IM277 Broeder Alexander Leonardus Wilhelmus Loeff

277 Broeder Alexander Leonardus Wilhelmus Loeff.

Geboren te IJmuiden : 16-04-1907
Ingetreden : 15-01-1928
Eerste professie : 19-08-1929
Eeuwige professie : 19-08-1932
Overleden te Huijbergen : 08-09-1993

Op 6 april 1907 werd Leonardus Wilhelmus Loeff in IJmuiden geboren en zijn intrede in de Congregatie van de broeders van Huijbergen deed hij op 15 januari van het jaar 1928. Hij deed zijn tijdelijke professie op 19 augustus 1929 en drie jaar later volgde zijn eeuwige professie. Nadat hij zich voor drie jaar aan de Congregatie had gebonden volgde zijn benoeming tot onderwijzer aan de lagere school in Amsterdam en hij ontpopte zich aldra als een grote kindervriend. Kort na zijn eeuwige professie werd hij benoemd voor onze missie op West-Borneo en werd hij geplaatst aan de lagere school te Singkawang, waar hij zeven jaar lang werkzaam bleef.

Toen de oorlog met Japan uitbrak stond hij in Pontianak en had hij de derde klas. Bij het eerste bombardement van de Japannezen op de stad Pontianak was er geen luchtalarm gegeven en waren de mensen op geen gevaar voorbereid. Een van de eerst afgeworpen bommen viel door het dak van de klas waar Br Alexander zich met zijn jongens bevond. De explosie van de ingeslagen bom werd voor 19 van de niets vermoedende knapen fataal, maar Br. Alexander had enkel wat kleinere verwondingen door splinters opgelopen. Die gebeurtenis moet een geweldige indruk op hem gemaakt hebben en de daarop volgende jaren in het interneringskamp te Kucing waren voor een man als hij een zodanige kwelling dat hij na de bevrijding van het kamp werd ingedeeld bij de eersten die voor een recuperatieverlof in Nederland in aanmerking kwamen. Hij werd naar Singapore gevlogen en na een korte wachttijd aldaar kon hij per schip naar Holland waar de in de oorlog geslagen wonden nog niet genezen waren.

Na een herstelverlof van een klein jaar bij de broeders en familie vertrok hij opnieuw naar het land dat toen worstelde om volledig zelfstandig te worden. Na een aantal betrekkelijk rustige jaren aan de lagere school in Singkawang is hij nog eenmaal op verlof naar Nederland gegaan. Na dat verlof werd in Indonesia geleidelijk ernst gemaakt met de verordening dat je niet gehandhaafd kon blijven als officiële leerkracht zonder het Indonesisch staatsburgerschap te opteren. Br. Alexander had daar moeite mee en men vond het daarom beter dat hij zou repatriëren en keerde hij in 1959 naar Nederland terug. Daar is hij in Amstelveen, Amsterdam en Hulst nog aan onze scholen verbonden geweest tot hij in 1972 gepensioneerd werd, en in Breda op de Roland Holst ging wonen tot zijn lichamelijke toestand en vooral zijn gezichtsvermogen sterk achteruit was gegaan; hij koos toen voor Sint Marie in Huijbergen. Zijn ogen konden geen fel licht verdragen maar zo nodig gewapend met een zonnebril ging hij trouw een wandeling in de tuin maken. Hij maakte graag een praatje onderweg en soms ook in het dorp, maar zijn trouw aan de Weduwe van Nelle maakte hem soms in de winkel van Wieske een minder geziene klant, terwijl hij van anderen juist daardoor de bijnaam “Lopend vuur” gekregen had. Als hij in de avondrecreatie de brand in zijn grote sigaar gestoken had, maakte hij meer de indruk van een rookgordijn leggende oorlogsbodem.

In de laatste levensjaren heeft hij enkele malen de dood in de ogen moeten zien en dat zal hem geleerd hebben zich zo goed mogelijk gereed te maken en te houden voor de laatste roepstem van de Heer en maakte hij gretig gebruik van de mogelijkheid om met een twintigtal andere medebroeders samen de laatste Sacramenten tijdens een plechtige Eucharistieviering te ontvangen in de kapel van Sint Marie. Nauwelijks een paar weken later was Br Alexander op vrijdag 3 september de hele dag al niet lekker. s Morgens had hij het benauwd gekregen, maar geleidelijk aan was de beklemming wat gezakt. Rond half vijf in de namiddag had hij nog kontakt gehad met een paar broeders, die zoals hij, voetballiefhebbers waren. Even voor vijf uur kwam de zuster op zijn kamer vragen of hij nog wat zou willen gebruiken, maar toen ze kort daarna hem zijn boterham kwam brengen trof ze hem dood in zijn stoel. Onverwacht maar niet onvoorbereid was hij van ons heen gegaan. Zowel in de missie als in Nederland stond hij bekend als een beminnelijk man die heel graag een nieuwtje kwam vertellen en trouw was aan een eenmaal gesloten vriendschap. Vredelievend als hij was, kon hij zich bij tijd en wijlen toch doen gelden. Hij kon echter snel vergeten.

Hij hield zijn lamp brandende en de Heer vond hem wakende. Wij blijven aan hem denken als aan een vriendelijk en hartelijk medebroeder en medelevend familielid. Op woensdag 8 september zullen wij zijn stoffelijk overschot naar het kloosterkerkhof begeleiden en bidden dat hij gelukkig zal zijn in een van de vele woningen die de Heer voor hen die Hem liefhebben heeft bereid.

Huijbergen 05-09-1993
Br. Domitius