339 Br. Julius Johannes Franciscus Antonius Schrijver
Geboren te Amsterdam : 03-04-1934
Ingetreden : 24-01-1954
Eerste Professie : 15-08-1955
Eeuwige professie : 15-08-1960
Overleden te Huijbergen : 29-07-2009
Johannes Franciscus Antonius Schrijver, Br. Julius, geboren te Amsterdam , 3 juli 1918, uit het huwelijk van Franciscus Schrijver en Hendrika Anna van Meer in het gezin dat 3 jongens en 2 meisjes telde die Br. Julius allemaal heeft overleefd. Hij bleef over zijn ouders liefdevol spreken, grote dankbaarheid klonk daarin door. In 1926 maakte het kleine Jantje als tweede klassertje van de lagere school aan de Hillegaertstraat, kennis met de Broeders van Huijbergen. Over die periode schreef Br. Julius zelf : ” Br. Emmanuël Compiet werd mijn klasbroeder. De Broeders van Huijbergen imponeerden mij door hun gemoedelijkheid en religiositeit. Ik voelde me tot hen aangetrokken. Ik was de koning te rijk toen mijn Ouders in 1929 een brief kregen, waarin stond dat ik met negen andere jongens enkele vakantiedagen in Huijbergen zou mogen doorbrengen. Na de zevende klas bij Br. Raymundus Lockefeer voelde ik er wel voor om Broeder te worden. De voorbereidende klas van de kweekschool was gevestigd in Bergen op Zoom en daarna volgde de eerste cursus kweekschool in Huijbergen. Toen het goed tot me doordrong dat dit alles naar het onderwijsschap leidde, heb ik een gesprek gehad met Br. Eligius Duinker, die mij steunde om niet in het onderwijs te gaan, omdat er van huis uit ook andere kwaliteiten in mij aanwezig waren waar de Congregatie ook behoefte aan had.
In september 1934 trad ik in als postulant. Na een half jaar volgde de kleding met een vol jaar noviciaat. Daarna volgde de professie voor drie jaar om goed te weten wat de inhoud was van de volgende stap: de eeuwige professie op 15 augustus 1939. Ik heb nooit spijt gehad. Ik voelde me gelukkig en volkomen verbonden met de Congregatie. Dat was het wat ik zocht en wat God in mij bewerkte. En dan sluit Br. Julius deze gedachtegang uit mei 2004 af met de woorden: “In de ronding van het priesterkoor van de Rozenkranskerk was een geschilderde band aangebracht met de veelzeggende korte tekst: MAGISTER ADEST ET VOCAT TE, DE MEESTER IS DAAR EN ROEPT U. Ik heb altijd veel van deze uitnodigende tekst gehouden en ik hoop haar ten volle te beantwoorden op mijn laatste dag, in mijn laatste uur.”
Denkend aan wie en hoe hij was, zijn leven overziende, als gelovige, als dienstbare, als biddende broeder kozen zijn medebroeders heel terecht voor de aanhef van zijn overlijdensbrief woorden uit Johannes hoofdstuk 11, vers 28 ; de woorden: “De Meester is daar en roept u”. Er klonken woorden uit de Schrift die Broeder Julius heilig, vertrouwd en geliefd waren over Maria en Jozef die hun kind als een godsgeschenk ontvingen en daarom vol dank en vol eerbied naar de tempel brachten.
Voor wie Br. Julius kende, deze eerbiedwaardige mens, deze rechtvaardige en vrome man die eveneens als Simeon de vertroosting verwachtte, voor hen is er geen uitleg nodig om in Simeon en Hanna, ook hem te herkennen. Op Julius zijn ook van toepassing de woorden uit Psalm 130: “Meer dan wachters naar de morgen, verbeid ik de Heer.” Br. Julius heeft in de kloostergemeenschap dienstbare, belangrijke, leidinggevende , verantwoordelijke taken vervuld. Heel wat kapittels heeft hij meegemaakt. Hij was vele jaren huisoverste in verscheidene conventen. Voor velen was hij in hun noviciaatsperiode de socius, de rechterhand van de novicemeester.
Zijn optreden kenmerkte zich door een bijzondere stijl. Dit zowel in zijn woordgebruik als in zijn manier van voortbewegen. Dat had iets weg van schrijden. Die levensstijl toonde Br. Julius ook door zijn gevoel voor orde. De leefregel was voor hem het kompas. Heel gelukkig was Br. Julius toen hij, na zijn oversteperioden, zich vanaf begin de jaren 1970 kon wijden aan het onderhoud van de bossen en het verzorgen van bloemen en planten. Hij had zich een grote kennis eigen gemaakt van de flora. Hij werd wel eens speels genoemd “de houtvester” . Bomen die verwijderd moesten worden, werden door broeder Julius niet gekerfd, neen, die werden geblest. Met zorg en nauwgezet heeft hij gedurende vele jaren fotomateriaal, de Congregatie betreffende, verzameld, gerangschikt en geordend.
Als geen ander verstond Br. Julius de kunst handschriften uit de tijd van de Wilhelmieten te transcriberen ( te vertalen ) in hedendaags Nederlands. Dat schonk hem voldoening. En daarmee is het archief van de Wilhelmieten voor velen toegankelijker geworden. Een man van gebed was hij die genoot van de Liturgie, vooral in wat plechtiger vorm. Hij was gevoelig voor de wisseling van de seizoenen, in zijn kamer had hij graag bloemen die daar naar verwezen. Heel de rijkdom van de natuur beleefde hij in bewondering. Als vanzelf ging die bewondering over in dankbaarheid voor de Schepper. Met het ouder worden kwamen vele ongemakken: hartklachten vanaf 1982, een ingrijpende darm operatie in 1990 met als gevolg moeten leven met een stoma. Een onder rechterbeen amputatie in 2005. Bij dit alles was en bleef jammeren hem vreemd. Een doorzetter was Br. Julius, bijzonder moedig, nooit geklaag. Een voorbeeld om jaloers op te zijn. Hij was en bleef iemand die de zorg aan hem besteed op de verzorgingsafdeling, bij het rondrijden in zijn rolstoel, dankbaar waardeerde.
In de vele stille uren op zijn kamer groeide Br. Julius toe naar de overtocht van hier naar de Overkant.
U zijn familie, wij zijn medebroeders nemen vol dank voor wie hij was, voor hoe hij was, afscheid van deze 91 jarige markante persoonlijkheid, van deze toegewijde religieus, van deze door velen zeer gewaardeerde mens. Dat Hij Die hem als medebroeder aan ons en aan velen toevertrouwde hem nu mag ontvangen in Zijn Paradijs, aan Zijn bruiloftsmaal, in Zijn huis met ruimte voor velen.
Leo Testers, Rector
Broeders van huijbergen