IM259 Br. Valentinus Johannes Franciscus Rudolf Moonen

259 Br. Valentinus Johannes Franciscus Rudolf Moonen

Geboren te Wemeldinge : 30-08-1905
Ingetreden : 28-06-1924
Eerste professie : 12-01-1926
Eeuwige professie : 13-01-1926
Overleden te Huijbergen : 07-11-1989

“Gaat uit over heel de wereld en verkondigt het Evangelie aan heel de schepping.” Heel spoedig na twee broeders, die pas zijn overleden, hebben we U het bericht te melden over de dood van Broeder Valentinus. De laatste paar jaar van zijn leven woonde hij praktisch op de afdeling ziekenverzorging in Huijbergen. Daar werd zijn kringetje geleidelijk aan kleiner en zijn lichaam zwakker. Hij schuifelde wat .door de gang langs de leuning aan de muur en maakte zijn aangewende kreunende geluid, net alsof hij pijn had. Steeds weer opnieuw ontdekten de broeders, dat hij verder achteruit ging: hij kende nog amper iemand, at bijna niet meer, zat uren op zijn stoel en had toch nu en dan op zijn manier plezier. Meestal deed hij gedwee wat de zusters hem zeiden te doen en slechts zelden was hij tegendraads. Hij groette nog mensen en maakte soms een grapje met hen. Maar dat ging langzaam achteruit en zijn geheugen, wat al slecht was, ging nog verder terug: alles vergeten van wat hij ooit had gedaan en waar hij was geweest. Tot het moment kwam, dat hij zijn bed niet meer uit kon en het levenseinde nabij was. Hij werd bediend, herstelde weer wat en zo sleepte zijn leven zich voort. Nu is onverwacht toch nog zijn einde gekomen in zijn slaap gedurende de nacht. Valentinus is gestorven op 7 november 1989 op de leeftijd van 84 jaar. Drie jaar tevoren was hij uit Nijmegen gekomen.

Wie was die man, die in de wereld Johannes Franciscus Rudolf Moonen heette en geboren was in het Zeeuwse Wemeldinge uit een schippersfamilie. Op het laatst van zijn leven wist hij dat nog het beste. Ze hadden altijd op de Rijn gevaren, vertelde hij trots. Toch was hij geen Rijnschipper geworden, maar Broeder van Huijbergen. In 1924 werd hij postulant en novice en behaalde hij de onderwijzersakte en later Lager. Engels. Hij werd geprofest op 12 januari 1926 en voor eeuwig verbond hij zich aan de Congregatie op 13 januari 1929. Een klein aantal jaren slechts oefende hij het beroep van onderwijzer uit in Nederland en wel op de Sint Jozefschool van het Lourdesplein in Bergen op Zoom. Na vier jaar (1930) werd hij uitgezonden naar Indonesia en daar bleef hij bijna 45 jaar werken in de stad Pontianak. Hij begon er als gewoon onderwijzer, maakte de beproeving door van de oorlog en de internering in het kamp en werd later hoofd van de school onder andere de Melati in 1962.

Valentinus was een harde werker, die zich op velerlei gebied bekwaamde, op wetenschappelijk en op organisatorisch terrein. Zo was hij achtereenvolgens perioden lid van de missieraad van de Congregatie, hoofd van de middelbare school SMP in Pontianak en broeder overste in het broederhuis aldaar. Hij bracht het tot lid van het Regionaal Bestuur en in bet Hoger Onderwijs werd hij docent aan de universiteit van de stad. Door veel studie had hij een grote kennis verzameld op het gebied van de Engelse taal en het Indonesisch en niet te vergeten speciaal van het Chinees. Nog steeds staan zijn oude boeken in die taal op zijn vroegere kamer in Nijmegen, want na zijn terugkeer uit Indonesia in 1974 ging hij zich daar vestigen. Een lang arbeidzaam leven in de missie had hij achter de rug. Maar stilzitten kon hij niet en als directeur van een bejaardenkoor maakte hij zich nog vele jaren verdienstelijk in Nijmegen in de parochiekerk. Hij werd daarvoor met reden onderscheiden met de Ere-medaille van de Sint Gregorius Vereniging. Hij kende het Gregoriaans goed en speelde zelf ook verdienstelijk piano en orgel.

De laatste jaren van zijn leven begonnen de kwalen van de oude dag zich meer en meer te doen gevoelen. Hij bleef veel op bed liggen met een pijnlijke rug en werd ook onderzocht aan zijn ogen, die niet meer goed functioneerden. Hij kreeg er een aparte bril voor. In 1986 moest het besluit genomen worden het al dierbaar geworden Nijmegen vaarwel te zeggen en over te gaan naar Huijbergen. Hij was er even een vreemde en ook al het vorige vervaagde meer en meer in zijn geheugen. Het werd een gestadige neergang, alleen zijn hart hield dapper stand.
Aanvankelijk kende hij nog enkele mensen en feiten “Ik ben van 5” en het leven op de Rijnboot kwam geïdealiseerd nogal eens terug. Langzaam vervaagde zijn memorie en het leven speelde zich meer en meer af in de kleine omgeving van de ziekenkamer en de gang erlangs.

We mogen niet zoals hijzelf zijn leven en werken vergeten, maar dankbaar blijven voor zijn grote verdiensten op al de genoemde terreinen, in Borneo, zijn geliefde Pontianak, de scholen, het onderwijs op veel niveaus, zijn inzet voor de jeugd, ook buiten schoolverband en zijn bestuurlijk arbeid. En wat die twaalf jaar in Nijmegen betreft zijn amicale omgang met de broeders en zijn muzikale prestaties ten bate van gelovigen en parochie. Voor onze Congregatie was hij een goede, ijverige en veelzijdige medebroeder, bij wie het religieuze leven en het onderwijs prioriteiten waren. Dankbaar zijn we hem voor al het werk dat hij in zijn goede dagen verrichtte, maar speciaal ook zijn we dank verschuldigd aan het verplegend personeel, dat zoveel toegewijde zorg aan deze goede zieke besteedde.

Nu moge hij rusten in vrede bij God waar hij zijn beloning ruimschoots zal ontvangen tot in eeuwigheid. Eerder ontving hij de kerkelijke genademiddelen. Maria en Franciscus zullen voor hem voorsprekers zijn.
Br. Karel