297 Broeder Leonardo Charles Carolus van Lint
Geboren te Roosendaal : 08-01-1916
Ingetreden : 17-01-1937
Eerste Professie : 15-08-1938
Eeuwige Professie : 15-08-1942
Overleden te Huijbergen : 21-04-1998
Het leven was voor hem ten slotte een ballingschap geworden. Van zijn allernaaste familieleden had hij ze allemaal op één na overleefd en dat maakte hem in zekere zin wat eenzamer in zijn lot waarin hij door de kwalen van de oude dag terecht gekomen was en steeds meer moeilijkheden moest overwinnen om met zijn medebroeders en huisgenoten enigszins normaal te kunnen communiceren. Dat was vroeger wel anders geweest toen hij door zijn niet aflatende behulpzaamheid en de hem eigen verwarmende goedheid zich zoveel vrienden had gemaakt. Die vrienden, familieleden en medebroeders bleven hem een warm hart toedragen en bleven hem van hun kant met allerlei tekenen van belangstelling volgen. Door zijn trouw beleefde kloosterleven had hij zich een bepaalde houding tegenover zijn overheid in de persoon van zijn huisoverste eigen gemaakt waardoor hij gelukkig volop heeft kunnen profiteren van de grote bereidheid van zijn Broeder-Overste, Br Marcus, om te luisteren en zijn broeders, vooral als die het moeilijk hadden, bij te staan.
De broeder Leonardo, die wij op 25 april 1998 begraven hebben en zoals wij die de laatste jaren voor ogen hebben gehad, was niet de broeder Leonardo van de Sint Willibrordusschool in Hulst in 1938, niet de broederonderwijzer wonend in de Hoogstraat te Bergen op Zoom, of thuis op de kweekschool te Breda, niet de werkzame leerkracht aan de St. Jan B.L.O. te Bergen op Zoom. Evenmin de broeder Leonardo die met zijn missieclub voor de missie ijverig capsules, zilverpapier en postzegels spaarde, zelfs niet de Leonardo die heel wat goede gepensioneerde jaren kende tot hij aan 1994 van de Pegasuslaan in Bergen op Zoom naar Huijbergen ging verhuizen. Dat waren jaren waarin hij bruiste van energie, van intense goedheid, en zich typeerde als een doodgoede mens. Hij was als het ware een té goede mens, té zachte man voor deze soms zo boze, zo harde wereld. Hij straalde een en al goedheid uit en behulpzaam als hij was; en als er een beroep op hem was gedaan, kon je op hem rekenen. Na 1994 werden zijn jaren getekend door inleveren aan zelfstandigheid, inleveren van lichamelijke en geestelijke krachten. Niet meer weten wat je doet of zegt, niet meer in je opnemen wat de ander aan je vertelt. Het schrikbeeld waar ieder mens bang voor is. Wij zijn dankbaar en blij dat een verdere neergang hem gespaard is gebleven, we zijn met hem dankbaar voor de liefdevolle, professionele verzorging en verpleging. Hij die zo een goede herder was, vooral voor die beschadigde schaapjes van de Sint Jan B.L.O. scholen, moge hij nu in niemand minder dan in God zelf dè goede Herder ontmoeten bij wie het aan niets ontbreekt.
Als religieus en opvoeder met veel talenten, was broeder Leonardo een begaafd onderwijzer. In die hoedanigheid had hij grote aandacht en belangstelling voor de kinderen die aan zijn zorg waren toevertrouwd. Van zijn buitenschoolse activiteiten mogen we niet zijn lid zijn van de Bergse carnavalsvereniging “De Heksenketel” vergeten. Hij was medeontwerper van menige wagen die niet zomaar meedeed, maar wel degelijk en uitdrukkelijk in de prijzen viel. Vaak heeft hij ook voor niet door hem ontworpen wagens, de kleuren mogen voorstellen, en is hij ook gevraagd geweest aan te treden als lid van de jury, al zou hij niets liever dan eerste prijzen toegekend hebben aan alle deelnemers: Tot op het laatst van zijn leven kon hij nog in spaarzame ogenblikken blijk geven van zijn gevoel voor humor door flitsende opmerkingen en sprankelende zinspelingen.
We hebben zijn afscheid gevierd in het licht van Pasen. In het najaar en de winter leek het wel of er een aanslag werd gepleegd op de natuur. De bomen verloren hun bladeren en werden kaal in kil en miezerig weer. De weilanden kwamen er troosteloos uit te zien; het gras verkleurde tot bruin en grauw. Je zou je af kunnen vragen of het allemaal nog wel goed zou
kunnen komen, zou die kale grijze boel nog fris groen kunnen worden, zou de kou nog verdreven kunnen worden, zouden die lange donkere nachten weer plaats kunnen maken voor lange lichte dagen van een nieuwe zomer nadat de lente het zou hebben gewonnen van het winterse koude duister? Zou het leven het kunnen winnen van de dood? En jawel, ieder voorjaar opnieuw krijgen de bomen weer zwellende knoppen, gaat het gras weer opnieuw groen kleuren en uit de grond zagen we de krokussen hun kopjes steken en tot bloei komen. De warmte verdrijft de kou, het licht wint het van het duister, en grijs wordt weer groen. Op alle fronten is dan het leven sterker dan de dood.
“Wie het lente laat worden voor mensen, vindt uiteindelijk zomer bij God”. In het voetspoor van zijn grote Meester, zorgde Br. Leonardo in het leven van velen voor lente. Daarom gunnen wij hem zo van harte: “Zomer gevonden te hebben bij God”.
Leo Testers
Huijbergen,
25 april 1998.