IM355 Br. Salvator Mekke

Broeder Salvator (Nicolaas Johannes Joseph) Mekke

Geboren te Dongen   .   .   .  23-03-1925
Ingetreden     .   .   .   .   .   .   23-01-1944
Eerste professie   .   .   .   .    15-08-1945
Eeuwige professie  .   .   .   .  15-08-1948
Overleden te Huijbergen .   . 14-08-2017

Hij werd geboren op 23 maart 1925 te Dongen in het gezin van Johannes Christiaan Mekke en Maria Petronella Schilders. Op de dag van zijn geboorte nog werd hij gedoopt in de sfeervolle koepelkerk van de H. Laurentius te Dongen. Op de Laurentiusschool in de Gasthuisstraat leerde hij onderwijzers kennen die zich broeder lieten noemen. Het waren o.a. broeder Anatolius en Avellinus van de broeders van Dongen die, naar zijn eigen zeggen, het verlangen om broederonderwijzer te worden in hem opgeroepen hebben. Als hij later in Oosterhout, zonder op de hoogte te zijn van verschillen tussen broedercongregaties, te kennen geeft broeder te willen worden verwacht hij deze broeders weer te ontmoeten. Maar in Oosterhout, waar de broeders van Huijbergen toen bijna 50 jaar werkzaam waren, dacht men automatisch aan de broeders van Huijbergen, en zo kwam hij zonder voor Huijbergen te kiezen toch bij de broeders van Huijbergen terecht.

De slag om Antwerpen woedt nog in alle heftigheid als hij op 20 juli 1944 in Ossendrecht aankomt voor zijn noviciaat, ook in Amsterdam is het behelpen als hij een jaar later zijn eerste aanstelling krijgt als onderwijzer aan de Roerstraat. De Broeders wonen dan nog aan het Dijsselhofplantsoen en zullen pas een jaar later in 1946 terug keren naar hun huis in de van Hillegaertstraat dat in beslag genomen was tijdens de bezetting. Verhuizing en aanpassingen beletten hem niet om de nodige hulpaktes en zijn hoofdakte te behalen. Na drie jaar is duidelijk dat deze wijze van leven voor hem zijn levenskeuze zal worden en doet hij zijn “eeuwige professie”, zoals dat in kloostertaal genoemd wordt. Hij verhuist en geeft één jaar les aan de Aloysiusschool in de Havermanstraat te Breda. Maar in 1949 is hij terug in Amsterdam en fietst dagelijks naar Amstelveen om les te geven op de Sint Antoniusschool aan de Amsterdamseweg.

Salvator met zijn klas in Amsterdam

Naast de volle dagtaak als onderwijzer, de reistijd op en neer tussen de van Hillegaertstraat en Amstelveen, naast de  speciale activiteiten zoals de voorbereiding op de eerste communie waar hij veel aandacht en tijd aan bestede, behaalt hij in 1951 de akte LO Frans en begint met z’n studie Frans MO A. Als in 1954 het nieuwe broederhuis in de Parklaan 3 te Amstelveen geopend wordt kan hij nog enkele maanden zijn fiets laten staan en woont hij in het broederhuis “Maria ter Engelen” zoals de officiële naam luidde. Met pijn in het hart moet hij onverwachts inpakken. Het schooljaar is al begonnen maar november 1954  moet hij zijn eigen vertrouwde leerlingen in Amstelveen verlaten en opnieuw beginnen in de Karrestraat te Breda. Dit is een van die momenten dat de gehoorzaamheid die hij beloofd had hem veel pijn gedaan heeft, en gevoelige littekens heeft achter gelaten. Wanneer jaren later gesproken werd over de beleving van de gelofte van gehoorzaamheid was te merken dat bij hem een gevoelige snaar werd geraakt, nl. de herinnering aan o.a. deze verplaatsing.

Vijf jaar is hij werkzaam aan de Lambertusschool in de Karrestraat, later Keizerstraat, verhuist naar het nieuwe klooster in de Roland Holststraat, en bekroont hij zijn studie met de akte MO A Frans. Dan wordt hem weer gevraagd een grote stap te maken nl. van het basisonderwijs naar het middelbaar onderwijs. Hij krijgt een taak aan de Clemens MAVO te Hulst en moet die combineren met een studie MO B waarvoor hij wekelijks naar Tilburg moet reizen. Na drie jaar grijpt zijn docent in en weet hij het algemeen bestuur te overtuigen dat op deze manier van deze begaafde student geen succesvolle studie verwacht mag worden. In 1962 wordt broeder Salvator verplaatst naar Oosterhout en combineert zijn studie met een taak als leraar Frans aan het Monseigneur Frencken College in Oosterhout en het Dongemond College in Raamsdonkveer waar hij in 1976 adjunct directeur wordt en het jaar daarop Conrector. In een rapport van een examenklas van het Athaneum krijgt hij de volgende waardering van zijn leerlingen:

Algemene ontwikkeling .   .   .   .   .   .   .   .   . goed
Lesvoorbereiding  .   .   .   .  .    heel heel erg goed
Lesvariatie  .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .    niet zo
Enthousiasme   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .zeer goed
Plichtsbesef    .   .   .   .   .   .   .   .  ontzettend groot
Gedrag  .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   bezorgd
Vlijt   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   ontzaggelijk
Begrip  .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .    prima
Betrokkenheid bij de leerlingen .   .   .   heel groot
Incasseringsvermogen   .   .   .   .   .   .   .   .   matig
Humor  .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .    6,2
Algemene weersgesteldheid   .   .   .   .   .    zonnig

Met als speciale opmerkingen
– Maakt vaak lovende opmerkingen
– De literatuur lessen zijn heel interessant

Met weinig woorden schetsen deze leerlingen het beeld waarin ook wij hem sprekend herkennen. Geen wonder dat deze fijngevoelige, zorgzame en deskundige medebroeder ook binnen de communiteit en binnen de congregatie bijzonder gewaardeerd werd. Hij was meerdere periodes overste van de communiteit in Oosterhout en verzorgde de Franse vertaling van onze constituties voor Rome. En met een minutieuze precisie vertaalde hij de Franse stukken uit het Wilhelmieten-archief en “Een spirituele wegwijzer” voor de Zusters van de Heilige Harten, waarvan een exemplaar op het altaar aanwezig is.
Zijn uitzonderlijke gaven om begripvol mee te leven met de moeilijkheden, het leed en de conflicten van anderen was weldadig, maar het betekende voor hemzelf een extra belasting die zijn mentaal evenwicht in gevaar kon brengen. Ook zijn groot hart had grenzen en het koste hem moeite deze te erkennen, hij kon immers geen leed of onrecht verdragen en stelde alles in het werk om vrede en goede verhoudingen te bewaren of te herstellen, en fijngevoelig als hij was probeerde hij steeds te voorkomen dat wie dan ook zich gekwetst zou voelen.

De laatste jaren van zijn leven was hij niet alleen bezorgd over anderen maar ook over zichzelf. We konden hem niet overtuigen dat een verminderend gezichtsvermogen niet perse hoeft te betekenen dat je blind gaat worden. Met het toenemen van zijn kwetsbaarheid nam deze bezorgdheid alleen maar toe. Hij die in zijn werkzaam leven zich optimaal had ingezet om zijn leven als broeder, de communiteit, zijn lessen en de leerlingen steeds op orde te houden moest nu meer en meer uit handen gaan geven. Met het verlies van zijn been was hij letterlijk en figuurlijk zichzelf niet meer. Hij kwam als het ware in een niemandsland terecht, zijn eigen kamer, zijn eigen wereld waren voor hem ontoegankelijk, onbewoonbaar geworden maar die stap naar die andere onbekende wereld was niet gemakkelijk voor hem. Hartelijk dank aan al degenen die hem in deze laatste maanden nabij geweest zijn, met hun aandacht, hun gebed, deskundige zorg en empathische tederheid.

Wij zijn er van overtuigd dat zoals Petrus zakkend in het meer de hand van Jezus krijgt toegereikt, zo zal ook broeder Salvator niet wegzakken in het niet, maar ontvangen worden in de grenzeloze liefde van zijn en onze Schepper. Aan Hem die Nicolaas Johannes Josephus Mekke riep om zich te ontplooien en als broeder Salvator dienstbaar te maken in onze broedergemeenschap geven we hem nu dankbaar terug.

br. bram

Toevoegen aan Anti-Banner