IM262 Br. Jacobus Martinus Adrianus Jozef Maria Blommerde

262 Br. Jacobus Martinus Adrianus Jozef Maria Blommerde

Geboren te Standdaarbuiten: 11-03-1909
Ingetreden : 16-01-1929
Eerste professie : 18-08-1930
Eeuwige professie : 20-08-1933
Overleden te Huijbergen : 07-06-1990

In de zeer vroege ochtend van 7 juni 1990 is onze medebroeder Br. Jacobus Blommerde in de gezegende leeftijd van 81 jaar overleden. We wisten dat hij het laatste anderhalf jaar aan een ongeneeslijke ziekte leed en het was nog maar slechts enkele weken geleden dat hij te kennen had gegeven het Sacrament der Zieken te willen ontvangen. Zijn eigenlijk ziekbed heeft niet echt lang geduurd en daarmee is een wens van hem zeker in vervulling gegaan. Manmoedig en geduldig heeft hij zijn ziekte gedragen en gaf er de voorkeur aan dat hij er in de gemeenschap niet al te zeer mee in de belangstelling kwam te staan.

Br. Jacobus werd geboren in het Westbrabantse Standdaarbuiten, op 11 maart 1909. In januari 1929 trad hij toe tot de Congregatie van de Broeders van Huijbergen. Vlak voor de aanvang van zijn noviciaat behaalde hij in juni van datzelfde jaar zijn onderwijzersbevoegdheid. Na het noviciaat werd Breda zijn eerste standplaats. Aldaar gaf hij als onderwijzer aan enkele scholen voor basisonderwijs les. In 1933 behaalde hij zijn hoofdakte en twee jaar later de akte R. voor handvaardigheid.

In september 1935 werd hij overgeplaatst naar Bergen op Zoom. Vanaf dat jaar begon een onafgebroken periode van bijna 40 jaar van niet-aflatende inzet voor de B.L.O.-jeugd in de hoofdstad van het markizaat. Hij bekwaamde zich voor zijn taak in het speciaal onderwijs door in de eerste oorlogsjaren achtereenvolgens de B.L.O.-akte en de akten spreekonderwijs en handtekenen te behalen. Hij had talenten en verzilverde deze gestadig. Hij was ook een sportman en in 19145 behaalde hij de akte S. voor gymnastiek. In 1935 begon hij in Bergen op Zoom als onderwijzer aan de B.L.O. aan de Drabbestraat. Vier jaar later reeds ontving hij zijn benoeming als hoofd aan de B.L.O. van de Hoogstraat en van 1957 tot 1974 is hij onafgebroken hoofd geweest van de BLO aan de Maaslaan. Deze B.L.O. was zijn school, en al zijn inzet, zorg en toewijding, al zijn inspanningen, tijd en energie wendde hij aan om het onderwijs aan de minderbegaafde jeugd in die jaren zo optimaal mogelijk gestalte te geven. Vaak was daar een grote dosis inventiviteit en creativiteit voor nodig. En op zijn geheel eigen bescheiden, maar tegelijkertijd volhardende wijze wist hij met zijn team veel tot stand te brengen. Zo ook de begeleiding bij hot tot stand komen van een heel nieuw schoolgebouw. Zelf verzorgde hij de aanleg en het onderhoud van de omliggende tuinen.

Hij was de eenvoud zelf, beminnelijk, goedmoedig, geen man van veel woorden en toch zeer geestig van aard en tegelijkertijd een man die goed wist wat hij wilde. Daardoor was hij bemind bij zijn collega’s, zijn team, de ouders en de leerlingen. Groot was zijn belangstelling, en liefde voor de natuur. Middels studie had hij zich grondig bekwaamd op het gebied van land- en tuinbouw. Zonder er zich op te laten voorstaan had hij in de loop der jaren een grote kennis vergaard aangaande planten en bloemen, bomen en heesters. Hij liet het – met name na zijn pensionering in 1974 – niet bij de theorie. De hem toen geboden gelegenheid om de tuinen rond de vijver bij Ste.-Marie een ander aanzien te geven heeft hij met beide handen aangegrepen. Hij is er na vijftien jaar van noeste arbeid in geslaagd om door zijn kennis, inzet, toewijding, volharding en creativiteit er een lusthof met een grote variëteit aan bomen en planten en een waar paradijs van te maken. Innerlijk was hij verheugd dat zovelen met hem daar intens van konden genieten.

Geheel in overeenstemming met zijn karakter en zijn leefwijze aanvaardde hij op het eind van zijn leven geduldig en moedig de ziekte die hem overkwam. Nu is het werk van deze ijverige religieus in Gods tuin voltooid en heeft hij zich overgegeven aan zijn Schepper. We bewaren aan Br. Jacobus een dierbare en dankbare herinnering als huisgenoot en medebroeder. Moge het eeuwige paradijs thans zijn deel zijn.

Br. Eduard