IM286 Br. Isidorus Christianus Vermeulen.

286 Br. Isidorus Christianus Vermeulen.

Geboren te Breda : 17-12-1903
Ingetreden : 18-12-1919
Eerste professie : 25-08-1921
Eeuwige professie : 26-08-1924
Overleden te Bergen op Zoom : 11-03-1995

Een halve eeuw lang ongeveer werd het gezicht van de broeders van Huijbergen naar buiten sterk mee bepaald door de innemende figuur van de man die op 11 maart 1995, bijna 92 jaar oud, tevreden zijn versleten lichaam aan zijn schepper overgaf; hij was er klaar voor en had tijdens zijn lange leven voldoende meegemaakt. Wie tot in de jaren tachtig sprak over Huijbergen, dacht dan meestal aan de broeders en aan hun instituut Sint Marie en het is dus niet te verwonderen dat tussen de jaren twintig en zeventig vanzelfsprekend ook de figuur van Isidorus voor de geest kwam, immers onmiddellijk na zijn eerste professie al werd hij op nog geen twintigjarige leeftijd benoemd als surveillant. Tot aan het begin van de oorlog was hij dat op Sint Marie dat op 23 november 1941 door de Duitsers ontruimd moest worden. Bijna vier jaar lang bleef hij “in ballingschap” met zijn jongens als surveillant te Leur. Na de oorlog werd hij surveillant in het Willibrordus gesticht te Breda. Tekenend voor zijn karakter en instelling van “waarom moeilijk doen als het ook gemakkelijk kan” was dat hij toen lopend naar zijn nieuwe standplaats is getrokken, het was zo kort na de oorlog ook niet eenvoudig op reis te moeten gaan. Na zes jaar Breda werd hij opnieuw jeugdleider op Sint Marie waar hij in die functie bleef tot aan zijn pensionering in 1966. Geliefd was hij niet alleen bij de jeugd van het internaat, ook zijn medebroeders hadden respect voor zijn eerlijkheid, beminnelijkheid, mildheid en menselijke volwassenheid, wat tot gevolg heeft gehad dat hij jarenlang assistent van de huisoverste is geweest en meermalen gekozen werd om als lid van het Kapittel zijn Congregatie dienstbaar te zijn en ook nadat hij stoppen moest als surveillant nog belast is geweest met de leiding van de werkzaamheden. In de buitendienst, het hertenpark bleef hij later nog in beweging en kon hij zijn liefde voor de natuur beoefenen. Zijn mildheid voor de koning van de schepping, de mens, bleek uit zijn afschuw voor kwaadspreken, wanneer iemand zich daar toch toe liet verleiden, wist Dorus wel op een of andere manier een wending aan het gesprek te geven. Door zijn gevoel voor humor en zijn zonnige natuur had eenieder graag met hem te doen en heeft hij zich vele vrienden gemaakt die hij op zijn manier trouw bleef. “Onze boer” bleef hij tot kort voor zijn dood bij bijzondere gelegenheden dan ook een bezoek brengen. Voortdurend goed gehumeurd blijven, vriendelijk behulpzaam en voorkomend zijn als je sterk en goed gezond bent is heel wat, maar dergelijk gedrag ook volhouden wanneer het tegenzit, niet klagen als je pijn hebt en alsmaar inleveren moet is bewonderenswaardig. Toen het lopen hem zwaar ging vallen, kroop Dorus nog geregeld op zijn fiets om in beweging te blijven en om in de tuin en ons park mooie dierbare plekjes te bezoeken. Het loslaten van de zorg voor zijn herten in het fraaie met zo een grote zorg aangelegde park bij ons oude Sint Marie is niet zonder pijn gegaan en zijn hart moet gebloed hebben bij het zien van de verwaarlozing van dat eens zo schitterende Jacobus-park met die wondermooie vijver met waterlelies en goudkleurige reuze karpers. Dat zijn eens zo sterke geheugen hem steeds meer in de steek ging laten was in de dagelijkse omgang zeker niet prettig, maar toen het geheugenverlies oorzaak ging worden dat hij de kluts kwijt was soms, moet hem leed gedaan hebben. Ondanks die vernederingen bleef hij opgewekt en goedlachs. Zijn grote familie hield uiteraard veel van hem en ze waren zuinig op hun ome Dorus en dat is zeker ook omgekeerd het geval geweest, maar de laatste jaren waren ook de lichamelijke krachten en het uithoudingsvermogen van de goede man zover achteruitgegaan dat hij bang was geworden van bezoeken aan hem, zelfs van zijn eigen familie. Ook toen bleef hij in zijn rol van trouwe, milde, vriendelijke broeder van Huijbergen zonder klagen. Op de vraag:”Hoe gaat het Dorus ?” was het steevaste antwoord: “Uitstekend !” Op zijn laatste ziekbed na een noodoperatie aan een beklemde breuk en de laatste vergeefse pogingen hem te redden waren de smartelijke trekken in zijn gezicht bewijzen dat hij zijn deel ook in het lijden heeft gehad. Na zo een leven rest ons in bewondering te stamelen: “Dorus bid bij je goede God voor ons”.

Br. Domitius