IM280 Broeder Bruno Rijnaerts

280 Broeder Bruno Rijnaerts

Geboren te Oosterhout : 29-12-1911
Ingetreden : 15-01-1930
Eerste professie : 16-08-1931
Eeuwige professie : 19-08-1934
Overleden te Huijbergen : 27-11-1993

“De Heer is mijn Herder Niets zal mij ontbreken” Ps. 23
Hij was die nacht van vrijdag 26 november wat in de war, verschillende malen is hij in die moeilijke uren wakker geweest en op zeker moment bij zijn buurman Br. Clemento terecht gekomen. De opgeroepen nachtzuster heeft hem toen weer naar zijn kamer gebracht. Of hij niet op de goede manier zijn medicijnen ingenomen heeft en daardoor in de problemen is gekomen is niet duidelijk al is wel gebleken dat hij zaterdagochtend nog een slaappil heeft geslikt. Zijn middagmaal had hij nagenoeg niet aangeroerd toen de zuster wilde opruimen en vroeg of hij geen honger had. Hij antwoordde dat hij al gegeten had maar toch wel zin had in een boterham. Even later zo rond 2 uur is hij stil van ons heengegaan.

Op 29 december 1911 werd Arnoldus Rijnaerts in Oosterhout geboren en werd de volgende dag in de Sint Jan gedoopt. Bijna elf jaar later volgde het vormsel en op 15 januari 1930 trad hij in bij de broeders van Huijbergen waar hij op 16 augustus 1931 zijn eerste professie deed. Drie jaar later verbond hij zich voor zijn leven aan de Kongregatie. Als jong onderwijzer was hij van 1931 tot 1937 werkzaam in Bergen op Zoom en Amsterdam. Zijn levendige geest en zijn missionaire instelling hebben wellicht bijgedragen om benoemd te worden voor de missie op west Borneo. Tot verbazing van menigeen werd hij ondanks zijn schraal figuur en kwetsbare gezondheid bij de stevige medische keuring doorgelaten. Hij begon in Pontianak op 1 oktober 1937 aan zijn uiteindelijk 42 jaren durende missieperiode. Reeds voor de oorlog was de handelsschool die hij had opgericht samen met Br Edmundus en die officieel op 1 november 1937 werd geopend, tot grote bloei gekomen en daarnaast kregen zijn avondcursussen voor handelskennis en recht A. en B. een goede naam vanwege het hoge procent geslaagden en de grote mate van zekerheid van een goede betrekking na het behalen van het diploma. Een goed woordje of een getuigschrift van Br. Bruno was een garantie voor een goede baan op een van de handelskantoren in de stad. Toen Br. Bruno later, na de oorlog o.a. de zorg had gekregen voor jonge oorlogswezen, werden oud-leerlingen en cursisten dankbare weldoeners voor zijn internaat van die slachtoffertjes, die bovendien bij hem op school gingen. Hij was streng voor zijn jongens maar zijn vaderlijke zorg bleek overduidelijk als een van hen ziek werd. Hij ging dan zover dat hij ze als een moeder eigenhandig verzorgde en minstens een van de jongens van een wisse dood heeft gered. Hij had en kreeg veel van vrienden en bekenden in de stad, maar omgekeerd verwachtte de gemeenschap ook veel van hem en de broeders. De handelsschool werd na de oorlog en enige jaren nog van grote bloei omgezet in een middelbare school, onderbouw nieuwe stijl onder de naam SMP (enigszins vergelijkbaar met MULO). Dat paste in de staatsplannen en de vraag naar onderwijs was enorm want iedereen wilde leren en hogerop geraken. Steeds meer leerlingen werden afgeleverd door de SMP en steeds werd het moeilijker een plaats te veroveren voor verdere studie op een SMA. Br. Bruno hielp oud-leerlingen zover als hij kon, maar ook hij speelde het niet klaar om allen tot in Malang en Bandung op Java geplaatst te krijgen en luider werd de roep om een eigen SMA en men rekende in Pontianak eigenlijk op Bruno. Maar de Congregatie moest de man tegen zichzelf in bescherming nemen. Zijn inzet beperkte zich niet tot onderwijs en opvoeding in ruime zin, hij liet zich ook strikken om als een soort accountant vriendendiensten te verlenen aan bisdom en religieuzen tot diep in het binnenland. Het bestuur nam het moedige maar tevens zware besluit tot overplaatsing van Br Bruno naar Pati. Hij zou daar leraar worden op de SMP die onder de leiding stond van Br Gaudentius. Die mutatie in 1964 na 27 jaren Pontianak op Kalbar heeft hem bijna gebroken en hem veel verdriet gedaan, maar geleidelijk aan is hij er bovenuit gegroeid. In 1966 ging Br. Gaudentius op verlof naar Nederland en Br. Bruno werd opnieuw hoofd van de school. In de tijd van het 2de Vaticaans Concilie, een tijd van vernieuwing alom, begon Bruno in Pati, op school en daarbuiten opnieuw te leven. In zekere zin heeft Bruno de kiem gelegd voor de buitenschoolse activiteiten die later bij Br. Leo Jansen zo zijn uitgegroeid. Toen Bruno in 1976 de pensioengerechtigde leeftijd had bereikt, werd hij teruggehaald naar Pontianak om te gaan zorgen voor de lagere scholen van de broeders op Kalimantan Barat. De identiteit van de katholieke broederscholen moest bewaard blijven en met geld moet en moest er verantwoord worden omgegaan. Wie zou daar beter voor kunnen zorgen dan de man die heel zijn leven bewijzen had geleverd van liefdevolle zorgzaamheid, van gevoel voor rechtvaardigheid, van voorliefde voor armen en kleinen, van goede omgangsvormen, van de kunst om Zieken te troosten, gekwetsten op te beuren en wankel moedigen te bevestigen, van financiële vakbekwaamheid. Hij heeft dat tot 1979 volgehouden en was ook thuis een gewaardeerd medebroeder. Zijn broeder ezel begon te veeleisend te worden. Hij nam op zijn eigen bijzondere manier afscheid van zijn vele vrienden en hij vestigde zich in Nederland in de plaats waar hij ter wereld was gekomen. Ook toen deed hij nog allerlei karweitjes, hij hielp toen o.m. in een derde wereldwinkel, voor de regio Brasil de boeken bij te houden of de getallen op een juiste manier bij elkaar te zetten en hielp thuis door allerlei klusjes op te knappen. Het werd op den duur voor zijn broze lichaam, dat alsmaar meer ging verlangen, tè veel en hij vroeg of hij naar Sint Marie mocht verhuizen waar men meer is ingericht op verzorging van bejaarde broeders, dat gebeurde in 1990. Steeds meer moest hij inleveren, maar tot op het laatste is hij blijven vechten en heeft. hij Br Angelus nog geholpen bij het verzendklaar maken van het contactblad K.B. en schreef er soms zelfs nog een artikeltje voor. Goede vriend, medebroeder en strijdmakker, rust in vrede bij je Koning die zo lang en zo trouw hebt gediend,
Br. Domitius.