in Oosterhout van 1 september 1935 tot 1 januari 1939. Toen verhuisde hij naar Amsterdam en daar maakte hij een groot stuk oorlog mee. Op 1 januari 1944 kon hij naar het zuiden, zodat hij de zwaarste hongerperiode niet mee hoefde te maken.
Zijn Middelbare Akten kon hij goed te nutte maken op de ULO, later MAVO, in Huijbergen. Maar eerst was hij vanwege de bezetting van Sint Marie korte tijd werkzaam in Leur. Daar was hij onder andere tolk voor de Amerikanen. In Huijbergen is Remigius jaren lang leraar geweest in de bekende talen waarvoor hij gestudeerd had, namelijk van 1 januari 1944 tot 1 augustus 1965. Toen volgde zijn glorieperiode als MAVO-directeur van augustus 1965 tot 1 september 1980. Alles bij elkaar een lange tijd van werken aan de opvoeding en het onderwijs van kinderen tussen de 6 en zeg maar 18 jaar. En dan ging het niet alleen om kinderen uit het dorp en de omgeving, maar speciaal ook om internaatskinderen, die meer dan de andere langere zorg en aandacht nodig hadden, alleen al door hun totale aanwezigheid op het internaat. Ondanks enige tegenstand die moest worden overwonnen, speelde hij het klaar meisjes op de school te plaatsen.
Behalve lesgeven en het begeleiden van het hele leerproces van de school, waren er ook enkele taken die daarnaast vervuld dienden te worden sport, spel, toneel, contacten met de gemeente en het dorpsleven. Zo strekten zijn activiteiten buiten Sint Marie zich uit tot de Bescherming Burgerbevolking, tot Sinterklaas spelen in het dorp, vele jaren aaneen. Op het internaat moesten de leerlingen extra bezig worden gehouden. Hij werkte eraan mee door het instuderen en opvoeren van toneelstukjes. Vooral op zijn verjaardag was er iets bijzonders: film, toneel. Eens kwam er een hypnotiseur zijn voorstelling geven, die zich zelfs uitstrekte tot de volgende schooldag, toen een meisje zich genoodzaakt voelde de klas te verlaten op een afgesproken tijdstip om op de lege speelplaats voor doelverdedigster te gaan fungeren. Prachtig afgesproken van te voren, en heel de school in stomme verbazing maar lachen. Remigius had zijn school in de hand. Hij was streng, maar eerlijk. Hij hield goed contact met de ouders. Strengheid betekende niet, dat humor ontbrak, en dat hij milder werd naarmate de jaren vorderden, ging vanzelf. Vooral tijdens zijn ziekte hield hij veel van planten en bloemen op zijn kamer en hij genoot erg van mooie muziek.
Alles heeft hij met groot enthousiasme beleefd, bekwaam en vindingrijk, stipt maar eerlijk, zodat zijn school, zijn instituut en internaat een goede naam hadden, waar de leerlingen het behoorlijk naar hun zin hadden. Geleidelijk kwam de tijd van de lichamelijke problemen en ook al als directeur maakte hij kennis met het ziekenhuis. Langzamerhand werd de greep van de kwalen op zijn gestel sterker en vooral na zijn pensionering in 1980 bleek er van uitbundig genieten van rust en hobby niet te veel terecht te kunnen komen.
Nu is deze ijverige, deskundige onderwijsman en kloosterling, die punctueel zijn werk deed en tevens geestig en blijmoedig met zijn mensen samenwerkte, nu is hij van ons heengegaan. Hij is een voorbeeld voor ons allen; aan hem kunnen we ons spiegelen. Het is zwaar afscheid van hem te moeten nemen. Dat geldt speciaal voor zijn enige zus, die hem veel bezocht, maar ook voor ons, die in hem een praatgrage en hartelijke medebroeder zijn verloren. Dank zijn we verschuldigd aan doktoren en verplegend personeel, die hem in zijn ziekte begeleidden en opwekten tot moed en uithoudingsvermogen.
Mogen Maria en Franciscus hem begeleiden naar het eeuwige leven bij zijn Schepper, waar hij moge rusten in vrede, vrij van zorgen en kwalen. Broeder Remigius, dank voor Uw voorbeeld aan ons en Uw apostolaire inzet. Met Hem durfde je het aan. Hij zal je niet vergeten.
Broeder Karel