IM320 Br. Karel Gabriël van Hooij

320 Br. Karel Gabriël van Hooij

Geboren te St. Jansteen : 14-04-1924
Ingetreden : 14-02-1945
Eerste Professie : 15-08-1946
Eeuwige professie : 15-08-1949
Overleden te Huijbergen : 14-12-2004

Br. Karel, geboren als Gabriel van Hooij te Sint Jansteen 14 april 1924 uit het huwelijk van Ludovicus van Boorij en en Mathilda Maria de Witte, als tweede in het gezin dat uiteindelijk een dochter en twee zonen telde. De godsdienstige invloed van dat gezin was zodanig dat Gods roepstem gehoord kon worden: 14 februari 1945 volgde zijn intrede hier in Huijbergen. Als Broeder onderwijzer begon hij 1 september 1946 in Bergen op Zoom aan het Lourdesplein, de Sint Jozef School van het Fort, voorzien van Akte 77A en Godsdienst A, maar tegelijkertijd begon hij er ook aan om zijn onderwijskundige en pedagogische bagage uit te breiden. Dat werden in de loop der jaren: Akte 77B; Ward 1 en 2; Duits L.O.; Engels L.O.; Engels M.O. A. Engels M.O. Als man van het onderwijs werden vele verschillende taken aan hem toevertrouwd: zo komen we Br. Karel tegen in 1955 als ULO leraar aan het Juvenaat hier in Huijbergen; als leraar aan het Mgr. Frenckencollege in Oosterhout vanaf 1957 tot 1978. Daarnaast was Br. Karel Huisoverste, lid van het Hoofdbestuur, en Algemeen Overste van 1981 tot 1987, en van 1987 tot 1993 als Vicaris de rechterhand van Algemeen Overste Br. Eduard.

En dan de laatste jaren: had Br. Karel te kampen met zijn gezondheid. Steevast was zijn antwoord in deze periode aan Br. Huub: “Een dokter is niet nodig, want ik heb chronische bronchitis.” Het jubileum 150 jaar Broeders van Huij bergen op 25 september van dit jaar volgde Br. Karel vanuit zijn kamer. Daarna is hij niet meer beneden geweest bij de Broedergemeenschap.

In de leidinggevende functies waartoe Br. Karel werd geroepen als Huis-Overste in Oosterhout, als Lid van het Hoofdbestuur, als Algemeen Overste, als Vicaris was Br. Karel de man die zich niet opdrong. In alle aan hem toevertrouwde taken legde hij een houding van grote beschikbaarheid en dienstbaarheid aan de dag en zette zich voor de volle honderd procent in. Hij verstond de kunst om te relativeren en toch zeker niets op de spits wilde drijven, hij kon goed bemiddelen, bood graag de helpende hand, beschikte over goede contactuele eigenschappen, iemand die veel las en zijn literatuur goed bij hield, ernieuwingen liet hij slechts mondjes maat toe, hij bleef eerder trouw aan de hem bekende traditionele waarden, hij had oog voor de vele kleine dingen van alle dag die (volgens Br. Karel) goed geregeld moeten zijn die kleine dingen die kleur geven aan het leven, ook rond Sinterklaas en Kerstmis, rond Oud en Nieuw, rond verjaardagen van huisgenoten.

Br. Karel stond op zijn manier humoristisch in het leven, en deed graag mee aan onderlinge plagerijtjes, hij was een goed onderwijzer, een goede leraar, een goede collega in de Engelse sectie van het Mgr. Frenckencollege waar hij dan ook vele jaren de gekozen sectieleider was. Eenmaal met pensioen vanaf 1978 bleef zijn interesse voor de Engelse literatuur. Br. Karel beschikte over een vaardige pen als we denken aan zijn vele artikelen in Leer en Leven aan zijn bestuur- en kapittelverslagen. Als huisgenoot was hij stipt aanwezig bij de samenkomsten in de kapel, bij de kloosterbesprekingen; ook zij die hem heel lang kennen maken melding van zijn geprogrammeerd leven, ook toen al, alles op uur en tijd, langs uitgestippelde paden.

Groot zal ook het gemis zijn bij u, nicht Rita nicht en Gunter en bij u nicht Tilly en Willy:
dat er door jullie troost gevonden wordt in de zekerheid dat jullie zoon Jos in Broeder Karel weer een hele goede bekende er bij heeft, daar in de hemel. Hij stond stevig geworteld in het leven, en dan denken we aan zijn geloof in God in Wie hij een goede Herder trof. Zoals een boom stond ook Br. Karel in weer en wind van het leven: hij kende goede en minder goede dagen, maar het was hem eigen toch altijd weer het positieve te ontdekken en dat ook als zodanig te benoemen. Wie van ons had niet graag met hem te doen?

Zo was hij geen eenzaam staande boom; een boom was hij die schaduw bood, beschutting: want zijn religieus-zijn, en zijn ongetrouwd-zijn stelden hem in staat er te zijn voor velen,
voor honderd procent beschikbaar. Hij hield zich als een boom staande, door zich telkens opnieuw te oriënteren op en zich te laten inspireren door Jezus van Nazareth Die Hij zijn grote broeder wist. Groot was zijn verering voor de moeder van Jezus: op uur en tijd de rozenkrans biddend , de laatste jaren in de Sacramentsdreef, toen dat niet meer ging in een hoekje van de kapel, en tenslotte in zijn kamer.

Maar de ogen van hem die wij hier voor het laatst in ons midden hebben zijn gesloten. Zo intens -vol verwondering en bewondering- hebben ze Gods schepping ingekeken. Zijn ogen hebben vooral ook anderen aangekeken: als leraar vele jonge, opgroeiende mensenkinderen, als Huisoverste, als Algemeen Overste, als Vicaris, zo heeft hij jongeren en medebroeders aangekeken: begrijpend, bemoedigend, corrigerend, uitnodigend, gelovig, waarderend, behulpzaam. Nu zijn ze gesloten, nu is dat alles echt over. Niet is over, Heer God, Uw wakend oog over hem die U te zien gaf, die U op zijn manier openbaarde.

Leo Testers, rector
Broeders van Huijbergen